close

Se connecter

Se connecter avec OpenID

001 - Kamer

IntégréTéléchargement
DOC 54 1691/001
DOC 54 1691/001
CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS
DE BELGIQUE
BELGISCHE KAMER VAN
VOLKSVERTEGENWOORDIGERS
1 maart 2016
1er mars 2016
WETSONTWERP
PROJET DE LOI
houdende instemming met de Overeenkomst
tussen het Koninkrijk België en de Republiek
ten Oosten van de Uruguay tot het vermijden
van dubbele belasting inzake belastingen naar
het inkomen en naar het vermogen en tot het
voorkomen van het ontduiken van belasting,
en met het Protocol, gedaan te Montevideo op
23 augustus 2013
portant assentiment à la Convention entre
le Royaume de Belgique et la République
orientale de l’Uruguay tendant à éviter la
double imposition en matière d’impôts sur
le revenu et sur la fortune et à prévenir
la fraude fiscale, et au Protocole, faits à
Montevideo le 23 août 2013
Blz.
Pages
SOMMAIRE
INHOUD
Samenvatting ..............................................................
Memorie van toelichting ..............................................
Voorontwerp ................................................................
Advies van de Raad van State ....................................
Wetsontwerp ...............................................................
Overeenkomst .............................................................
Protocol .......................................................................
3
6
27
28
32
34
62
Résumé .......................................................................
Exposé des motifs .......................................................
Avant-projet .................................................................
Avis du Conseil d’État .................................................
Projet de loi .................................................................
Convention ..................................................................
Protocole .....................................................................
3
6
27
28
32
65
91
3584
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
2
DOC 54
1691/001
D e regeri ng heef t di t wet sont werp op
1 maart 2016 ingediend.
Le gouvernement a déposé ce projet de loi le
1er mars 2016.
De “goedkeuring tot drukken” werd op
7 maart 2016 door de Kamer ontvangen.
Le “bon à tirer” a été reçu à la Chambre le
7 mars 2016.
N-VA
PS
MR
CD&V
Open Vld
sp.a
Ecolo-Groen
cdH
VB
PTB-GO!
DéFI
PP
:
:
:
:
:
:
:
:
:
:
:
:
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Parti Socialiste
Mouvement Réformateur
Christen-Democratisch en Vlaams
Open Vlaamse liberalen en democraten
socialistische partij anders
Ecologistes Confédérés pour l’organisation de luttes originales – Groen
centre démocrate Humaniste
Vlaams Belang
Parti du Travail de Belgique – Gauche d’Ouverture
Démocrate Fédéraliste Indépendant
Parti Populaire
Abréviations dans la numérotation des publications:
Afkortingen bij de nummering van de publicaties:
DOC 54 0000/000:
e
DOC 54 0000/000:
QRVA:
CRIV:
CRABV:
CRIV:
Parlementair document van de 54 zittingsperiode +
basisnummer en volgnummer
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
Voorlopige versie van het Integraal Verslag
Beknopt Verslag
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag
en rechts het vertaald beknopt verslag van de toespraken
(met de bijlagen)
QRVA:
CRIV:
CRABV:
CRIV:
PLEN:
COM:
MOT:
Plenum
Commissievergadering
Moties tot besluit van interpellaties (beigekleurig papier)
PLEN:
COM:
MOT:
Document parlementaire de la 54e législature, suivi
du n° de base et du n° consécutif
Questions et Réponses écrites
Version Provisoire du Compte Rendu intégral
Compte Rendu Analytique
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le
compte rendu intégral et, à droite, le compte rendu
analytique traduit des interventions (avec les annexes)
Séance plénière
Réunion de commission
Motions déposées en conclusion d’interpellations
(papier beige)
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Commandes:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.lachambre.be
courriel : publications@lachambre.be
Bestellingen:
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.dekamer.be
e-mail : publicaties@dekamer.be
De publicaties worden uitsluitend gedrukt op FSC gecertificeerd papier
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
Les publications sont imprimées exclusivement sur du papier certifié FSC
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
3
SAMENVATTING
RÉSUMÉ
Het ontwerp van instemmingswet heeft tot
doel de bekrachtiging mogelijk te maken van de
Overeenkomst tussen België en Uruguay die werd
ondertekend te Montevideo op 23 augustus 2013.
Le projet de loi d’assentiment a pour objet de
permettre la ratification de la Convention entre la
Belgique et l’Uruguay, signée à Montevideo le
23 août 2013.
De Overeenkomst heeft tot doel dubbele belasting
te vermijden en het ontduiken van belasting inzake
belastingen naar het inkomen en naar het vermogen te voorkomen. Zoals de meeste gelijkaardige
overeenkomsten die door België werden gesloten,
sluit de nieuwe Overeenkomst sterk aan bij het
OESO-modelverdrag.
La Convention a pour objectifs d’éviter la double
imposition et de prévenir la fraude fiscale en matière
d’impôts sur le revenu et sur la fortune. Comme la
plupart des conventions analogues conclues par la
Belgique, la nouvelle Convention s’inspire largement
du Modèle de convention de l’OCDE.
De voornaamste kenmerken van de Overeenkomst
zijn de volgende:
Les principales caractéristiques de la Convention
sont les suivantes:
• de plaats van uitvoering van een bouwwerk, van
constructie- of installatiewerkzaamheden is slechts
een vaste inrichting wanneer de duur ervan 6 maanden te boven gaat;
• un chantier de construction ou de montage ne
constitue un établissement stable que si sa durée
dépasse 6 mois;
• wanneer een onderneming diensten verstrekt
(met inbegrip van het verlenen van adviezen) in de
partnerstaat door middel van werknemers of ander
personeel in dienst van die onderneming, wordt die
onderneming geacht een vaste inrichting te hebben in de partnerstaat wanneer dat personeel of
die personen voor die of ermee verband houdende
werkzaamheden in de partnerstaat aanwezig zijn
gedurende een tijdvak of tijdvakken waarvan de
totale duur 6 maanden binnen een enig tijdvak van
12 maanden te boven gaat;
• lorsqu’une entreprise fournit des services (y
compris des services de consultant) dans l’État
partenaire par l’intermédiaire de salariés ou d’autre
personnel engagé par cette entreprise, celle-ci est
considérée comme ayant un établissement stable
dans l’État partenaire lorsque ce personnel ou ces
personnes sont présents dans cet État, pour le même
projet ou un projet connexe, pendant une période ou
des périodes d’une durée totale de plus de 6 mois au
cours d’une période quelconque de 12 mois;
• de bronheffing op dividenden is beperkt tot 15 %
van het brutobedrag van die dividenden. Deze bronheffing is echter beperkt tot 5 % van het brutobedrag
van die dividenden indien de uiteindelijk gerechtigde
een vennootschap is die ten minste onmiddellijk 10 %
van het kapitaal van de uitkerende vennootschap
bezit. Indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden een pensioenfonds is, worden de dividenden
vrijgesteld van bronheffing;
• la retenue à la source sur les dividendes est limitée à 15 % du montant brut de ces dividendes. Cette
retenue à la source est cependant limitée à 5 % du
montant brut des dividendes si le bénéficiaire effectif
est une société qui détient directement au moins 10 %
du capital de la société distributrice. Si le bénéficiaire
effectif des dividendes est un fonds de pension, les
dividendes sont exemptés de retenue à la source;
• de bronheffing op interesten is beperkt tot
10 % van het brutobedrag van die interesten. Er
geldt evenwel een vrijstelling van bronheffing voor
interesten betaald aan een pensioenfonds, aan de
partnerstaat, aan een van de staatkundige onderdelen
of plaatselijke gemeenschappen daarvan of aan een
openbare entiteit;
• la retenue à la source sur les intérêts est limitée à
10 % du montant brut de ces intérêts. Une exemption
de retenue à la source s’applique toutefois aux intérêts payés à un fonds de pension, à l’État partenaire,
à une de ses subdivisions politiques ou collectivités
locales ou à une entité publique;
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
4
DOC 54
1691/001
• de bronheffing op royalty’s is beperkt tot 10 % van
het brutobedrag van die royalty’s. Wanneer het gaat
om royalty’s verkregen voor het gebruik van, of voor
het recht van gebruik van een nijverheids-, handelsof wetenschappelijke uitrusting kan de uiteindelijk
gerechtigde ervoor kiezen om belast te worden op
een nettobedrag, maar pas nadat bovenvermelde
bronheffing werd toegepast;
• la retenue à la source sur les redevances est
limitée à 10 % du montant brut de ces redevances.
Lorsqu’il s’agit de redevances reçues pour l’usage,
ou la concession de l’usage, d’un équipement
industriel, commercial ou scientifique, le bénéficiaire
effectif peut choisir d’être imposé sur un montant net,
mais seulement après l’application de la retenue à la
source mentionnée ci-avant;
• voordelen verkregen uit de vervreemding van
aandelen waarvan meer dan 50 % van de waarde
bestaat uit onroerende goederen gelegen in de andere Staat, mogen in de partnerstaat worden belast.
Van deze regeling wordt echter afgeweken indien de
aandelen op een erkende effectenbeurs genoteerd
zijn, indien de vervreemding kadert binnen een fusie
of een splitsing of indien in die onroerende goederen
een handels- of bedrijfswerkzaamheid plaatsvindt;
• les gains tirés de l’aliénation d’actions dont plus
de 50 % de la valeur est constituée par des biens
immobiliers situés dans l’autre État sont imposables
dans l’État partenaire. Il est toutefois dérogé à cette
règle lorsque les actions sont cotées sur un marché
boursier reconnu, lorsque l’aliénation a lieu dans le
cadre d’une fusion ou d’une scission ou lorsqu’une
activité industrielle ou d’entreprise a lieu dans les
biens immobiliers en question;
• waar pensioenen en andere soortgelijke beloningen in beginsel slechts belastbaar zijn in de
woonplaatsstaat, mogen ze ook worden belast in de
bronstaat, doch de bronheffing mag niet meer bedragen dan 10 %. Wanneer het gaat om forfaitaire pensioenbedragen, dan wordt de beperking van de bronheffing slechts toegepast indien de gepensioneerde
ten minste 5 jaar voldoet aan de woonplaatsvereiste;
• bien que les pensions et autres rémunérations
similaires soient en principe exclusivement imposables dans l’État de résidence, elles sont également
imposables dans l’État de la source mais l’imposition
à la source ne peut excéder 10 %. Lorsqu’il s’agit de
capitaux de pension, la limitation de l’imposition à la
source ne s’applique que si le pensionné satisfait à
la condition de résidence pendant au moins 5 ans;
• België voorziet in de vrijstelling met progressievoorbehoud voor inkomsten (niet zijnde roerende inkomsten) ontvangen door of vermogensbestanddelen
in het bezit van een inwoner wanneer deze in Uruguay
zijn belast (voor vennootschappen) of effectief werden
belast (voor natuurlijke personen);
• la Belgique prévoit l’exemption sous réserve de
progressivité pour les revenus (autres que les revenus
mobiliers) reçus par un résident, ou les éléments de
fortune qu’il possède, lorsque ceux-ci sont imposés
(dans le cas des sociétés) ou effectivement imposés
(dans le cas des personnes physiques) en Uruguay;
• dividenden zijn vrijgesteld onder de voorwaarden en binnen de grenzen zoals bepaald door het
Belgisch DBI-regime. Nochtans zal een dividend
met oorsprong in Uruguay dat niet voldoet aan de
onderworpenheidvereiste zoals voorzien door het
Belgische DBI-regime toch worden vrijgesteld van
Belgische vennootschapsbelasting indien de uitkerende Uruguayaanse vennootschap aldaar daadwerkelijk betrokken is bij de actieve uitoefening van
handels- of bedrijfsactiviteiten;
• les dividendes sont exemptés aux conditions et
dans les limites prévues par le régime RDT belge. Un
dividende provenant d’Uruguay qui ne satisfait pas à
la condition d’assujettissement prévue par le régime
RDT belge sera néanmoins exempté de l’impôt des
sociétés en Belgique si la société distributrice uruguayenne exerce activement en Uruguay une activité
d’entreprise effective;
• intersten en royalty’s afkomstig uit Uruguay geven aanleiding tot een verrekening van een forfaitair
gedeelte van de buitenlandse belasting onder de
voorwaarden en binnen de grenzen zoals voorzien
in de Belgische wetgeving;
• les intérêts et les redevances provenant d’Uruguay donnent lieu à une imputation de la quotité
forfaitaire d’impôt étranger aux conditions et dans
les limites prévues par la législation belge;
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
5
• de Overeenkomst voorziet dat om een arbitrageprocedure kan verzocht worden indien er punten
onopgelost blijven tijdens een regeling voor onderling
overleg;
• la Convention prévoit la possibilité de demander
une procédure d’arbitrage lorsqu’une procédure
amiable laisse des points non résolus;
• de Overeenkomst voorziet in de uitwisseling van
inlichtingen, daaronder begrepen inlichtingen in het
bezit van banken of andere financiële instellingen,
tussen België en Uruguay;
• la Convention prévoit l’échange de renseignements entre la Belgique et l’Uruguay, y compris
l ’échange de renseignements détenus par des
banques et autres établissements financiers;
• tenslotte voorziet het verdrag in een aantal uitdrukkelijke antimisbruikbepalingen die het opzettelijk
verkeerd gebruik van het verdrag willen tegengaan.
• enfin, la Convention comporte un certain nombre
de dispositions anti-abus explicites, destinées à prévenir un usage abusif intentionnel de la Convention.
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
6
DOC 54
MEMORIE VAN TOELICHTING
1691/001
EXPOSÉ DES MOTIFS
DAMES EN HEREN,
MESDAMES, MESSIEURS,
De Regering onderwerpt heden aan uw instemming
de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de
Republiek ten Oosten van de Uruguay tot het vermijden
van dubbele belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen en tot het voorkomen van het
ontduiken van belasting, ondertekend te Montevideo op
23 augustus 2013 (hierna “de Overeenkomst” genoemd).
Le Gouvernement soumet aujourd’hui à votre assentiment la Convention entre le Royaume de Belgique et
la République orientale de l’Uruguay tendant à éviter
la double imposition en matière d’impôts sur le revenu
et sur la fortune et à prévenir la fraude fiscale, signée à
Montevideo le 23 août 2013 (ci-après “la Convention”).
Overeenkomstig de beslissing die werd genomen
door de Interministeriële Conferentie “Buitenlands beleid” van 18 mei 2011 gaat het om een verdrag met een
gemengd karakter.
Il s’agit d’un traité à caractère mixte, conformément
à la décision prise par la Conférence interministérielle
“Politique Etrangère” du 18 mai 2011.
Hierna vindt u de analyse van de technische bepalingen van de Overeenkomst, voorafgegaan door een korte
uiteenzetting van de economische context van Uruguay
en van de Europese juridische context waarbinnen de
Overeenkomst kan worden gesitueerd.
Vous trouverez ci-après une analyse des dispositions
techniques de la Convention, précédée d’une brève
évocation du contexte économique de l’Uruguay et
du contexte juridique européen dans lequel s’inscrit la
Convention.
A. Economische context
A. Contexte économique
Algemeen
Généralités
De Republiek ten Oosten van de Uruguay heeft een
oppervlakte van 176 215 km2. Hoewel het land 6 maal
groter is dan België, telt het land slechts 3,3 miljoen inwoners waarvan ongeveer anderhalf miljoen inwoners in
de hoofdstad Montevideo wonen. Het BBP van Uruguay
bedroeg in 2012 ongeveer 38,5 miljard euro, wat neerkomt op een BBP per capita van 12 355 euro (ter vergelijking: BBPBelgië = 376,8 miljard euro en BBPBelgië per
capita = 33 965 euro) en is hiermee een van de rijkere
landen van Zuid-Amerika.
La République orientale de l’Uruguay a une superficie de 176 215 km2. Bien que le pays soit 6 fois plus
grand que la Belgique, il ne compte que 3,3 millions
d’habitants, dont environ un million et demi vivent dans
la capitale, Montevideo. Le PIB de l’Uruguay atteignait
en 2012 environ 38,5 milliards d’euros, ce qui donne
un PIB par habitant de 12 355 euros (en comparaison:
PIB Belgique = 376,8 milliards d ’euros et PIB Belgique par
habitant = 33 965 euros) et en fait un des pays les plus
riches d’Amérique du Sud.
Uruguay heeft een vrije-markt economie, met een
hooggeschoolde bevolking en is voornamelijk exportgericht. De traditionele handelspartners van Uruguay zijn
Brazilië, Argentinië en Paraguay (deze landen behoren
tot dezelfde douane-unie “Mercosur”). Ook China, de
Verenigde Staten en de Europese Unie zijn uitgegroeid
tot belangrijke handelpartners van Uruguay. Uruguay
exporteert voornamelijk landbouwproducten.
L’Uruguay a une économie de libre marché, avec une
population hautement qualifiée, et est principalement
orienté vers l’exportation. Les partenaires commerciaux
traditionnels de l’Uruguay sont le Brésil, l’Argentine et
le Paraguay (ces pays appartiennent à la même union
douanière “Mercosur”). La Chine, les États-Unis et
l’Union européenne sont également devenus d’importants partenaires commerciaux de l’Uruguay. L’Uruguay
exporte essentiellement des produits agricoles.
Nadat de economie van Uruguay een serieuze terugval heeft gehad in 2002 (een negatieve groei van 11 %)
als gevolg van de economische crisis in Argentinië, heeft
de economie zich geleidelijk terug hersteld. Ook gedurende de wereldwijde economische crisis van de laatste
jaren is de Uruguayaanse economie blijven groeien.
Dit heeft het voornamelijk te danken aan de algemene
Après un sérieux recul en 2002 (croissance négative
de 11 %) en raison de la crise économique en Argentine,
l’économie de l’Uruguay s’est progressivement redressée. Même durant la crise économique mondiale de ces
dernières années, l’économie uruguayenne a continué
de croître. Les raisons en sont principalement la stabilité
politique et économique générale du pays dans une
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
7
politieke en economische stabiliteit van het land in een
verder minder stabiele regio en extra inspanningen van
de overheid. Verder zet Uruguay in op de uitbouw van
de haven van Montevideo teneinde deze om te vormen
tot een logistiek draaischijf in Zuid-Amerika.
Belastingsysteem Uruguay
région par ailleurs moins stable et des efforts accrus
des autorités. En outre, l’Uruguay mise sur le développement du port de Montevideo afin de le transformer
en une plateforme logistique pour l’Amérique du Sud.
Système fiscal de l’Uruguay
Vennootschappen opgericht naar het recht van
Uruguay alsook vennootschappen opgericht naar
buitenlands recht (indien deze een vaste inrichting
hebben in Uruguay) worden in Uruguay onderworpen
aan de belasting op de bedrijfsinkomsten (“Impuesto a
las Rentas de las Actividades Económica” of kortweg
“IRAE”). Naast (handels)vennootschappen vallen onder
meer trusts, bepaalde investeringsfondsen, bepaalde
burgerlijke vennootschappen en staatsbedrijven binnen
het toepassingsgebied van deze belasting.
Les sociétés constituées selon le droit uruguayen
ainsi que les sociétés de droit étranger (si celles-ci
possèdent un établissement stable en Uruguay) sont
soumises en Uruguay à l’impôt sur le revenu des
entreprises (“Impuesto a las Rentas de las Actividades
Económica” ou, en abrégé, “IRAE”). Outre les sociétés
(commerciales), les trusts, certains fonds d’investissement, certaines sociétés civiles et entreprises publiques
tombent notamment dans le champ d’application de
cet impôt.
Het nominaal tarief van de IRAE bedraagt 25 %.
Deze belasting wordt geheven op alle inkomsten die een
binnenlandse onderneming of vaste inrichting van een
buitenlandse onderneming behaalt uit Uruguayaanse
bron. Buitenlandse inkomsten behaald door een
Uruguayaanse onderneming worden in principe niet
opgenomen in de belastbare basis (territoriaal belastingsysteem). Inkomsten uit werkzaamheden die worden verricht in Uruguay alsook uit rechten die worden
geëxploiteerd voor economische doeleinden in Uruguay
worden geacht afkomstig te zijn uit Uruguay, ongeacht
de woonplaats of nationaliteit van de betrokken partijen
of de plaats waar de overeenkomst die aan de grondslag ligt van de inkomsten werd afgesloten. Inkomsten
uit diensten die in het buitenland worden verricht ten
behoeve van een persoon die onderworpen is aan de
IRAE, worden geacht afkomstig te zijn uit Uruguay indien
die diensten verband houden met de verwezenlijking
van (beroeps)inkomsten in Uruguay .
Le taux nominal de l’IRAE est de 25 %. Cet impôt
est perçu sur tous les revenus de source uruguayenne
réalisés par une entreprise résidente ou un établissement stable d’une entreprise étrangère. Les revenus
étrangers réalisés par une entreprise uruguayenne ne
sont en principe pas repris dans la base imposable
(système fiscal territorial). Les revenus tirés d’activités
exercées en Uruguay ainsi que de droits exploités à des
fins économiques en Uruguay sont considérés comme
étant de source uruguayenne, indépendamment de la
résidence ou de la nationalité des parties concernées
ou du lieu où le contrat au titre duquel les revenus sont
obtenus a été conclu. Les revenus de services prestés
à l’étranger au profit d’une personne soumise à l’IRAE
sont considérés comme étant de source uruguayenne
si ces services sont liés à la réalisation de revenus
(professionnels) en Uruguay.
Natuurlijke personen die inwoner zijn van Uruguay
worden onderworpen aan de personenbelasting
(“Impuesto a las Rentas de las Personas Físicas” of
kortweg “IRPF”), behalve indien ze, wat de belastingheffing van hun beroepsinkomsten (baten en winst) betreft,
expliciet opteren voor de toepassing van de IRAE.
Echter, indien de beroepsinkomsten van een natuurlijk
persoon een bepaald grensbedrag overschrijden (heden $500 000) worden deze inkomsten in ieder geval
onderworpen aan de IRAE.
Les personnes physiques résidentes de l’Uruguay
sont soumises à l’impôt sur le revenu des personnes
physiques (“Impuesto a las Rentas de las Personas
Físicas” ou, en abrégé, “IRPF”), sauf si elles optent explicitement pour l’application de l’IRAE pour l’imposition
de leurs revenus professionnels (profits et bénéfices).
Toutefois, si les revenus professionnels d’une personne
physique dépassent un certain montant (actuellement
$500 000), ces revenus sont dans tous les cas soumis
à l’IRAE.
De IRPF is een cedulaire belasting, waarbij men
naar de aard van het inkomen twee categorieën van
inkomsten onderscheidt: (1) onroerende inkomsten,
roerende inkomsten en meerwaarden en (2) inkomsten
uit beroepswerkzaamheden (winst, baten, bezoldigingen, etc.). Inkomsten uit de eerste categorie worden
L’IRPF est un impôt cédulaire pour lequel on distingue
deux catégories de revenus en fonction de leur nature:
(1) les revenus immobiliers, les revenus mobiliers et
les plus-values et (2) les revenus d’activités professionnelles (bénéfices, profits, rémunérations, etc.). Les
revenus de la première catégorie sont généralement
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
8
DOC 54
1691/001
doorgaans belast tegen een tarief dat, naargelang
de aard van het inkomen, varieert van 3 % tot 12 %.
Inkomsten uit de tweede categorie worden belast tegen
een progressief tarief dat varieert van 0 % tot 30 %.
imposés à un taux qui, selon la nature du revenu, varie
de 3 % à 12 %. Les revenus de la seconde catégorie sont
imposés à un taux progressif qui varie de 0 % à 30 %.
De IRPF is een territoriale belasting, doch in sommige
gevallen worden inkomsten verkregen door buitenlandse
entiteiten waarin inwoners van Uruguay een deelneming
bezitten, geacht te worden verkregen door deze inwoners (i.e. een zogenaamde CFC-regeling). Deze regeling
geldt voor passieve inkomsten die op het niveau van de
buitenlandse entiteit aan een effectief tarief van minder
dan 12 % worden onderworpen. Pensioenfondsen
en collectieve beleggingsinstellingen worden onder
bepaalde voorwaarden uitgesloten van deze regeling.
L’IRPF est un impôt territorial mais, dans certains
cas, des revenus perçus par des entités étrangères
dans lesquelles des résidents de l’Uruguay possèdent
une participation sont considérés comme perçus par
ces résidents (c.-à-d. un régime “CFC”). Ce régime
s’applique aux revenus passifs soumis, au niveau de
l’entité étrangère, à un taux effectif inférieur à 12 %. Les
fonds de pension et les organismes de placement collectif sont exclus de ce régime sous certaines conditions.
Een andere uitzondering op de territoriale belastingheffing betreft het verrichten van diensten of het
verstrekken van technische bijstand ten behoeve van
personen (natuurlijke personen of entiteiten) die onderworpen zijn aan de IRPF of IRAE.
Une autre exception à l ’imposition territoriale
concerne la prestation de services ou la fourniture d’une
assistance technique au profit de personnes (personnes
physiques ou entités) soumises à l’IRPF ou l’IRAE.
Pensioenen tenslotte zijn niet onderworpen aan de
IRPF, maar wel aan de belasting voor de socialezekerheidsbijstand (“Impuesto de Assistencia a la Qeguridad
Social” of kortweg “IASS”). Deze belasting, die wordt
geheven op het bruto-inkomen aan een progressief
tarief, is, ondanks haar benaming doet vermoeden, te
beschouwen als een inkomstenbelasting en wordt om
die reden expliciet opgenomen in het toepassingsgebied
van de Overeenkomst.
Enfin, les pensions ne sont pas soumises à l’IRPF,
mais bien à l’impôt pour l’assistance à la sécurité sociale
(“Impuesto de Assistencia a la Qeguridad Social” ou, en
abrégé, “IASS”). Cet impôt, perçu sur le revenu brut à un
taux progressif, doit, contrairement à ce que laisse penser sa dénomination, être considéré comme un impôt sur
le revenu et est, pour cette raison, repris explicitement
dans le champ d’application de la Convention.
Niet-inwoners van Uruguay (natuurlijke personen,
vennootschappen, andere entiteiten) die geen vaste
inrichting hebben in Uruguay vallen in het toepassingsgebied van de belasting van niet-inwoners (“Impuesto a
las Rentas de los No Residentes” of kortweg “IRNR”). Bij
deze belasting worden de inkomsten die hun oorsprong
vinden in Uruguay in de regel onderworpen aan een
bronheffing van 12 %.
Les non-résidents de l’Uruguay (personnes physiques, sociétés, autres entités) qui ne disposent pas
d’un établissement stable en Uruguay tombent dans le
champ d’application de l’impôt sur le revenu des nonrésidents (“Impuesto a las Rentas de los No Residentes”
ou, en abrégé, “IRNR”). Dans le cadre de cet impôt, les
revenus ayant leur origine en Uruguay sont en général
soumis à une imposition à la source de 12 %.
Uruguay heeft overigens ook een vermogensbelasting (“Impuesto al Patrimonio”). Deze belasting is
van toepassing op inwoners en niet-inwoners, zowel
vennootschappen als natuurlijke personen. Alle activa
die zich in Uruguay bevinden of aldaar voor economische doeleinden worden gebruikt worden opgenomen
in de belastbare grondslag. Schulden die uitstaan bij
Uruguayaanse instellingen mogen in mindering worden
gebracht van de belastbare basis. Voor natuurlijke personen geldt een progressief tarief dat varieert van 0,7 %
tot 1,6 % en een belastingvrij minimum van ongeveer
90 000 EUR voor alleenstaanden en 180 000 EUR voor
gezinnen. Voor vennootschappen geldt een algemeen
tarief van 1,5 %. De betaalde vermogensbelasting mag
worden verrekend met de IRAE.
Par ailleurs, l’Uruguay a également un impôt sur la
fortune (“Impuesto al Patrimonio”). Cet impôt s’applique
aux résidents et aux non-résidents, sociétés comme personnes physiques. Tous les actifs situés en Uruguay ou
utilisés à des fins économiques en Uruguay sont repris
dans la base imposable. Les dettes contractées auprès
d’institutions uruguayennes peuvent être déduites de la
base imposable. Pour les personnes physiques, le taux
est progressif et varie de 0,7 % à 1,6 % et le montant
minimal imposable est d’environ 90 000 EUR pour les
isolés et 180 000 EUR pour les familles. Pour les sociétés, le taux général est de 1,5 %. L’impôt sur la fortune
payé peut être imputé sur l’IRAE.
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
9
Een aantal vrijstellingen, onder meer op het vlak van
inkomstenbelastingen, gelden voor ondernemingen
gevestigd in een zogenaamde belastingvrije zone (“free
zone”). Daarnaast geldt voor specifieke sectoren of
activiteiten een vrijstelling van inkomstenbelasting (zie
onderdeel D, toelichting bij Artikel 22, paragraaf 1 en
punten 7 en 8 van het Protocol).
Bilaterale relaties
Un certain nombre d’exonérations, notamment en
matière d’impôts sur les revenus, s’appliquent aux
entreprises établies dans une zone franche (“free zone”).
Par ailleurs, certains secteurs ou certaines activités
bénéficient d’une exonération d’impôt sur les revenus
(voir section D, les commentaires relatifs à l’article 22,
paragraphe 1er et aux points 7 et 8 du Protocole).
Relations bilatérales
België heeft steeds goede relaties onderhouden met
Uruguay en er vinden frequent bilaterale ontmoetingen
plaats. Zo was er in 2008 een Prinselijke Missie naar
Uruguay en heeft de president van Uruguay een officieel
bezoek gebracht aan België in oktober 2011.
La Belgique a toujours entretenu de bonnes relations
avec l’Uruguay et de fréquentes rencontres bilatérales
ont lieu. Ainsi, une mission princière s’est rendue en
Uruguay en 2008 et le président de l’Uruguay a effectué
une visite officielle en Belgique en octobre 2011.
De Belgische export naar Uruguay bedraagt om en bij
de 90 miljoen euro, onze voornaamste exportproducten
zijn chemische en farmaceutische producten, machines
en andere apparaten. De Belgische import uit Uruguay
bedraagt 26,5 miljoen euro en bestaat voornamelijk
uit landbouwproducten. Daarnaast zijn er Belgische
ondernemingen (actief in de logistieke, energie- en
voedingssector) die reeds belangrijke investeringen
hebben gedaan in Uruguay of die de intentie hebben
om zulke investeringen te doen. Het gros daarvan houdt
verband met de haven van Montevideo.
Les exportations belges à destination de l’Uruguay
atteignent environ 90 millions d’euros; nos principaux
produits d’exportation sont des produits chimiques et
pharmaceutiques, des machines et d’autres appareils.
Les importations belges en provenance de l’Uruguay se
montent à 26,5 millions d’euros et consistent essentiellement en produits agricoles. Par ailleurs, des entreprises
belges (actives dans les secteurs de la logistique, de
l’énergie et de l’alimentation) ont déjà effectué d’importants investissements en Uruguay ou ont l’intention de
le faire. La majorité des ces investissements sont liés
au port de Montevideo.
Belastingverdragen
Conventions fiscales
Uruguay heeft momenteel met een twintigtal landen
een overeenkomst ter vermijding van dubbele belasting afgesloten, waaronder met Duitsland, Finland,
Luxemburg, Portugal, Spanje en Zwitserland. Daarnaast
zijn er met een aantal andere landen, waaronder
Nederland, onderhandelingen bezig voor het sluiten
van een dergelijk verdrag. Het sluiten van een dubbelbelastingverdrag met Uruguay is dus van groot belang
voor de handhaving en versteviging van de Belgische
concurrentiepositie, inzonderheid ten aanzien van de
buurlanden van de Europese Unie. België, van zijn
kant, heeft reeds met een aantal Zuid-Amerikaanse
landen een dubbelbelastingverdrag gesloten (o.m. met
Argentinië, Brazilië, Chili, Ecuador en Venezuela). Het
is dus een logisch gevolg dat België en Uruguay een
dubbelbelastingverdrag afsluiten, niet in het minst omdat
Uruguay als een van de rijkere en stabielere landen van
de regio mag worden bestempeld.
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
L’Uruguay a jusqu’à présent conclu une convention
préventive de la double imposition avec une vingtaine
de pays, dont l’Allemagne, l’Espagne, la Finlande, le
Luxembourg, le Portugal et la Suisse. En outre, des
négociations en vue de la conclusion d’une telle convention sont en cours avec un certain nombre d’autres pays,
dont les Pays-Bas. La conclusion d’une convention
préventive de la double imposition avec l’Uruguay est
donc d’une grande importance pour le maintien et le renforcement de la position concurrentielle de la Belgique,
en particulier par rapport aux pays voisins de l’Union
européenne. La Belgique, de son côté, a déjà conclu
une convention préventive de la double imposition avec
un certain nombre de pays d’Amérique du Sud (notamment avec l’Argentine, le Brésil, le Chili, l’Equateur et
le Venezuela). C’est donc une suite logique pour la
Belgique de conclure une convention préventive de la
double imposition avec l’Uruguay, notamment parce que
l’Uruguay peut être considéré comme un des pays les
plus riches et les plus stables de la région.
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
10
DOC 54
B. Europese juridische context
1691/001
B. Contexte juridique européen
De lidstaten hebben hun fiscale bevoegdheid inzake
directe belastingen behouden, zelfs indien de Europese
Unie in principe over een samenlopende bevoegdheid
beschikt krachtens artikel 115 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). De
Raad stelt inderdaad met eenparigheid van stemmen
richtlijnen vast voor het nader tot elkaar brengen van
de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de
lidstaten die rechtstreeks van invloed zijn op de instelling of de werking van de gemeenschappelijke markt.
Tot nu toe werd van deze samenlopende bevoegdheid
slechts op zeer beperkte wijze en op beperkt terrein
gebruik gemaakt.
Les États membres ont conservé leurs compétences fiscales en matière d’impôts directs, même si la
Communauté européenne dispose d’une compétence
concurrente de principe en vertu de l’article 115 du
Traité sur le fonctionnement de l’Union européenne
(TFUE). Le Conseil, statuant à l’unanimité, arrête en
effet des directives pour le rapprochement des dispositions législatives, réglementaires et administratives
des États membres qui ont une incidence directe sur
l’établissement ou le fonctionnement du marché commun. Jusqu’à présent, cette compétence concurrente
n’a été mise en œuvre que de manière très limitée et
dans des domaines limités.
Inzake administratieve bijstand voor de vestiging van
de inkomstenbelastingen heeft de Raad twee richtlijnen
aangenomen. Ze betreffen enkel de verrichtingen tussen inwoners van verschillende lidstaten en zijn dus van
weinig belang voor de betrekkingen tussen lidstaten en
derde Staten.
En matière d’assistance administrative pour l’établissement des impôts sur les revenus, le Conseil a
adopté deux directives. Elles concernent uniquement
les opérations entre des résidents d’États membres
différents et sont donc de moindre importance pour les
relations entre États membres et États tiers.
Richtlijn 2003/48/EG van 3 juni 2003 betreft de belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm
van rentebetaling (de “spaarrichtlijn”). Het doel van die
richtlijn is te verzekeren dat de interest die in een lidstaat wordt toegekend aan uiteindelijk gerechtigden die
natuurlijke personen zijn en die hun fiscale woonplaats
in een andere lidstaat hebben, daadwerkelijk overeenkomstig het binnenlands recht van laatstgenoemde
lidstaat belast wordt. De Richtlijn raadt aan om daartoe
een beroep te doen op de automatische uitwisseling
van inlichtingen.
La directive 2003/48/CE du 3 juin 2003 concerne
la fiscalité des revenus de l’épargne sous la forme de
paiements d’intérêts (la directive “épargne”). L’objectif
de cette directive est de garantir que les intérêts alloués
dans un État membre à des bénéficiaires effectifs qui
sont des personnes physiques et qui ont leur domicile
fiscal dans un autre État membre soient effectivement
imposés conformément au droit interne de ce dernier
État membre. A cette fin, la directive préconise le recours
à l’échange automatique de renseignements.
In het kader van die Richtlijn, en om een kapitaalvlucht naar landen die geen lid zijn van de Europese
Unie te voorkomen, heeft de Europese Commissie
akkoorden gesloten met Zwitserland, Liechtenstein,
San Marino, Monaco en Andorra opdat die landen
maatregelen zouden invoeren van gelijke strekking als
die welke opgenomen zijn in de Richtlijn. Tegelijkertijd
heeft elk van de lidstaten gelijksoortige akkoorden
gesloten met de afhankelijke of geassocieerde gebieden van het Verenigd Koninkrijk en van Nederland
(de Kanaaleilanden, het Eiland Man, en verscheidene
gebieden in de Caraïben). De werkingssfeer van de
automatische uitwisseling van inlichtingen die door de
“spaarrichtlijn” en door voornoemde akkoorden wordt
ingesteld, blijft evenwel beperkt wegens het feit dat die
rechtsinstrumenten slechts de interest beogen die wordt
betaald aan natuurlijke personen.
Dans le cadre de cette directive et en vue d’éviter
une fuite des capitaux vers des pays non membres
de l’Union européenne, la Commission européenne
a conclu des accords avec Andorre, le Liechtenstein,
Monaco, Saint-Marin et la Suisse afin que ceux-ci
adoptent des mesures équivalentes à celles figurant
dans la directive. Parallèlement, chacun des États
membres a conclu des accords semblables avec les
territoires dépendants ou associés du Royaume-Uni
et des Pays-Bas (îles anglo-normandes, île de Man et
divers territoires des Caraïbes). Le champ d’application
de l’échange automatique de renseignements mis en
place par la “directive épargne” et par les accords précités demeure toutefois limité en raison du fait que ces
instruments juridiques ne visent que les intérêts payés
à des personnes physiques.
Bovendien regelt de nieuwe richtlijn 2011/16/EU
betreffende de administratieve samenwerking op het
gebied van de belastingen en tot intrekking van richtlijn
Par ailleurs, la nouvelle directive 2011/16/UE relative à la coopération administrative dans le domaine
fiscal et abrogeant la directive 77/799/CEE organise
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
11
77/799/EEG de uitwisseling tussen de lidstaten van
inlichtingen die naar verwachting relevant zullen zijn
voor de toepassing en de tenuitvoerlegging van hun
interne belastingwetgeving. Die nieuwe richtlijn, die op
11 maart 2011 in werking getreden is, vervangt richtlijn
77/799/EEG door het invoeren van de door de OESO
uitgewerkte internationale norm inzake uitwisseling van
fiscale gegevens.
l’échange entre les États membres de renseignements
vraisemblablement pertinents pour l’administration et
l’application de leur législation fiscale interne. Cette
nouvelle directive, entrée en vigueur le 11 mars 2011,
remplace la directive 77/799/CEE en intégrant le standard international d’échange de renseignements fiscaux
élaboré par l’OCDE.
Die nieuwe richtlijn bevat een hoofdstuk over de
betrekkingen met derde landen. Op grond van de bepalingen van artikel 24 van die richtlijn, mogen inlichtingen
die werden verkregen van een derde land – voor zover
een akkoord met dat derde land zulks toestaat – doorgegeven worden aan andere lidstaten van de Europese
Unie voor dewelke die inlichtingen van nut kunnen zijn.
Omgekeerd mogen inlichtingen die werden verkregen
van een andere lidstaat onder bepaalde voorwaarden
doorgegeven worden aan een derde land. Artikel 1 van
de richtlijn stelt uitdrukkelijk dat de richtlijn geen afbreuk
doet aan het feit dat de lidstaten al hun verplichtingen
moeten nakomen aangaande een meer uitgebreide
administratieve samenwerking die kan voortvloeien uit
andere rechtsmiddelen, met inbegrip van eventuele
bilaterale of multilaterale akkoorden.
Cette nouvelle directive comporte un chapitre relatif
aux relations avec les pays tiers. En vertu des dispositions de l’article 24 de cette directive, des informations
reçues d’un pays tiers peuvent, pour autant qu’un accord
avec ce pays tiers l’autorise, être transmises à d’autres
États membres de l’Union européenne auxquels ces
informations peuvent être utiles. Inversement, des informations reçues d’un autre État membre peuvent, à certaines conditions, être transmises à un pays tiers. Il est
expressément stipulé à l’article premier de la directive
que celle-ci ne porte pas atteinte à l’obligation pour les
États membres de respecter tous leurs engagements
relatifs à une coopération administrative plus étendue
qui résulterait d’autres instruments juridiques, y compris
d’éventuels accords bilatéraux ou multilatéraux.
Rekening houdend enerzijds met het feit dat deze
Overeenkomst een artikel omvat inzake de uitwisseling
van inlichtingen, daaronder begrepen inlichtingen in het
bezit van banken, en anderzijds met de rechtspraak
van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ
EU) omtrent artikel 63 van het Verdrag betreffende de
werking van de Europese Unie (VWEU), heeft deze
Overeenkomst in elk geval tot gevolg dat de in artikel
63 van het VWEU vastgelegde vrijheid van verkeer van
kapitaal, conform de rechtspraak van het HvJ EU, in zijn
totaliteit zal moeten worden toegepast met Uruguay.
Dit betekent dat de eventuele beperkingen die zouden
voortkomen uit een wetgeving die in België werd ingevoerd na 31 december 1993 en die verder behouden
konden blijven wegens het ontbreken van een uitwisseling van bankgegevens tussen België en Uruguay,
zullen moeten worden opgeheven in de betrekkingen
tussen België en Uruguay zodra deze Overeenkomst
van toepassing zal zijn.
Tenant compte, d’une part, du fait que la présente
Convention comporte un article en matière d’échange
de renseignements, y compris ceux en possession des
banques, et, d’autre part, de la jurisprudence de la Cour
de Justice de l’Union européenne (CJUE) relative à
l’article 63 du Traité concernant le fonctionnement de
l’Union européenne (TFUE), la présente Convention
implique en tout cas que la liberté de circulation des
capitaux prévue par l’article 63 du TFUE devra être
appliquée complètement avec l’Uruguay, conformément
à la jurisprudence de la CJUE. Ceci implique que les
éventuelles restrictions qui trouveraient leur origine
dans une législation introduite en Belgique après le
31 décembre 1993, et qui pouvaient être maintenues
en raison de l’absence d’échange de renseignements
bancaires entre la Belgique et l’Uruguay, devront être
levées dans les relations entre la Belgique et ce pays
dès que la présente Convention sera applicable.
De Europese Commissie heeft op 28 april 2009 een
mededeling aangenomen waarin de maatregelen worden geïnventariseerd die de lidstaten zouden moeten
nemen ter bevordering van het “goed bestuur” in belastingzaken (zijnde de transparantie en de uitwisseling van
inlichtingen verbeteren en verder vooruitgaan op de weg
van eerlijke concurrentie in belastingzaken). Zij verzoekt
met name de lidstaten om in hun bilaterale betrekkingen
te kiezen voor een aanpak die in overeenstemming is
met de beginselen van goed bestuur.
Enfin, la Commission européenne a adopté le
28 avril 2009 une communication dans laquelle sont
recensées les mesures que les États membres devraient
prendre pour promouvoir la “bonne gouvernance” dans
le domaine fiscal (c’est-à-dire améliorer la transparence
et l’échange d’informations et progresser sur la voie de
la concurrence loyale en matière fiscale). La Commission
demande notamment aux États membres d’opter dans
leurs relations bilatérales pour une approche conforme
aux principes de bonne gouvernance.
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
12
DOC 54
In de huidige Europese juridische context behoudt
België derhalve de bevoegdheid tot het sluiten van
overeenkomsten die bedoeld zijn om dubbele belasting inzake belastingen naar het inkomen te vermijden
en om de administratieve samenwerking in fiscale
aangelegenheden te versterken. De bepalingen van
de Overeenkomst die binnen het kader van die bevoegdheid werd gesloten, houden bovendien rekening
met de verplichtingen die voor België uit voormelde
Europese richtlijnen voortvloeien. De bepalingen van de
Overeenkomst zijn conform met de beginselen van goed
bestuur die door de Commissie worden aanbevolen.
C. Socio-economische impact
1691/001
Dans le contexte juridique européen actuel, la
Belgique conserve par conséquent la compétence de
conclure des conventions destinées à éviter la double
imposition en matière d’impôts sur le revenu et à renforcer la coopération administrative en matière fiscale. En
outre, les dispositions de la présente Convention, qui a
été conclue dans le cadre de cette compétence, tiennent
compte des obligations imposées à la Belgique par les
directives européennes précitées et sont conformes
aux principes de bonne gouvernance prônés par la
Commission.
C. Impact socio-économique
Het is moeilijk om nauwkeurig in te schatten welke
impact deze Overeenkomst zal hebben op sociaaleconomisch vlak. Deze Overeenkomst heeft inderdaad
tot doel de economische betrekkingen tussen België
en Uruguay te versterken. De nieuwe Overeenkomst
beoogt een beter klimaat te bieden voor de Belgische
investeerders in Uruguay en tevens België aantrekkelijker te maken voor Uruguayaanse investeerders.
D. Technische bepalingen
Il est difficile d’évaluer précisément l’impact qu’aura
la présente Convention sur le plan socio-économique.
Cette Convention a en effet pour objectif de renforcer les
relations économiques entre la Belgique et l’Uruguay.
La nouvelle Convention vise à la fois à offrir un meilleur
climat pour les investisseurs belges en Uruguay et à
rendre la Belgique plus attractive pour les investisseurs
uruguayens.
D. Dispositions techniques
De bepalingen van de Overeenkomst sluiten grotendeels aan bij de bepalingen van het fiscaal modelverdrag
dat door de OESO werd opgesteld (hierna “het OESOmodelverdrag”). De belangrijkste bepalingen van de
Overeenkomst worden hierna kort toegelicht.
Artikel 2 (Belastingen waarop de Overeenkomst van
toepassing is)
Les dispositions de la Convention correspondent en
grande partie aux dispositions du Modèle de convention fiscale élaboré par l’OCDE (ci-après “le Modèle
OCDE”). Les principales dispositions de la Convention
sont brièvement commentées ci-dessous.
Article 2 (Impôts visés)
De Overeenkomst is wat Uruguay betreft van toepassing op de belasting op bedrijfsinkomsten (“Impuesto
a las Rentas de las Actividades Económicas – IRAE”),
de personenbelasting (“Impuesto a las Rentas de las
Peronas Fisicas – IRPF”), de belasting van niet-inwoners
(“Impuesto de las Rentas de los No Residentes –
IRNR”), de belasting voor de socialezekerheidsbijstand
(“Impuesto de Asistencia a la Seguridad Social – IASS”)
en de vermogensbelasting (“Impuesto al Patrimonio
– IP”). De belangrijkste kenmerken van deze belastingen worden uiteengezet in deel A (Belastingsysteem
Uruguay) hierboven.
La Convention s’applique, en ce qui concerne l’Uruguay, à l’impôt sur le revenu des entreprises (“Impuesto
a las Rentas de las Actividades Económicas – IRAE”),
à l ’impôt sur le revenu des personnes physiques
(“Impuesto a las Rentas de las Peronas Fisicas – IRPF”),
à l’impôt sur le revenu des non-résidents (“Impuesto de
las Rentas de los No Residentes – IRNR”), à l’impôt
pour l’assistance à la sécurité sociale (“Impuesto de
Asistencia a la Seguridad Social – IASS”) et à l’impôt
sur la fortune (“Impuesto al Patrimonio – IP”). Les principales caractéristiques de ces impôts ont été exposées
ci-dessus dans la partie A (Système fiscal de l’Uruguay).
Wat België betreft is de Overeenkomst van toepassing op de personenbelasting, de vennootschapsbelasting, de rechtspersonenbelasting en de belasting van
niet-inwoners, met inbegrip van de voorheffingen en
de opcentiemen op die belastingen en voorheffingen.
En ce qui concerne la Belgique, la Convention s’applique à l’impôt des personnes physiques, à l’impôt des
sociétés, à l’impôt des personnes morales et à l’impôt
des non-résidents, y compris les précomptes et les
additionnels auxdits impôts et précomptes.
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
13
Daarnaast zal de Overeenkomst eveneens van toepassing zijn op alle gelijke of in wezen gelijksoortige
belastingen die na de datum van de ondertekening
naast of in de plaats van de bestaande belastingen
worden geheven.
En outre, la Convention s’appliquera également à tous
les impôts de nature identique ou analogue qui seraient
établis après la date de la signature et qui s’ajouteraient
aux impôts actuels ou qui les remplaceraient.
Vermits de materiële werkingssfeer van de
Overeenkomst (zie toelichting bij Artikel 25 (Uitwisseling
van inlichtingen)) zich uitstrekt tot de belastingen die
worden geheven ten behoeve van de staatkundige
onderdelen of van de plaatselijke gemeenschappen
van België, heeft deze Overeenkomst een gemengd
karakter.
Etant donné que le champ d’application matériel de
la Convention s’étend aux impôts perçus pour le compte
des subdivisions politiques ou collectivités locales de
la Belgique (voir les commentaires relatifs à l’article
25 (Echange de renseignements)), cette Convention a
un caractère mixte.
Artikel 3, paragraaf 1, j), (i) (Definitie bevoegde
autoriteit)
Article 3, paragraphe 1er, j), (i) (Définition de l’autorité
compétente)
Aangezien de Overeenkomst een gemengd karakter
heeft, worden naast de minister van Financiën van de
federale Regering eveneens de minister van Financiën
van een Gewest en/of een Gemeenschapsregering
als “bevoegde autoriteit” aangeduid, al naargelang de
context.
En raison du caractère mixte de la Convention, les
Ministres des Finances des Gouvernements régionaux
et/ou communautaires sont, comme le ministre des
Finances du Gouvernement fédéral, désignés comme
“autorité compétente”, selon le contexte.
Ondanks het feit dat de werkingssfeer van de
Overeenkomst de belastingen omvat die worden geheven ten behoeve van verschillende bestuursniveaus
(federaal, gewesten en gemeenschappen) zal de
communicatie met Uruguay wat de uitwisseling van
inlichtingen (Artikel 25) en de invorderingsbijstand
(Artikel 26) betreft, verlopen via één enkel (centraal)
contactpunt. De organisatie en concrete werking van dit
contactpunt, alsook de samenwerking tussen dit contactpunt en alle betrokken bestuursniveaus, maken het
voorwerp uit van twee samenwerkingsakkoorden. Deze
samenwerkingsakkoorden hebben betrekking op de
uitgewisselde inlichtingen en op de verleende bijstand,
niet alleen in het kader van een bilateraal verdrag of
akkoord (een overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting of een akkoord inzake de uitwisseling van
fiscale inlichtingen), maar ook in het kader van richtlijn
2010/24/EU betreffende de wederzijdse bijstand inzake
de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien
uit belastingen, rechten en andere maatregelen, in het
kader van richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op fiscaal gebied alsmede in het
kader van het multilateraal Verdrag inzake wederzijdse
administratieve bijstand in fiscale aangelegenheden van
de OESO en de Raad van Europa.
Bien que le champ d’application de la Convention
s’étende aux impôts perçus par ou pour le compte
de différents niveaux de pouvoir (Fédéral, Régions et
Communautés), la communication avec l’Uruguay en
ce qui concerne l’échange de renseignements (Article
25) et l’assistance au recouvrement (Article 26) passera
par un seul point de contact (central). L’organisation et
le fonctionnement concret de ce point de contact, ainsi
que la collaboration entre ce point de contact et tous
les niveaux de pouvoir concernés, font l’objet de deux
accords de coopération. Ces accords de coopération
portent sur les renseignements échangés et l’assistance
fournie non seulement dans le cadre d’un traité bilatéral
(convention préventive de la double imposition ou accord
d’échange de renseignements fiscaux) mais également
dans le cadre de la directive 2010/24/UE concernant
l’assistance mutuelle en matière de recouvrement des
créances relatives aux taxes, impôts, droits et autres
mesures, de la directive 2011/16/UE relative à la coopération administrative dans le domaine fiscal ainsi que
dans le cadre de la Convention multilatérale concernant
l’assistance administrative mutuelle en matière fiscale
de l’OCDE et du Conseil de l’Europe.
Article 5 (Etablissement stable)
Artikel 5 (Vaste inrichting)
In paragraaf 3, subparagraaf a) van dit artikel is bepaald dat de plaats van uitvoering van een bouwwerk,
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
Le paragraphe 3, alinéa a) de cet article stipule qu’un
chantier de construction ou de montage ne constitue
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
14
DOC 54
1691/001
van constructie- of installatiewerkzaamheden alleen
dan een vaste inrichting uitmaakt indien de duur van
dat bouwwerk of die werkzaamheden 6 maanden
overschrijdt.
un établissement stable que si la durée de ce chantier
dépasse 6 mois.
Verder is in paragraaf 3, subparagraaf b) van dit
artikel een bepaling opgenomen omtrent de al dan niet
aanwezigheid van een vaste inrichting in hoofde van een
onderneming die diensten (met inbegrip van adviezen)
verstrekt in de andere overeenkomstsluitende Staat door
middel van werknemers of ander personeel die de onderneming daarvoor in dienst heeft genomen. Zodanige
werkzaamheden zullen enkel aanleiding geven tot een
vaste inrichting indien de werknemers of ander personeel (voor dezelfde of ermede verband houdende
werkzaamheden) gedurende meer dan 6 maanden in
de andere overeenkomstsluitende Staat aanwezig zijn.
En outre, le paragraphe 3, alinéa b) de cet article
contient une disposition concernant l’existence ou non
d’un établissement stable dans le chef d’une entreprise qui fournit des services (y compris les services
de consultant) dans l’autre État contractant par l’intermédiaire de salariés ou d’autre personnel engagé par
l’entreprise à cette fin. De telles activités ne donneront
lieu à un établissement stable que si les salariés ou
autres membres du personnel sont présents pendant
plus de 6 mois dans l’autre État contractant (pour le
même projet ou un projet connexe).
Artikel 10 (Dividenden)
Article 10 (Dividendes)
De Overeenkomst voorziet in een bronheffing die
beperkt is tot maximaal 5 % van het brutobedrag van
de dividenden indien de uiteindelijk gerechtigde een
vennootschap is die onmiddellijk ten minste 10 % bezit
van het kapitaal van de uitkerende vennootschap.
La Convention prévoit une imposition à la source
limitée à maximum 5 % du montant brut des dividendes
si le bénéficiaire effectif est une société qui détient
directement au moins 10 % du capital de la société
distributrice.
Indien de uiteindelijk gerechtigde van de dividenden
een pensioenfonds is die inwoner is van de andere
overeenkomstsluitende Staat dan zijn deze dividenden
vrijgesteld van een belasting aan de bron.
Si le bénéficiaire effectif des dividendes est un fonds
de pension qui est un résident de l’autre État contractant, ces dividendes sont exonérés d’impôt à la source.
De bronheffing is beperkt tot maximaal 15 % van het
brutobedrag van de dividenden in alle andere gevallen.
L’imposition à la source est limitée à maximum 15 %
du montant brut des dividendes dans tous les autres cas.
Artikel 11 (Interest)
Article 11 (Intérêts)
De Overeenkomst voorziet in een bronheffing die
beperkt is tot 10 % van het brutobedrag van de interesten. Niettegenstaande deze bepaling, is de interest
vrijgesteld van bronheffing indien:
La Convention prévoit une imposition à la source
limitée à 10 % du montant brut des intérêts. Nonobstant
cette disposition, les intérêts sont exonérés d’impôt à
la source si:
— de interest betaald wordt aan een pensioenfonds
in de andere overeenkomstsluitende Staat; of
— les intérêts sont payés à un fonds de pension établi
dans l’autre État contractant; ou
— de interest betaald wordt aan de andere overeenkomstsluitende Staat, aan een van de staatkundige
onderdelen of plaatselijke gemeenschappen daarvan
of aan een openbare entiteit.
— les intérêts sont payés à l’autre État contractant,
à une des subdivision politiques ou collectivité locales
de celui-ci ou à une entité publique.
Artikel 12 (Royalty’s)
Article 12 (Redevances)
De Overeenkomst voorziet in een bronheffing die
beperkt is tot 10 % van het brutobedrag van de royalty’s.
La Convention prévoit une imposition à la source
limitée à 10 % du montant brut des redevances.
Voor wat betreft royalty’s verkregen voor het gebruik
van, of voor het recht van gebruik van, nijverheids-,
En ce qui concerne les redevances perçues pour
l’usage ou la concession de l’usage d’un équipement
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
15
handels- of wetenschappelijke uitrusting, kan de uiteindelijk gerechtigde die inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat ervoor kiezen om belast te worden op
een nettogrondslag als ware hij inwoner van de andere
overeenkomstsluitende Staat. Die keuze kan pas worden gemaakt nadat de hiervoor beschreven bronheffing
werd toegepast.
industriel, commercial ou scientifique, le bénéficiaire
effectif qui est un résident d’un État contractant peut
opter pour l’imposition sur une base nette comme s’il
était résident de l’autre État contractant. Ce choix ne
peut être opéré qu’après application de l’imposition à
la source décrite ci-avant.
Punt 3 van het Protocol (“Meest begunstigde natie
clausule”)
Point 3 du Protocole (“Clause de la nation la plus
favorisée”)
Punt 3 van het Protocol voorziet dat indien Uruguay
na de ondertekening van de Overeenkomst met een andere lidstaat van de Europese Unie, een Overeenkomst
ondertekent die voorziet in lagere belastingtarieven of in
andere (ruimere) vrijstellingen dan die waarin artikel 10,
11 of 12 van deze Overeenkomst voorzien, de bevoegde
autoriteiten met elkaar in overleg treden met het oog op
een eventuele herziening van de genoemde artikelen.
Le point 3 du Protocole prévoit que si, après la signature de la Convention, l’Uruguay signe avec un autre
État membre de l’Union européenne une Convention
qui prévoit des taux d’imposition inférieurs ou d’autres
exonérations (plus larges) que ceux prévus aux articles
10, 11 ou 12 de la présente Convention, les autorités
compétentes se concerteront afin de revoir éventuellement les articles en question.
Artikel 13 (Vermogenswinst) en punt 4 van het
Protocol
Article 13 (Gains en capital) et point 4 du Protocole
Paragraaf 4 van artikel 13 voorziet dat voordelen die
worden verkregen door een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat uit de vervreemding van aandelen
waarvan meer dan 50 % van de waarde onmiddellijk
of middellijk bestaat uit in de andere overeenkomstsluitende Staat gelegen onroerende goederen, in die
andere Staat (i.e. de liggingstraat) mogen worden belast.
Le paragraphe 4 de l’article 13 prévoit que les gains
qu’un résident d’un État contractant tire de l’aliénation
d’actions qui tirent directement ou indirectement plus
de 50 % de leur valeur de biens immobiliers situés dans
l’autre État contractant sont imposables dans cet autre
État (c.-à-d. l’État de situation des biens).
Deze paragraaf is niet van toepassing indien de vervreemde aandelen genoteerd zijn op een erkende effectenbeurs van België of Uruguay, indien de vervreemding
plaatsvindt in het kader van een fusie of een splitsing,
of wanneer in de onroerende goederen waaraan de
aandelen hun waarde ontlenen een actieve handels- of
bedrijfswerkzaamheid wordt uitgeoefend. Punt 4 van het
Protocol verduidelijkt de begrippen “fusie” en “splitsing”.
Ce paragraphe ne s’applique pas si les actions aliénées sont cotées sur un marché boursier reconnu de
la Belgique ou de l’Uruguay, si l’aliénation se déroule
dans le cadre d’une fusion ou d’une scission, ou si
une activité commerciale ou d’entreprise est exercée
activement dans les biens immobiliers dont les actions
tirent leur valeur. Le point 4 du Protocole précise les
notions de “fusion” et de “scission”.
Artikel 17 (Pensioenen) en punt 6 van het Protocol
Article 17 (Pensions) et point 6 du Protocole
Waar pensioenen en andere soortgelijke beloningen
in beginsel slechts belastbaar zijn in de woonplaatsstaat, mogen ze ook worden belast in de bronstaat,
doch de bronheffing mag niet meer bedragen dan 10 %.
Wanneer het gaat om forfaitaire pensioenbedragen geldt
de beperking van de bronheffing slechts wanneer de
gepensioneerde gedurende ten minste 5 jaar aan de
woonplaatsvereiste heeft voldaan.
Si les pensions et autres rémunérations similaires
sont en principe exclusivement imposables dans l’État
de résidence, elles peuvent également être imposées
dans l’État de la source mais l’imposition à la source
ne peut excéder 10 %. Lorsqu’il s’agit de capitaux de
pension, la limitation de l’imposition à la source n’est
applicable que lorsque le pensionné a satisfait à la
condition de résidence pendant au moins 5 ans.
Artikel 22, paragraaf 1 (Vermijden van dubbele
belasting in België) en punten 7 en 8 van het Protocol
Article 22, paragraphe 1er (Elimination de la double
imposition en Belgique) et points 7 et 8 du Protocole
De gebruikelijke regels voor het vermijden van dubbele belasting in België zijn van toepassing:
Les règles habituelles pour l’élimination de la double
imposition en Belgique sont d’application:
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
16
DOC 54
1691/001
a) Vrijstelling met progressievoorbehoud (paragraaf
1, a) en c))
a) Exemption avec réserve de progressivité (paragraphe 1er, a) et c))
Inkomsten (niet zijnde dividenden, interest of royalty’s)
die ingevolge de bepalingen van de Overeenkomst in
Uruguay zijn belast, worden vrijgesteld met progressievoorbehoud in België. Wat de inkomsten die worden
verkregen door natuurlijke personen betreft voorziet de
Overeenkomst echter pas in een vrijstelling indien deze
inkomsten effectief zijn belast in Uruguay.
Les revenus (autres que les dividendes, intérêts ou
redevances) qui sont imposés en Uruguay conformément aux dispositions de la Convention sont exemptés
sous réserve de progressivité en Belgique. En ce qui
concerne les revenus perçus par des personnes physiques, la Convention ne prévoit cependant une exemption que si ces revenus sont effectivement imposés
en Uruguay.
In punt 7 van het Protocol wordt het begrip “effectief
belast” nader toegelicht. Meer gedetailleerde informatie omtrent dit begrip kan worden teruggevonden
in de administratieve circulaire AFZ nr. 4/2010 d.d.
06 april 2010 (addendum bij de circulaire AOIF nr. Ci.R9.
Div/577 956 d.d. 11 mei 2006).
Le p o int 7 d u Pr oto c o l e c l ar ifie la n ot i o n
d’“effectivement imposé”. De plus amples informations relatives à cette notion se trouvent dans la circulaire administrative AAF n°4/2010 du 06 avril 2010 (addendum à la circulaire AFER n°Ci.R9.Div/577 956 du
11 mai 2006).
Het begrip “belast”, dat in bovenvermelde circulaire tevens aan bod komt, wordt in de context van
de Overeenkomst met Uruguay nader uiteengezet in
punt 8 van het Protocol. Winst van vennootschappen
afkomstig uit Uruguay wordt in het bijzonder geacht
te zijn “belast” indien ze aan één of meerdere van de
opgesomde belastingregimes onderworpen is geweest.
Belangrijke voorwaarde is wel dat het moet gaan over
winst die voortkomt uit een actieve bedrijfsuitoefening
in Uruguay. Dus indien de winst niet voortkomt uit de
actieve bedrijfsuitoefening in Uruguay, is niet voldaan
aan de zogenaamde taxatievoorwaarde en zal de
winst afkomstig uit deze regimes in België niet worden
vrijgesteld.
La notion d’“imposé”, également abordée dans la
circulaire précitée, est clarifiée dans le contexte de la
Convention avec l’Uruguay au point 8 du Protocole.
En particulier, les bénéfices de société de source uruguayenne doivent être considérés comme “imposés”
s’ils ont été soumis à un ou plusieurs des régimes
fiscaux énumérés. Une condition importante, toutefois,
est qu’il doit s’agir de bénéfices tirés de l’exercice actif
d’une activité d’entreprise en Uruguay. Dès lors, si les
bénéfices ne résultent pas de l’exercice actif d’une activité d’entreprise en Uruguay, la condition “de taxation”
n’est pas remplie et les bénéfices tirés de ces régimes
ne seront pas exemptés en Belgique.
Niettegenstaande de hierboven vermelde voorwaarde van “actieve bedrijfsuitoefening” specifieert paragraaf b) van punt 8 van het Protocol dat inkomsten uit
welbepaalde activiteiten, die in Uruguay zijn vrijgesteld
van belasting, toch aan deze substantievoorwaarde
voldoen, en dus kunnen worden beschouwd als zijnde
“belast” voor de toepassing van artikel 22, paragraaf 1,
a) van de Overeenkomst. Het gaat hierbij over financiële
activiteiten, holdingactiviteiten of het verlenen van diensten, inclusief dienstverlenende activiteiten die vallen
onder het regime van de vrije zones. Deze uitzondering
is echter enkel van toepassing indien de inkomsten
geen bestanddelen omvatten die in mindering werden
gebracht van belastbare inkomsten in België. Inkomsten
die worden “omgeleid” via Uruguay komen dus niet in
aanmerking voor vrijstelling in België.
Nonobstant la condition relative à l’“exercice actif
d’une activité d’entreprise” mentionnée ci-avant, le
paragraphe b) du point 8 du Protocole précise que les
revenus de certaines activités déterminées, qui sont
exonérés d’impôt en Uruguay, satisfont néanmoins
à cette condition de substance et peuvent donc être
considérés comme “imposés” pour l’application de
l’article 22, paragraphe 1er, a) de la Convention. Il s’agit
en l’occurrence d’activités financières ou de holding
ou de fourniture de services, y compris les activités
de prestataires de services qui relèvent du régime des
zones franches. Cette exception ne s’applique toutefois
que si les revenus ne comprennent pas d’éléments qui
ont été portés en déduction de revenus imposables en
Belgique. Les revenus “détournés” via l’Uruguay ne
peuvent donc pas bénéficier de l’exemption en Belgique.
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
17
Toelichting bij de specifiek opgesomde Uruguayaanse
belastingregimes (punt 8, paragraaf a) van het Protocol)
Précisions concernant les régimes fiscaux uruguayens expressément énumérés (point 8, paragraphe
a) du Protocole)
De Wet ter bevordering van het toerisme (“Tourism
Promotion Law”) voorziet in bepaalde stimulansen voor
hotels, vakantieoorden en andere dergelijke inrichtingen. Zo zijn deze zaken onder meer vrijgesteld van de
BTW en zijn ze gedurende de eerste 10 jaar na hun oprichting vrijgesteld van de vermogensbelasting. Op het
vlak van de ondernemingsbelasting gelden versnelde
afschrijvingsregimes.
La Loi pour la promotion du tourisme (“Tourism
Promotion Law”) prévoit certaines mesures incitatives
pour les hôtels, centres de villégiature et autres infrastructures similaires. Ainsi, ces établissements sont
notamment exonérés de la TVA et, pendant les 10 premières années suivant leur construction, de l’impôt sur
le patrimoine. Au niveau de l’impôt sur les entreprises,
ils bénéficient de régimes d’amortissement accélérés.
De Wet op de vrije zones (“Free Zones Law”) bakent
specifieke gebieden af waar de aldaar gevestigde ondernemingen geen invoerrechten betalen en vrijgesteld
zijn van alle belastingen (exclusief de sociale zekerheidsbijdragen). Ondernemingen die zijn gevestigd in
een dergelijk afgebakend gebied mogen, om te kunnen
genieten van deze belastingvoordelen, geen activiteiten van industriële of commerciële aard uitoefenen of
diensten verlenen buiten deze gebieden. Een beperkt
aantal diensten mogen echter worden verricht buiten
de afgebakende zone (ontwikkeling software en ITconsulting). Daarnaast mogen ook diensten aangaande
beheer, administratie en boekhouding worden verstrekt
aan afhankelijke ondernemingen die actief zijn in de maritieme of logistieke sector buiten het afgebakend gebied
op voorwaarde dat de hieruit verkregen inkomsten niet
meer dan 20 % van de totale omzet bedragen.
La Loi sur les zones franches (“Free Zones Law”)
délimite des zones spécifiques à l’intérieur desquelles
les entreprises qui y sont établies ne paient pas de droits
d’importation et sont exemptées de tout impôt (à l’exception des cotisations de sécurité sociale). Pour pouvoir
bénéficier de ces avantages fiscaux, les entreprises
établies dans une telle zone ne peuvent exercer aucune
activité de nature industrielle ou commerciale ou fournir
des services en dehors de cette zone. Un nombre limité
de services peuvent toutefois être prestés en dehors
de la zone délimitée (développement de logiciels et
consultance informatique). En outre, des services relatifs
à la gestion, l’administration et la comptabilité peuvent
également être fournis à des entreprises liées opérant
dans le secteur maritime ou logistique en dehors de
la zone délimitée, à condition que le total des revenus
tirés de ces activités ne dépasse pas 20 % du chiffre
d’affaires total.
De Wet op de bosbedrijven (“Forestry Law”) voorziet
onder bepaalde voorwaarden in de vrijstelling van de
IRAE en de vermogensbelasting.
La Loi sur la sylviculture (“Forestry Law”) prévoit
sous certaines conditions l’exonération de l’IRAE et de
l’impôt sur le patrimoine.
De voordelen voor citrusplantages (“Citrus Plantation
Benefits”) houden onder meer in dat de bedrijven
actief binnen deze sector vrijgesteld zijn van de
vermogensbelasting.
Les avantages en matière de plantations d’agrumes
(“Citrus Plantation Benefits”) incluent notamment l’exonération de l’impôt sur le patrimoine pour les entreprises
opérant dans ce secteur.
De Wet ter bevordering van investeringen (Investment
Promotion Law) bevat een aantal stimulerende maatregelen voor investeringsprojecten in de industrie en landbouw. Een aantal van die maatregelen is automatisch
van toepassing (bepaalde vrijstellingen inzake BTW en
vermogensbelasting), andere zijn afhankelijk van de
aard en het bedrag van de investering (bv. tijdelijke en
gedeeltelijke vrijstelling van ondernemingsbelasting).
La Loi pour la promotion des investissements
(“Investment Promotion Law”) contient un certain
nombre de mesures incitatives pour les projets d’investissement dans l’industrie et l’agriculture. Un certain
nombre de ces mesures s’appliquent automatiquement
(certaines exemptions en matière de TVA et d’impôt
sur le patrimoine), d’autres dépendent de la nature et
du montant de l’investissement (p. ex.: exonération
temporaire et partielle de l’impôt sur les entreprises).
Subparagraaf c) voorziet in de regel van het progressievoorbehoud. De vrijgestelde inkomsten worden in
aanmerking genomen om het belastingtarief vast te
stellen dat van toepassing is op het resterend gedeelte
L’alinéa c) énonce la règle de la réserve de progressivité. Les revenus exonérés sont pris en compte pour
déterminer le taux d’imposition applicable au reste du
revenu du contribuable et pour calculer les centimes
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
18
DOC 54
van het inkomen van de belastingplichtige en om de
gemeentelijke opcentiemen (en aanvullende belastingen
geheven door de agglomeraties) te berekenen.
1691/001
additionnels communaux (et les taxes additionnelles
perçues par les agglomérations).
b) Entités hybrides (paragraphe 1er, b))
b) Hybride entiteiten (paragraaf 1, b))
Overeenkomstig het Belgisch standaardmodel is in
de Overeenkomst bepaald dat België ook vrijstelling verleent voor inkomsten die overeenkomstig de Belgische
wetgeving als dividenden worden beschouwd en die
door een inwoner van België worden behaald uit een
deelneming in een entiteit met plaats van werkelijke leiding in Uruguay, maar die niet als dusdanig in Uruguay
wordt belast (fiscale transparantie). De vrijstelling wordt
verleend op voorwaarde dat de inwoner van België, naar
rato van zijn deelneming in zulke entiteit, door Uruguay
is belast op de inkomsten waaruit de inkomsten die
overeenkomstig de Belgische wetgeving als dividenden worden beschouwd, zijn betaald. Bovendien is de
vrijstelling beperkt tot de inkomsten die zijn verkregen
na aftrek van de kosten die in België of elders zijn gemaakt en die betrekking hebben op het beheer van de
deelneming in de entiteit.
Conformément au modèle standard belge, la
Convention stipule que la Belgique accorde également l’exemption pour les revenus considérés comme
des dividendes en vertu de la législation belge, et qui
sont perçus par un résident de Belgique au titre d’une
participation dans une entité dont le siège de direction
effective se trouve en Uruguay mais qui n’est pas imposée comme telle en Uruguay (transparence fiscale).
L’exemption est accordée à condition que le résident de
Belgique soit imposé en Uruguay, proportionnellement
à sa participation dans cette entité, sur les revenus au
moyen desquels les revenus considérés comme des
dividendes en vertu de la législation belge sont payés.
En outre, l’exemption est limitée aux revenus perçus,
après déduction des frais – encourus en Belgique ou
ailleurs – qui ont trait à la gestion de la participation
dans l’entité.
c) Vermijden van dubbele vrijstelling (paragraaf 1, d))
c) Elimination de la double exonération (paragraphe
1er, d))
De Overeenkomst voorziet dat bovenstaande bepalingen ter vermijding van dubbele belasting niet van
toepassing zijn op inkomsten verkregen door een inwoner van België indien Uruguay de bepalingen van de
Overeenkomst op dusdanige manier toepast dat zulke
inkomsten vrijgesteld zijn van belasting, of de bepalingen van artikel 10, paragraaf 2 of artikel 11, paragraaf
2 toepast om de belastingheffing van die inkomsten te
beperken.
La Convention prévoit que les dispositions décrites
ci-avant qui visent à éliminer la double imposition ne
s’appliquent pas aux revenus perçus par un résident
de Belgique si l’Uruguay applique les dispositions de
la Convention de manière telle que ces revenus sont
exemptés d ’impôt ou applique les dispositions de
l’article 10, paragraphe 2 ou de l’article 11, paragraphe
2 afin de limiter l’imposition de ces revenus.
Deze bepaling werd opgenomen om situaties van
dubbele niet-belasting te vermijden die voortvloeien
uit een verschillende interpretatie door de bronstaat en
de woonstaat van éénzelfde feitelijke situatie of van de
bepalingen van de Overeenkomst.
Cette disposition a été incluse pour éviter des situations de double non-imposition résultant d’une interprétation différente par l’État de la source et par l’État
de résidence d’une même situation factuelle ou des
dispositions de la Convention.
Indien in een bepaald geval de bronstaat van oordeel is dat een onderneming op zijn grondgebied
geen vaste inrichting heeft, doch de woonstaat van
de onderneming is van mening dat dat wel het geval
is, zal de bronstaat zich niet heffingsbevoegd achten,
terwijl de woonstaat van oordeel is dat het inkomen
conform de Overeenkomst mag worden belast door de
bronstaat en dus dient vrijgesteld te worden door de
woonstaat. Deze redenering gaat echter enkel op indien
de bepaling aangaande de vermijding van dubbele belasting is opgemaakt conform Artikel 23A, § 1 van het
OESO-Modelverdrag. Door de opname in artikel 22,
§ 1, a) van deze Overeenkomst van een zogenaamde
Si, dans un cas particulier, l’État de la source considère qu’une entreprise n’a pas d’établissement stable
sur son territoire alors que l’État de résidence de
l’entreprise estime que tel est le cas, l’État de la source
estimera ne pas disposer du pouvoir d’imposition, tandis
que l’État de résidence considèrera que le revenu est
imposable dans l’État de la source conformément à la
Convention et doit donc être exempté par l’État de résidence. Ce raisonnement n’est toutefois pertinent que
lorsque la disposition relative à l’élimination de la double
imposition est rédigée conformément à l’article 23A,
paragraphe 1er du Modèle de convention de l’OCDE.
Etant donné l’insertion à l’article 22, paragraphe 1er,
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
19
“onderworpenheidvereiste” (cf. de bewoordingen “zijn
belast” en “zijn effectief belast”) zal België in het hierboven vermelde voorbeeld als woonstaat het bedoelde
inkomen niet vrijstellen en blijft de subparagraaf d)
zonder verder gevolg.
a) de la présente Convention d’une “condition d’assujettissement” (cf. les termes “sont imposés” et “sont
effectivement imposés”), la Belgique, en tant qu’État de
résidence dans l’exemple donné ci-avant, n’exemptera
pas le revenu concerné de sorte que l’alinéa d) restera
sans effet.
d) Vermijden van dubbele belasting op dividenden
(paragraaf 1, e) tot g))
d) Elimination de la double imposition sur les dividendes (paragraphe 1er, e) à g))
De Overeenkomst bepaalt in de eerste plaats dat
dividenden die een vennootschap die inwoner is van
België verkrijgt van een vennootschap die inwoner is van
Uruguay in België worden vrijgesteld op de voorwaarden
en binnen de grenzen van het stelsel van de “definitief
belaste inkomsten” (DBI) (cf. paragraaf 1, e)).
La Convention stipule en premier lieu que les dividendes qu’une société résidente de Belgique reçoit
d’une société résidente de l’Uruguay sont exemptés
en Belgique aux conditions et dans les limites du
régime des “revenus définitivement taxés” (RDT) (cf.
paragraphe 1er, e)).
In de tweede plaats is voorzien dat dividenden die niet
in aanmerking komen voor de hierboven vermelde vrijstelling toch worden vrijgesteld van vennootschapsbelasting doch enkel indien de uitkerende Uruguayaanse
vennootschap daadwerkelijk betrokken is bij de actieve
uitoefening van een bedrijf in Uruguay en de dividenden
worden betaald uit inkomsten die worden voorgebracht
door deze actieve uitoefening. In dat geval wordt de
vrijstelling toegekend op de voorwaarden en binnen de
grenzen van de DBI-regeling, met uitzondering van de
bepalingen van deze regeling die betrekking hebben op
het belastingregime van de Uruguayaanse uitkerende
vennootschap of van de inkomsten waaruit de dividenden worden betaald (i.e. de zogenaamde “kwalitiatieve”
DBI-voorwaarden) (cf. paragraaf 1, f)).
En deuxième lieu, il est prévu que les dividendes
non admissibles à l’exemption mentionnée ci-avant
sont néanmoins exemptés de l’impôt des sociétés,
mais uniquement si la société uruguayenne distributrice
exerce activement en Uruguay une activité d’entreprise
effective et si les dividendes sont payés au moyen de
revenus générés par cet exercice actif. Dans ce cas,
l’exemption est accordée aux conditions et dans les
limites du régime RDT, à l’exception des dispositions
de ce régime relatives au régime fiscal de la société
distributrice uruguayenne ou des revenus qui servent
au paiement des dividendes (c.-à-d. les conditions
“qualitatives” du régime RDT) (cf. paragraphe 1er, f)).
Indien tenslotte de dividenden niet worden vrijgesteld van vennootschapsbelasting onder één van de
voorgaande subparagrafen e) of f) verrekent België
de Uruguayaanse belasting die werd geheven op
die dividenden overeenkomstig artikel 10 van de
Overeenkomst, alsook de Uruguayaanse belasting van
de winst waaruit deze dividenden werden betaald, met
de in België verschuldigde vennootschapsbelasting die
betrekking heeft op die dividenden.
Enfin, si les dividendes ne sont pas exemptés de
l’impôt des sociétés en vertu d’un des sous-paragraphes e) ou f) précédents, la Belgique impute sur
l’impôt des sociétés afférent à ces dividendes dû en
Belgique l’impôt uruguayen établi sur ces dividendes
conformément à l’article 10 de la Convention, ainsi que
l’impôt uruguayen sur les bénéfices qui ont servi au
paiement de ces dividendes.
e) Forfaitair gedeelte van de buitenlandse belasting
(paragraaf 1, h))
e) Quotité forfaire d’impôt étranger (paragraphe 1er,
h))
Interest en royalty’s afkomstig uit Uruguay geven
aanleiding tot de verrekening van een forfaitair gedeelte
van de buitenlandse belasting onder de voorwaarden en
binnen de grenzen voorzien in de Belgische wetgeving.
Les intérêts et les redevances provenant de l’Uruguay donnent lieu à l’imputation de la quotité forfaitaire
d’impôt étranger aux conditions et dans les limites
prévues par la législation belge.
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
20
DOC 54
1691/001
f) Aftrek van buitenlandse verliezen (paragraaf 1, i))
f) Déduction des pertes étrangères (paragraphe
1er, i))
De nieuwe Overeenkomst bevat de gebruikelijke bepaling ter voorkoming van dubbele aftrek van verliezen
van buitenlandse vaste inrichtingen.
La nouvelle Convention contient la disposition habituelle destinée à prévenir la double déduction des pertes
des établissements stables étrangers.
Artikel 24 (Regeling voor onderling overleg)
Article 24 (Procédure amiable)
De Overeenkomst voorziet dat wanneer een regeling voor onderling overleg geen oplossing biedt, de
betrokken persoon een arbitrageprocedure kan aanvragen voor de onopgeloste punten. Dergelijk verzoek
kan echter niet worden ingediend wanneer er omtrent
de onopgeloste punten reeds een beslissing werd uitgesproken door een rechterlijke instantie of door een
administratieve rechtbank van België of van Uruguay.
Artikel 25 (Uitwisseling van inlichtingen)
La Convention prévoit que, lorsqu’une procédure
amiable n’apporte pas de solution, la personne concernée peut demander une procédure d’arbitrage pour
les questions non résolues. Une telle demande ne
peut cependant pas être introduite lorsqu’une décision
concernant ces questions non résolues a déjà été
rendue par un tribunal judiciaire ou administratif de la
Belgique ou de l’Uruguay.
Article 25 (Echange de renseignements)
De Overeenkomst is op het vlak van de uitwisseling van inlichtingen in overeenstemming met de internationale standaard inzake uitwisseling van fiscale
inlichtingen.
Le Convention est, dans le domaine de l’échange de
renseignements, conforme au standard international en
matière d’échange de renseignements fiscaux.
Paragraaf 1 van artikel 26 maakt het mogelijk om
inlichtingen uit te wisselen die naar verwachting relevant
zullen zijn voor de uitvoering van de bepalingen van de
Overeenkomst of voor de toepassing of de tenuitvoerlegging van de nationale wetgeving met betrekking tot
belastingen van elke soort en benaming die worden
geheven ten behoeve van de overeenkomstsluitende
Staten of van de staatkundige onderdelen of plaatselijke
gemeenschappen daarvan voor zover de belastingheffing waarin de nationale wetgeving voorziet niet in strijd
is met de Overeenkomst.
Le paragraphe 1er de l’article 26 permet d’échanger des
renseignements vraisemblablement pertinents pour la
mise en œuvre des dispositions de la Convention ou
pour l’application ou l’exécution de la législation interne
relative aux impôts de toute nature ou dénomination
perçus pour le compte des États contractants, de leurs
subdivisions politiques ou de leurs collectivités locales,
dans la mesure où l’imposition prévue par la législation
interne n’est pas contraire à la Convention.
Wat België betreft beoogt het nieuwe artikel 26 dus
alle belastingen, ongeacht hun soort of benaming, die
door de Federale Staat en door de andere beleidsniveaus worden geheven, dit wil zeggen:
En ce qui concerne la Belgique, le nouvel article
26 vise donc tous les impôts, quelle que soit leur nature
ou leur dénomination, perçus par l’État fédéral et par
les autres niveaux de pouvoir, c’est-à-dire:
— de federale belastingen (de vier inkomstenbelastingen, de belasting over de toegevoegde waarde, de
douane- en accijnsrechten, enz.);
— les impôts fédéraux (les quatre impôts sur les revenus, la taxe sur la valeur ajoutée, les droits de douane
et d’accises, etc.);
— de plaatselijke en gewestelijke belastingen, taksen, enz. voor dewelke de Federale Staat instaat voor
de dienst (bvb. de opcentiemen, de successierechten,
enz.);
— les impôts, taxes, etc. locaux et régionaux dont le
service est assuré par l’État fédéral (p. ex. les centimes
additionnels, les droits de succession, etc.);
— alle belastingen en taksen die rechtstreeks door
de gefedereerde entiteiten of lokale overheden geheven
— tous les impôts et taxes perçus directement par
les entités fédérées ou les pouvoirs locaux (p. ex. le
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
21
worden (bvb. de onroerende voorheffing die door het
Vlaams Gewest geheven wordt, de belasting op de
spelen en weddenschappen die door het Waals Gewest
geheven wordt, enz.).
précompte immobilier perçu par la Région flamande,
la taxe sur les jeux et paris perçue par la Région wallonne, etc.).
Het begrip “inlichtingen (…) die naar verwachting
relevant zullen zijn” heeft als bedoeling om een zo ruim
mogelijke uitwisseling van inlichtingen in belastingzaken te garanderen, daarbij duidelijk aangevend dat het
de overeenkomstsluitende Staten niet vrij staat om te
gaan “hengelen” naar inlichtingen of om inlichtingen
te vragen waarvan het weinig waarschijnlijk is dat ze
relevant zijn voor de opheldering van de belastingzaken van een welbepaalde belastingplichtige. Het feit
dat de werkelijke relevantie van de inlichtingen slechts
kan worden vastgesteld nadat de verzoekende partij
deze heeft ontvangen is geen voldoende reden om de
aangezochte Staat te ontslaan van de plicht om die
inlichtingen te verstrekken. Meestal volstaat het dat er
ernstige redenen zijn om aan te nemen dat die inlichtingen relevant zijn voor de vaststelling, de vestiging,
de toepassing of de invordering van een belasting die
door de Overeenkomst wordt beoogd.
La notion de “renseignements vraisemblablement
pertinents” a pour but d’assurer un échange de renseignements en matière fiscale qui soit le plus large
possible tout en indiquant clairement qu’il n’est pas
loisible aux États contractants “d’aller à la pêche aux
renseignements” ou de demander des renseignements
dont il est peu probable qu’ils soient pertinents pour élucider les affaires fiscales d’un contribuable déterminé.
Le fait que la pertinence réelle des renseignements ne
peut être déterminée qu’après réception de ceux-ci par
l’État requérant ne constitue pas une raison suffisante
pour que l’État requis soit dispensé de l’obligation de
fournir ces renseignements. Il suffit généralement que
des motifs sérieux permettent de penser que ces renseignements sont pertinents en vue de déterminer, établir,
appliquer ou percevoir un impôt visé par la Convention.
Paragraaf 2 bepaalt dat de verkregen inlichtingen op
dezelfde manier worden geheim gehouden als inlichtingen die onder de nationale wetgeving van de Staat
zijn verkregen.
Le paragraphe 2 stipule que les renseignements
reçus sont tenus secrets de la même manière que les
renseignements obtenus par un État en application de
sa législation interne.
Er is bepaald dat de personen en de autoriteiten
aan wie de inlichtingen mogen worden verstrekt die
inlichtingen enkel mogen gebruiken met het oog op het
uitoefenen van hun opdracht. Ze mogen die inlichtingen
evenwel kenbaar maken tijdens openbare rechtszittingen of in rechterlijke beslissingen.
Il est stipulé que les personnes et autorités auxquelles
les renseignements peuvent être communiqués ne sont
habilitées à en faire usage qu’en vue de l’exercice de
leur mission. Elles sont toutefois autorisées à révéler
ces renseignements au cours d’audiences publiques
de tribunaux ou dans des jugements.
Paragraaf 3 handelt over sommige beperkingen ten
gunste van de aangezochte Staat bij de uitwisseling
van inlichtingen. De aangezochte Staat is met name
niet verplicht om inlichtingen te verstrekken die hij
volgens zijn wetgeving of in de normale gang van zijn
administratieve praktijk niet zou kunnen verkrijgen voor
zijn eigen doeleinden.
Le paragraphe 3 traite de certaines limitations à
l’échange de renseignements en faveur de l’État requis.
L’État requis n’est notamment pas obligé de fournir des
renseignements qu’il ne pourrait pas obtenir pour son
propre usage sur la base de sa législation ou dans le
cadre normal de sa pratique administrative.
Op grond van paragraaf 4 moet de aangezochte Staat
de middelen aanwenden waarover hij inzake het inwinnen van inlichtingen beschikt, zelfs als die inlichtingen
enkel van nut zijn voor de andere Staat. Die paragraaf
brengt voor België geen nieuwe verplichtingen mee
want, zoals dat het geval is voor de meeste OESOlidstaten, was de Belgische praktijk reeds in overeenstemming met die regels.
Sur la base du paragraphe 4, l’État requis doit utiliser les moyens dont il dispose en matière de collecte
de renseignements, même si ces renseignements ne
sont utiles qu’à l’autre État. Ce paragraphe n’engendre
aucune obligation nouvelle pour la Belgique car la
pratique belge, comme celle de la plupart des États
membres de l’OCDE, était déjà conforme à ces règles.
Paragraaf 5 verbiedt de overeenkomstsluitende
Staten zich te verschuilen achter een eventueel bankgeheim om te weigeren inlichtingen uit te wisselen die
Le paragraphe 5 interdit aux États contractants de
se retrancher derrière un éventuel secret bancaire pour
refuser d’échanger des renseignements détenus par
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
22
DOC 54
1691/001
in het bezit zijn van een bank, een financiële instelling,
een stichting, een gevolmachtigde of een persoon die
werkzaam is in de hoedanigheid van een vertegenwoordiger of een vertrouwenspersoon (daaronder begrepen
een “trust”) of omdat die inlichtingen betrekking hebben
op eigendomsbelangen in een persoon.
une banque, un établissement financier, une fondation, un mandataire ou une personne agissant en tant
qu’agent ou fiduciaire (y compris un “trust”) ou parce
que ces renseignements se rattachent aux droits de
propriété d’une personne.
In een aantal adviezen betreffende soortgelijke akkoorden heeft de Raad van State de aandacht gevestigd
op twee taalkundige onvolkomenheden in de Nederlandse en Franse versies van paragraaf 5 van het door die
akkoorden ingevoerde nieuwe artikel inzake uitwisseling van inlichtingen, met name wat betreft de uitdrukkingen “person acting in […] a fiduciary capacity” en
“ownership interests in a person” die in de in het Engels
gestelde ondertekende versie van deze Overeenkomst
ook zijn opgenomen. In de Franse en Nederlandse
versies van de Overeenkomst werd rekening gehouden
met die adviezen1.
Dans plusieurs avis concernant des accords analogues, le Conseil d’État a attiré l’attention sur deux
imperfections linguistiques dans les versions néerlandaise et française du paragraphe 5 du nouvel article
relatif à l’échange de renseignements introduit par ces
accords. Ces imperfections ont trait à la traduction des
expressions “person acting in […] a fiduciary capacity”
et “ownership interest in a person” qui figurent également dans la version anglaise signée de la présente
Convention. Les versions néerlandaise et française de
la Convention tiennent compte de ces avis1.
Voor het overige wordt de aandacht erop gevestigd
dat men zich voor de interpretatie van die uitdrukkingen moet richten op de OESO-Commentaar ter zake
(Algemene Commentaar, OESO Modelverdrag artikel
26, nr. 19.10 en volgende).
L’attention est par ailleurs attirée sur le fait que, pour
l’interprétation des expressions précitées, il convient
de suivre les commentaires OCDE en la matière
(Commentaires sur l’article 26 du Modèle de convention
de l’OCDE, n° 19.10 et suivants).
Artikel 26 (Invorderingsbijstand)
Article 26 (Assistance au recouvrement)
Paragraaf 1 bepaalt dat de overeenkomstsluitende
Staten elkaar wederzijds bijstand zullen verlenen bij
de invordering van belastingvorderingen. In de paragrafen 3 en 4 van het artikel wordt nader ingegaan
op de vorm waarin die bijstand kan gevraagd worden.
De toepassingsregels volgens dewelke deze bijstand
wordt verleend kunnen in onderlinge overeenstemming
worden vastgelegd.
Le paragraphe 1er stipule que les États contractants
se prêteront mutuellement assistance lors du recouvrement de créances fiscales. Les paragraphes 3 et
4 de l’article traitent en détail de la forme sous laquelle
cette assistance peut être demandée. Les modalités
selon laquelle cette assistance est fournie peuvent être
déterminées d’un commun accord.
Paragraaf 2 definieert het begrip “belastingvordering”
en beperkt het tot de bedragen verschuldigd met betrekking tot de belastingen waarop de Overeenkomst van
toepassing is, alsmede de ermee verband houdende
interest, administratieve boetes en kosten van invordering of van conservatoire maatregelen. In tegenstelling tot Artikel 25 (Uitwisseling van inlichtingen) is het
toepassingsgebied van de invorderingsbijstand aldus
beperkt tot de belastingen naar het inkomen en naar
Le paragraphe 2 définit la notion de “créance fiscale” et la limite aux montants dus au titre des impôts
visés par la Convention, ainsi qu’aux intérêts, pénalités administratives et coûts de recouvrement ou de
conservation afférents à ces impôts. Contrairement à
l’article 25 (Echange de renseignements), le champ
d ’application de l’assistance au recouvrement est
ainsi limité aux impôts sur les revenus et sur la fortune,
y compris les précomptes et les additionnels auxdits
1
1
Deze aanpassingen zijn op gedetailleerde wijze uiteengezet
in de memorie van toelichting bij het Wetsontwerp houdende
instemming met het Tweede Protocol, gedaan te Parijs op
24 juni 2009, tot wijziging van de Overeenkomst tussen het
Koninkrijk België en Australië tot het vermijden van dubbele
belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met
betrekking tot belastingen naar het inkomen, ondertekend te
Canberra op 13 oktober 1977, zoals gewijzigd door het Protocol,
ondertekend te Canberra op 20 maart 1984, en tot aanpassing
van de Belgische belastingwetgeving aan sommige bepalingen
van voormeld Tweede Protocol (Wetgevingsstuk nr. 5-962/1, blz.
15-16).
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
Ces avis sont commentés en détail dans l’exposé des motifs du
Projet de loi portant assentiment au Second Protocole, fait à
Paris le 24 juin 2009, modifiant la Convention entre le Royaume
de Belgique et l'Australie tendant à éviter la double imposition
et à prévenir l'évasion fiscale en matière d'impôts sur le revenu
signée à Canberra le 13 octobre 1977, telle que modifiée par
le Protocole signé à Canberra le 20 mars 1984, et adaptant la
législation fiscale belge à certaines dispositions dudit Second
Protocole (Document législatif n° 5-962/1, pp. 15-16).
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
23
het vermogen, met inbegrip van de voorheffingen en
de opcentiemen op die belastingen en voorheffingen,
zoals omschreven in artikel 2 van de Overeenkomst.
impôts et précomptes, tels que décrits à l’article 2 de
la Convention.
De voorwaarden waaraan voldaan moet zijn opdat
een overeenkomstsluitende Staat een beroep zou kunnen doen op de invorderingsbijstand zijn beschreven
in paragraaf 3. Zo moet de vordering invorderbaar zijn
volgens de wetgeving van die Staat en moet ze verschuldigd zijn door een persoon die de invordering ervan niet
kan beletten volgens de wetgeving van die Staat.
Les conditions qui doivent être remplies pour qu’un
État contractant puisse faire appel à l’assistance au
recouvrement sont décrites au paragraphe 3. Ainsi, la
créance doit être recouvrable en vertu de la législation
de cet État et doit être due par une personne qui ne peut
empêcher son recouvrement en vertu de la législation
de cet État.
Wanneer aan deze voorwaarden is voldaan dient de
aangezochte Staat deze vordering te innen overeenkomstig zijn eigen wetgeving, alsof de invordering voor
eigen rekening gebeurde, zelfs indien die Staat geen
enkel belang heeft bij die vordering.
Lorsque ces conditions sont remplies, l’État requis
doit recouvrer cette créance conformément à sa propre
législation, comme si le recouvrement était effectué pour
son propre compte, même si cet État n’a aucun intérêt
dans cette créance.
Indien de vordering voortkomt uit een belasting die
niet bestaat in de aangezochte Staat, brengt de verzoekende Staat de aangezochte Staat op de hoogte van
de aard en de bestanddelen van de belastingvordering,
van de verjaringstermijn van die vordering en van de
actiefbestanddelen waarop die belastingvordering kan
verhaald worden. De aangezochte Staat int vervolgens
die vordering overeenkomstig zijn interne procedure.
Het kan gaan om de procedure die van toepassing is op
een soortgelijke belasting of om een andere bestaande
procedure indien er geen soortgelijke belasting is.
Si la créance découle d’un impôt qui n’existe pas
dans l’État requis, l’État requérant l’informe de la nature
et des éléments de la créance fiscale, du délai de prescription de cette créance et des actifs à partir desquels
elle peut être recouvrée. L’État requis recouvre ensuite
la créance conformément à sa procédure interne. Il peut
s’agir de la procédure applicable à un impôt similaire ou
d’une autre procédure existante en l’absence d’impôt
similaire.
Wanneer de wetgeving van een overeenkomstsluitende Staat voorziet in bewarende maatregelen, kan die
overeenkomstsluitende Staat volgens paragraaf 4 van
het artikel de andere Staat vragen om deze bewarende
maatregelen te nemen om de vordering te verzekeren.
Die andere Staat neemt deze bewarende maatregelen
volgens zijn eigen wetgeving, zelfs indien de vordering
op dat moment niet invorderbaar is of verschuldigd is
door een persoon die de invordering ervan kan beletten. België beschikt over deze mogelijkheid wanneer
een belastingvordering betwist wordt of wanneer er nog
geen uitvoerbare titel bestaat.
Lorsque la législation d’un État contractant prévoit
des mesures conservatoires, cet État contractant peut,
conformément au paragraphe 4 de l’article, demander
à l’autre État de prendre ces mesures pour garantir la
créance. Cet autre État prend ces mesures conservatoires conformément à sa propre législation même si, à
ce moment, la créance n’est pas recouvrable ou est due
par une personne qui peut empêcher son recouvrement.
La Belgique dispose de cette possibilité lorsqu’une
créance fiscale est contestée ou lorsqu’il n’y a pas
encore de titre exécutoire.
Paragraaf 5 bepaalt dat de verjaringstermijnen die
overeenkomstig de wetgeving van de aangezochte
Staat van toepassing zijn op een belastingvordering, niet
gelden voor een belastingvordering die in toepassing
van paragrafen 3 of 4 door die Staat werd aanvaard.
In dat geval zijn het de verjaringstermijnen waarin de
wetgeving van de verzoekende Staat voorziet die van
toepassing zijn op die belastingvordering. De aangezochte Staat kan bijgevolg geen verzoek afwijzen louter
en alleen omdat de verjaringstermijn van de vordering
in die Staat verstreken is.
Le paragraphe 5 stipule que les délais de prescription
applicables à une créance fiscale en vertu de la législation de l’État requis ne s’appliquent pas à une créance
fiscale qui a été acceptée par cet État en application des
paragraphes 3 ou 4. Dans ce cas, ce sont les délais de
prescription prévus par la législation de l’État requérant
qui s’appliquent. Par conséquent, l’État requis ne peut
pas rejeter une demande au seul motif que le délai de
prescription de la créance dans cet État est dépassé.
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
24
DOC 54
1691/001
Paragraaf 8 bepaalt dat een overeenkomstsluitende
Staat niet verplicht is om administratieve maatregelen
te nemen die afwijken van zijn wetgeving en van zijn
administratieve praktijk of van die van de andere Staat.
Een aangezochte Staat kan bijvoorbeeld weigeren om
bewarende maatregelen te nemen indien dit niet toegelaten is door zijn eigen wetgeving of door de wetgeving
van de verzoekende Staat.
Le paragraphe 8 prévoit qu’un État contractant n’est
pas obligé de prendre des mesures administratives qui
dérogent à sa législation et à sa pratique administrative
ou à celles de l’autre État. Un État requis peut, par
exemple, refuser de prendre des mesures conservatoires si cela n’est pas permis par sa propre législation
ou par la législation de l’État requérant.
Bovendien wordt de aangezochte Staat niet verplicht
om maatregelen te nemen die in strijd zouden zijn met
de openbare orde, om bijstand te verlenen indien blijkt
dat de verzoekende Staat niet alle redelijke maatregelen heeft genomen waarover hij beschikt teneinde de
vordering in te vorderen of te garanderen of om bijstand
te verlenen wanneer de administratieve last die eruit
voortvloeit niet in verhouding staat met het voordeel dat
de verzoekende Staat verkrijgt.
En outre, l’État requis n’est pas obligé de prendre
des mesures qui seraient contraires à l’ordre public, de
fournir une assistance s’il apparaît que l’État requérant
n’a pas pris toutes les mesures raisonnables dont il
dispose pour recouvrer ou garantir la créance, ni de
fournir une assistance lorsque la charge administrative
qui s’ensuivrait serait sans commune mesure avec
l’avantage que l’État requérant en obtiendrait.
Tot slot wordt opgemerkt dat de bepalingen van artikel
25 (Uitwisseling van inlichtingen) eveneens van toepassing zijn op de inlichtingen die worden uitgewisseld in het
kader van de invorderingsbijstand. De vertrouwelijkheid
van die inlichtingen wordt dus verzekerd op de manier
die is uiteengezet in artikel 25, paragraaf 2.
Enfin, on notera que les dispositions de l’article
25 (Echange de renseignements) s’appliquent également aux informations échangées dans le cadre de
l’assistance au recouvrement. La confidentialité de ces
informations est donc assurée de la manière exposée
à l’article 25, paragraphe 2.
Artikel 28 (Inwerkingtreding)
Article 28 (Entrée en vigueur)
De bepalingen van de Overeenkomst zullen van
toepassing zijn:
Les dispositions de la Convention s’appliqueront:
— met betrekking tot bij de bron verschuldigde belastingen, op bedragen die zijn toegekend of betaalbaar
gesteld op of na 1 januari van het eerste kalenderjaar dat
volgt op dat waarin de Overeenkomst in werking treedt;
— en ce qui concerne les impôts dus à la source,
aux montants attribués ou mis en paiement à partir du
1er janvier de la première année civile suivant celle de
l’entrée en vigueur de la Convention;
— met betrekking tot de andere inkomstenbelastingen, op belastbare tijdperken die beginnen op of na
1 januari van het eerste kalenderjaar dat volgt op dat
waarin de Overeenkomst in werking treedt;
— en ce qui concerne les autres impôts sur les revenus, aux périodes imposables commençant à partir du
1er janvier de la première année civile suivant celle de
l’entrée en vigueur de la Convention;
— met betrekking tot alle andere belastingen, op belastingen die verschuldigd zijn ter zake van belastbare
feiten die zich voordoen op of na 1 januari van het eerste
kalenderjaar dat volgt op dat waarin de Overeenkomst
in werking treedt.
— en ce qui concerne tous les autres impôts, aux
impôts dus au titre d’événements imposables se produisant à partir du 1er janvier de la première année civile
suivant celle de l’entrée en vigueur de la Convention.
Antimisbruikbepalingen
Dispositions anti-abus
In de Overeenkomst werden een aantal antimisbruikbepalingen opgenomen die erop gericht zijn het oneigenlijk gebruik of misbruiken van deze Overeenkomst
te voorkomen. Deze bepalingen zijn de volgende:
La Convention comprend un certain nombre de
dispositions anti-abus visant à prévenir une utilisation
inappropriée ou abusive de cette Convention. Ces dispositions sont les suivantes:
— Artikel 9 (Afhankelijke ondernemingen): paragraaf 3 bepaalt dat de vermijding van de economische
— L’article 9 (Entreprises associées): le paragraphe
3 prévoit que l’élimination de la double imposition
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
25
dubbele belasting, zoals omschreven in paragraaf 2 van
datzelfde artikel, niet van toepassing zal zijn wanneer
een of meerdere transacties die bijdragen tot die economische dubbele belasting volgens een administratieve
of gerechtelijke beslissing als frauduleus beschouwd
worden.
économique, tel que décrite au paragraphe 2 de ce
même article, ne s’applique pas lorsqu’une ou plusieurs
transactions qui contribuent à cette double imposition
économique sont considérées comme frauduleuses en
vertu d’une décision administrative ou judiciaire.
— Punt 1 van het Protocol bevat een algemene antimisbruikbepaling die de overeenkomstsluitende Staten
in de mogelijkheid stelt om alle in de Overeenkomst vastgelegde belastingverlagingen of –vrijstellingen te weigeren wanneer de betrokken inkomsten betaald worden in
verband met een volstrekt kunstmatige constructie. Het
begrip “substantie” neemt een steeds belangrijker plaats
in bij de toepassing van internationale belastingregels.
Binnen die context verwijst het Hof van Justitie van de
Europese Unie naar het begrip “volstrekt kunstmatige
constructie” wanneer zij van oordeel is dat een lidstaat
het recht heeft om een belastingplichtige het genot van
een belastingvoordeel te ontzeggen. Op grond van die
rechtspraak heeft de belastingplichtige de keuze welke
juridische structuur hij zal opzetten, zolang die maar
beantwoordt aan een economische realiteit; enkel het
opzetten van een kunstmatige juridische structuur wordt
bestraft. De tweede zin van punt 1 van het Protocol stelt
duidelijk dat een regeling niet als volstrekt kunstmatig
aanzien wordt wanneer het bewijs wordt geleverd dat
ze aan een economische realiteit beantwoordt.
— Le point 1 du Protocole contient une disposition
générale anti-abus qui permet aux États contractants
de refuser toute exemption ou réduction d’impôt prévue
par la Convention lorsque les revenus concernés sont
payés en lien avec un montage purement artificiel.
La notion de “substance” prend une place de plus en
plus importante dans l’application des règles fiscales
internationales. Dans ce contexte, la Cour de justice
de l’Union européenne se réfère à la notion de “montage purement artificiel” lorsqu’elle considère qu’un
État membre est en droit de priver un contribuable
du bénéfice d’un avantage fiscal. En vertu de cette
jurisprudence, le contribuable a le choix de la structure
juridique qu’il met en place à partir du moment où elle
correspond à une réalité économique; seule la création
d’une structure juridique artificielle est sanctionnée. La
deuxième phrase du point 1 du Protocole précise qu’un
arrangement n’est pas considéré comme purement
artificiel lorsque la preuve est apportée qu’il correspond
à une réalité économique.
Hoewel zij geen rechtsgevolgen heeft, formuleert
de resolutie van de Raad van de Europese Unie van
8 juni 2010 betreffende de coördinatie van de regels
inzake buitenlandse filialen en onderkapitalisatie in
de Europese Unie een aantal criteria die het mogelijk
maken een kunstmatige constructie te typeren voor de
uitvoering van die wetten. Die resolutie heeft de verdienste dat ze de rechtspraak van het Hof van Justitie
verduidelijkt en dat ze het gemakkelijker maakt voor
de nationale administraties om te beoordelen wat een
kunstmatige constructie is. Als we rekening houden
met sommige van de elementen die in deze context
in aanmerking worden genomen kunnen de volgende
elementen met name tot de vaststelling leiden dat er als
gevolg van een kunstmatige constructie ten onrechte
verdragsvoordelen werden verkregen:
— Bien qu’elle n’ait pas de portée juridique, la
résolution du Conseil de l ’ Union européenne du
8 juin 2010 sur la coordination des règles relatives aux
sociétés étrangères contrôlées et à la sous-capitalisation au sein de l’Union européenne énonce un certain
nombre de critères permettant de caractériser un montage artificiel en vue de l’application de ces législations.
Cette résolution a le mérite d’éclairer la jurisprudence
de la Cour de justice et de faciliter l’appréciation par
les administrations nationales de ce qui constitue un
montage artificiel. Si l’on tient compte de certains
des éléments pris en considération dans ce contexte,
les éléments suivants peuvent notamment permettre
de conclure que des avantages conventionnels sont
obtenus abusivement en raison d’un montage artificiel:
— er is geen toereikende onderbouwing voor de
economische of zakelijke grondslag voor de toerekening
van de inkomsten voor dewelke de voordelen worden
toegekend, die derhalve geen afspiegeling is van de
economische realiteit;
— l’attribution des revenus au titre desquels les
avantages sont accordés ne repose pas sur un nombre
suffisant de raisons économiques ou commerciales
valables et ne reflète donc pas la réalité économique;
— de vennootschap waaraan de verdragsvoordelen
worden verleend vormt in wezen geen daadwerkelijke
vestiging die daadwerkelijk economische activiteiten
uitoefent;
— la société à laquelle les avantages conventionnels
sont accordés ne correspond pas pour l’essentiel à une
implantation réelle ayant pour objet l’exercice d’activités
économiques effectives;
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
26
DOC 54
1691/001
— de activiteiten welke die vennootschap ogenschijnlijk uitoefent staan niet in verhouding tot de mate waarin
ze fysiek bestaat in termen van lokalen, personeel en
uitrusting;
— il n’existe pas de corrélation proportionnée entre
les activités apparemment exercées par cette société et
la mesure dans laquelle celle-ci existe physiquement,
sous la forme de locaux, de personnel et d’équipements;
— een of meer personen krijgen verdragsvoordelen
toegekend als gevolg van een of meer constructies die
geen verband houden met de economische realiteit,
geen noemenswaardig zakelijk doel dienen of zelfs
tegen de algemene bedrijfsbelangen van de partijen
bij de constructie of bij de constructies zouden kunnen
indruisen.
— des avantages conventionnels sont accordés à une
ou plusieurs personnes comme suite à un ou plusieurs
accords qui ne correspondent à aucune réalité économique, qui ne servent que peu, voire aucun objectif
commercial, ou qui pourraient être préjudiciables aux
intérêts commerciaux des parties à l’accord ou aux
accords dans leur ensemble.
*
*
*
*
*
*
De Regering is van oordeel dat de Overeenkomst die
aan uw instemming wordt voorgelegd een toereikende
oplossing biedt voor de problemen inzake dubbele
belasting die tussen België en Uruguay bestaan of die
in de toekomst tussen de twee Staten zouden kunnen
optreden. De Overeenkomst is dus een instrument dat
ertoe kan bijdragen de economische betrekkingen tussen België en Uruguay te intensifiëren.
Le Gouvernement estime que la Convention soumise
à votre assentiment offre une solution satisfaisante
aux problèmes de double imposition existant entre la
Belgique et l’Uruguay ou qui pourraient se présenter
à l’avenir entre les deux États. Elle constitue donc un
instrument de nature à améliorer les relations économiques entre la Belgique et l’Uruguay.
De Regering stelt u derhalve voor deze Overeenkomst
spoedig goed te keuren opdat zij zo vlug mogelijk in
werking zou kunnen treden.
Le Gouvernement vous propose par conséquent
d’approuver rapidement cette Convention afin qu’elle
puisse entrer en vigueur dans les plus brefs délais.
De minister van Buitenlandse Zaken,
Le ministre des Affaires étrangères,
Didier REYNDERS
Didier REYNDERS
De minister van Financiën,
Le ministre des Finances,
Johan VAN OVERTVELDT
Johan VAN OVERTVELDT
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
27
VOORONTWERP VAN WET
AVANT-PROJET DE LOI
onderworpen aan het advies van de Raad van State
soumis à l’avis du Conseil d’État
Voorontwerp van wet houdende instemming met de
Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de
Republiek ten Oosten van de Uruguay tot het vermijden
van dubbele belasting inzake belastingen naar het
inkomen en naar het vermogen en tot het voorkomen
van het ontduiken van belasting, gedaan te Montevideo
op 23 augustus 2013
Avant-projet de loi portant assentiment à la Convention
entre le Royaume de Belgique et la République
orientale de l’Uruguay tendant à éviter la double
imposition en matière d’impôts sur le revenu et
sur la fortune et à prévenir la fraude fiscale, faite à
Montevideo le 23 août 2013
Artikel 1
Article 1er
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel
74 van de Grondwet.
La présente loi règle une matière visée à l’article 74 de la
Constitution.
Art. 2 Art. 2
De Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de
Republiek ten Oosten van de Uruguay tot het vermijden van
dubbele belasting inzake belastingen naar het inkomen en
naar het vermogen en tot het voorkomen van het ontduiken
van belasting, gedaan te Montevideo op 23 augustus 2013,
zal volkomen gevolg hebben.
La Convention entre le Royaume de Belgique et la
République orientale de l’Uruguay tendant à éviter la double
imposition en matière d’impôts sur le revenu et sur la fortune et
à prévenir la fraude fiscale, faite à Montevideo le 23 août 2013,
sortira son plein et entier effet.
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
28
DOC 54
1691/001
ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE
NR. 58.381/3 VAN 25 NOVEMBER 2015
AVIS DU CONSEIL D’ÉTAT
N° 58.381/3 DU 25 NOVEMBRE 2015
Op 27 oktober 2015 is de Raad van State, afdeling
Wetgeving, door de minister van Buitenlandse en Europese
Zaken verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een voorontwerp van wet ‘houdende
instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België
en de Republiek ten Oosten van Uruguay tot het vermijden
van dubbele belasting inzake belastingen naar het inkomen
en naar het vermogen en tot het voorkomen van het ontduiken
van belasting, gedaan te Montevideo op 23 augustus 2013’.
Le 27 octobre 2015, le Conseil d’État, section de législation, a été invité par le ministre des Affaires étrangères
et européennes à communiquer un avis, dans un délai de
trente jours, sur un avant-projet de loi ‘portant assentiment à
la Convention entre le Royaume de Belgique et la République
orientale de l’Uruguay tendant à éviter la double imposition en
matière d’impôts sur le revenu et sur la fortune et à prévenir
la fraude fiscale, faite à Montevideo le 23 août 2013’.
Het voorontwerp is door de derde kamer onderzocht op
17 november 2015. De kamer was samengesteld uit Jo Baert,
kamervoorzitter, Jeroen Van Nieuwenhove en Koen Muylle,
staatsraden, Johan Put en Bruno Peeters, assessoren, en
Annemie Goossens, griffier.
L’avant-projet a été examiné par la troisième chambre
le 17 novembre 2015. La chambre était composée de
Jo Baert, président de chambre, Jeroen Van Nieuwenhove et
Koen Muylle, conseillers d’État, Johan Put et Bruno Peeters,
assesseurs, et Annemie Goossens, greffier.
Het verslag is uitgebracht door Dries Van Eeckhoutte,
auditeur.
Le rapport a été présenté par Dries Van Eeckhoutte,
auditeur.
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse
tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Jo Baert,
kamervoorzitter.
La concordance entre la version française et la version
néerlandaise de l’avis a été vérifiée sous le contrôle de
Jo Baert, président de chambre.
Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op
25 november 2015.
L’avis, dont le texte suit, a été donné le 25 novembre 2015.
*
*
1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973,
heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek
van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de
rechtsgrond1, alsmede van de vraag of aan de te vervullen
vormvereisten is voldaan.
1. En application de l’article 84, § 3, alinéa 1er, des lois sur
le Conseil d’État, coordonnées le 12 janvier 1973, la section
de législation a fait porter son examen essentiellement sur
la compétence de l’auteur de l’acte, le fondement juridique1
et l’accomplissement des formalités prescrites.
*
*
STREKKING VAN HET VOORONTWERP VAN WET
PORTÉE DE L’AVANT-PROJET DE LOI
2. Het om advies voorgelegde voorontwerp van wet strekt
ertoe instemming te verlenen met het dubbelbelastingverdrag
met Uruguay.2
2. L’avant-projet de loi soumis pour avis a pour objet de
porter assentiment à la convention préventive de la double
imposition conclue avec l’Uruguay2.
Aangezien in het verdrag waarmee instemming wordt verleend, niet uitdrukkelijk wordt verwezen naar het protocol dat
daarbij is gevoegd,3 en waarvan de bepalingen een integrerend deel van het verdrag vormen, dient eveneens te worden
bepaald dat met dat protocol wordt ingestemd.4
Dès lors que la convention à laquelle il est porté assentiment ne fait pas expressément référence au protocole3 qui
lui est annexé et dont les dispositions font partie intégrante
de la convention, on précisera également qu’il est porté
assentiment à ce protocole4.
1
1
2
3
4
Aangezien het om een voorontwerp van wet gaat, wordt onder
“rechtsgrond” de conformiteit met hogere rechtsnormen verstaan.
Overeenkomst ‘tussen het Koninkrijk België en de Republiek ten
oosten van de Uruguay tot het vermijden van dubbele belasting
inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen en
tot het voorkomen van het ontduiken van belasting’, gedaan te
Montevideo op 23 augustus 2013.
Protocol gedaan te Montevideo op 23 augustus 2013.
Ook het opschrift van het ontwerp zal bijgevolg moeten worden
aangepast.
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2
3
4
S’agissant d’un avant-projet de loi, on entend par “fondement
juridique” la conformité aux normes supérieures.
Convention ‘entre le Royaume de Belgique et la République
orientale de l’Uruguay tendant à éviter la double imposition en
matière d’impôts sur le revenu et sur la fortune et à prévenir la
fraude fiscale’, faite à Montevideo le 23 août 2013.
Protocole fait à Montevideo le 23 août 2013.
L’intitulé du projet devra dès lors également être adapté.
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
29
ALGEMENE OPMERKINGEN
OBSERVATIONS GÉNÉRALES
3. De Werkgroep Gemengde Verdragen, ingesteld bij het
samenwerkingsakkoord van 8 maart 1994 tussen de federale
overheid, de gemeenschappen en de gewesten ‘over de
nadere regelen voor het sluiten van gemengde verdragen’,
heeft op 3 februari 2011 geoordeeld dat de overeenkomst een
gemengd verdrag is.5
3. Le 3 février 2011, le Groupe de Travail Traités mixtes,
institué par l’accord de coopération du 8 mars 1994 entre
l’autorité fédérale, les communautés et les régions ‘relatif aux
modalités de conclusion des traités mixtes’, a considéré que
la convention est un traité mixte5.
4. Artikel 25, paragraaf 1, van het verdrag luidt:
4. L’article 25, paragraphe 1, de la convention, s’énonce
comme suit:
“De bevoegde autoriteiten van de overeenkomstsluitende
Staten wisselen de inlichtingen uit die naar verwachting relevant zullen zijn voor de uitvoering van de bepalingen van deze
Overeenkomst of voor de toepassing of de tenuitvoerlegging
van de nationale wetgeving met betrekking tot belastingen
van elke soort en benaming die worden geheven ten behoeve
van de overeenkomstsluitende Staten of van de staatkundige
onderdelen of plaatselijke gemeenschappen daarvan, voor
zover de belastingheffing waarin die nationale wetgeving
voorziet niet in strijd is met de Overeenkomst. De uitwisseling
van inlichtingen wordt niet beperkt door de artikelen 1 en 2.”
“Les autorités compétentes des États contractants
échangent les renseignements vraisemblablement pertinents
pour appliquer les dispositions de la présente Convention ou
pour l’administration ou l’application de la législation interne
relative aux impôts de toute nature ou dénomination perçus
pour le compte des États contractants, de leurs subdivisions
politiques ou de leurs collectivités locales dans la mesure où
l’imposition qu’elle prévoit n’est pas contraire à la Convention.
L’échange de renseignements n’est pas restreint par les
articles 1 et 2”.
In artikel 1 van het verdrag wordt het personele toepassingsgebied omschreven, namelijk “personen die inwoner zijn
van een of van beide overeenkomstsluitende Staten”, terwijl
in artikel 2 de belastingen worden omschreven waarop het
verdrag van toepassing is. Het gaat om “belastingen naar het
inkomen en naar het vermogen” (artikel 2, paragraaf 1), waaronder moet worden begrepen “alle belastingen die worden
geheven van het gehele inkomen, van het gehele vermogen,
of van bestanddelen van het inkomen of van het vermogen,
daaronder begrepen belastingen naar voordelen verkregen
uit de vervreemding van roerende of onroerende goederen,
belastingen naar het totale bedrag van de door ondernemingen betaalde lonen of salarissen, alsmede belastingen naar
waardevermeerdering” (artikel 2, paragraaf 2). De belastingen
waarop het verdrag in België van toepassing is, zijn de personenbelasting, de vennootschapsbelasting, de rechtspersonenbelasting en de belasting van niet-inwoners, telkens
“met inbegrip van de voorheffingen en de opcentiemen op
die belastingen en voorheffingen” (artikel 2, paragraaf 3, a)).
L’article 1 de la convention définit le champ d’application
personnel, à savoir les “personnes qui sont des résidents
d’un État contractant ou des deux États contractants”, tandis
que l’article 2 détermine les impôts auxquels s’applique la
convention. Il s’agit d’“impôts sur le revenu et sur la fortune”
(article 2, paragraphe 1), c’est-à-dire “les impôts perçus sur
le revenu total, sur la fortune totale, ou sur des éléments du
revenu ou de la fortune, y compris les impôts sur les gains
provenant de l’aliénation de biens mobiliers ou immobiliers,
les impôts sur le montant global des salaires payés par les
entreprises, ainsi que les impôts sur les plus-values” (article 2,
paragraphe 2). Les impôts auxquels la convention s’applique
en Belgique sont l’impôt des personnes physiques, l’impôt
des sociétés, l’impôt des personnes morales et l’impôt des
non-résidents, chaque fois “y compris les précomptes et les
additionnels auxdits impôts et précomptes” (article 2, paragraphe 3, a)).
De regeling inzake de uitwisseling van inlichtingen met
Uruguay is evenwel algemeen en is dus niet beperkt tot
de personen bedoeld in artikel 1 van het verdrag en tot de
belastingen vermeld in artikel 2 van het verdrag. Bovendien
kunnen ook inlichtingen worden gevraagd aan een overeenkomstsluitende Staat “zelfs al heeft die andere Staat die
inlichtingen niet nodig voor zijn eigen belastingdoeleinden”
(artikel 25, paragraaf 4). De Staat aan wie de inlichtingen
zijn gevraagd, dient gebruik te maken van “de middelen voor
het verzamelen van inlichtingen waarover hij beschikt om de
gevraagde inlichtingen te verkrijgen” (idem).
Le régime en matière d’échange de renseignements avec
l’Uruguay est toutefois général et n’est donc pas limité aux
personnes visées à l’article 1 de la convention et aux impôts
visés à son article 2. En outre, des renseignements peuvent
également être demandés à un État contractant “même [si
cet autre État] n’en a pas besoin à ses propres fins fiscales”
(article 25, paragraphe 4). L’État à qui les renseignements
sont demandés doit utiliser “les pouvoirs dont il dispose pour
obtenir les renseignements demandés” (idem).
5
5
De Interministeriële Conferentie voor Buitenlands Beleid
(ICBB) stemde via de schriftelijke procedure in met het verslag
van de Werkgroep Gemengde Verdragen, wat bij brieven van
18 mei 2011 is bevestigd.
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
Des courriers du 18 mai 2011 confirment que la Conférence
interministérielle de la Politique étrangère (CIPE) a approuvé le
rapport du Groupe de Travail Traités mixtes dans le cadre d’une
procédure écrite.
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
30
DOC 54
1691/001
Gelet daarop rijst de vraag wie in België uitvoering zal
moeten geven aan een verzoek om inlichtingen uitgaande
van een bevoegde autoriteit van Uruguay.
On peut dès lors se demander qui en Belgique devra donner exécution à une demande de renseignements émanant
d’une autorité compétente de l’Uruguay.
Uit artikel 3, paragraaf 1, j), (i), van het verdrag volgt dat
in België onder “bevoegde autoriteit” wordt verstaan “naargelang het geval, de minister van Financiën van de Federale
regering en/of van de regering van een Gewest en/of van
een Gemeenschap, of zijn gemachtigde vertegenwoordiger”.
Il résulte de l’article 3, paragraphe 1, j), (i), de la convention
que, par “autorité compétente”” on entend, en ce qui concerne
la Belgique, “suivant le cas, le ministre des Finances du gouvernement fédéral et/ou du gouvernement d’une Région et/ou
d’une Communauté, ou son représentant autorisé”.
Daarom verdient het aanbeveling om op het internBelgische vlak te voorzien in een coördinatiemechanisme
en –orgaan, zodat de bevoegde autoriteiten van Uruguay
weten tot wie een verzoek om inlichtingen moet worden
gericht en de Federale Staat, de gemeenschappen en de
gewesten onderling kunnen uitmaken op welke wijze gevolg
wordt gegeven aan een concreet verzoek. In de memorie van
toelichting wordt overigens vermeld dat aan de tekst van zo
een samenwerkingsakkoord wordt gewerkt.
Il est par conséquent recommandé de prévoir un mécanisme et un organe de coordination internes propres à la
Belgique, afin de permettre aux autorités compétentes de
l’Uruguay de savoir à qui il faut adresser une demande de
renseignements et de permettre à l’État fédéral, aux communautés et aux régions, de déterminer de quelle manière il y a
lieu de donner suite à une demande concrète. Au demeurant,
il est précisé dans l’exposé des motifs que le texte d’un tel accord de coopération est actuellement en cours d’élaboration.
In dat verband heeft de gemachtigde intussen het volgende
laten weten:
À ce sujet, le délégué a fait savoir entre-temps ce qui suit:
“[Het] bovenvermeld samenwerkingsakkoord werd goedgekeurd door het Overlegcomité op 16 september 2015 en
dient enkel nog te worden gepubliceerd in het Belgisch
Staatsblad”.6
“[Het] bovenvermeld samenwerkingsakkoord werd
goedgekeurd door het Overlegcomité op 16 september 2015 en dient enkel nog te worden gepubliceerd in het
Belgisch Staatsblad”6.
5. Artikel 26, paragraaf 1, van het verdrag luidt:
5. L’article 26, paragraphe 1, de la convention, s’énonce
comme suit:
“De overeenkomstsluitende Staten verlenen elkaar bijstand
voor de invordering van belastingvorderingen. Deze bijstand
wordt niet beperkt door artikel 1. De bevoegde autoriteiten van
de overeenkomstsluitende Staten kunnen in onderlinge overeenstemming de wijze van uitvoering van dit artikel bepalen.”
“Les États contractants se prêtent mutuellement assistance pour le recouvrement de leurs créances fiscales. Cette
assistance n’est pas limitée par l’article 1. Les autorités compétentes des États contractants peuvent régler d’un commun
accord les modalités d’application du présent article”.
In verband met dergelijke akkoorden, kan worden verwezen naar wat de Raad van State in advies 42 631/AV van
8 mei 2007 heeft opgemerkt:
Concernant de tels accords, on peut se référer aux
observations que le Conseil d’État a formulées dans l’avis 42 631/AG du 8 mai 2007:
“Voor zover deze akkoorden alleen maar voorzien in de
administratieve en technische uitvoering van een verdrag en
ermee slechts beoogd wordt de rechten en verplichtingen
die in het verdrag zelf reeds zijn opgenomen uitvoerbaar te
“Pour autant que ces accords se limitent à prévoir l’exécution administrative et technique d’un traité et ne visent
qu’à permettre l’exécution des droits et obligations qui y
figurent, ces accords ne sont pas de nouveaux traités, mais
6
6
Aan de Raad van State, afdeling Wetgeving, is een nietgedateerd en niet-ondertekend exemplaar van de tekst ervan
bezorgd, getiteld “Samenwerkingsakkoord tussen de Federale
Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest, het Brusselse
Hoofdstedelijk Gewest, de Vlaamse Gemeenschap en de
Duitstalige Gemeenschap in het kader van de richtlijn 2011/16/EU
van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve
samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van Richtlijn 77/799/EEG en in het kader van de gemengde
bilaterale en multilaterale verdragen tussen het Koninkrijk België
en een andere Staat of andere Staten die voorzien in een administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen”.
Onder meer gelet op het gegeven dat de bij het akkoord betrokken
partijen gezamenlijk instaan voor de financiering van de personeels- en werkingskosten van het centraal verbindingsbureau
(artikel 19 van het akkoord), kan het samenwerkingsakkoord
eerst gevolg hebben nadat de parlementen van de verschillende
betrokken partijen ermee hebben ingestemd bij wetgevende akte.
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
Un exemplaire non daté et non signé du texte de cet accord de
coopération, intitulé “Accord de coopération entre l’État fédéral,
la Région flamande, la Région wallonne, la Région de BruxellesCapitale, la Communauté flamande et la Communauté germanophone dans le cadre de la directive 2011/16/UE du Conseil
du 15 février 2011 relative à la coopération administrative dans
le domaine fiscal et abrogeant la directive 77/799/CEE et dans
le cadre des traités mixtes bilatéraux et multilatéraux entre le
Royaume de Belgique et un autre État ou d’autres États qui
prévoient la coopération administrative dans le domaine fiscal”
a été transmis au Conseil d’État, section de législation. Compte
tenu notamment du fait que les parties concernées par l’accord
assurent conjointement le financement des frais de personnel
et de fonctionnement du bureau central de liaison (article 19 de
l’accord), l’accord de coopération ne pourra produire ses effets
qu’après que les parlements des différentes parties concernées
y auront donné leur assentiment par un acte législatif.
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
31
maken, zijn deze akkoorden geen nieuwe verdragen, doch
louter ‘executive agreements’. Ze behoeven dan ook niet
door de Koning te worden gesloten. De Wetgevende Kamers
hoeven er hun instemming niet aan te verlenen7.
de simple ‘executive agreements’. Ils ne doivent dès lors pas
être conclus par le Roi. Les Chambres législatives ne doivent
pas y donner leur assentiment7.
Uit de praktijk blijkt echter ook dat sommige akkoorden
wel zelf autonome regelingen inhouden, die nieuwe rechten
en verplichtingen met zich brengen voor de overheden of de
burgers. In dat geval dienen deze akkoorden als verdragen
te worden beschouwd. Op grond van artikel 167, § 2, van de
Grondwet zouden ze dan ook in beginsel door de Koning
moeten worden gesloten en de Wetgevende Kamers zouden
er hun instemming mee dienen te betuigen. Voor zover het
gaat om ‘gemengde verdragen’ dienen daarenboven de gemeenschaps- en/of gewestregeringen te worden betrokken
bij het sluiten ervan en dienen ook de gemeenschaps- en/
of gewestparlementen er hun instemming mee te verlenen.”8
La pratique révèle cependant également que certains
accords comportent bel et bien des réglementations autonomes qui font naître des droits et obligations nouveaux pour
les autorités ou les citoyens. Pareils accords doivent dans
ce cas être considérés comme des traités. Conformément
à l’article 167, § 2, de la Constitution, ils devraient dès lors,
en principe, être conclus par le Roi et recevoir l’assentiment
des Chambres législatives. S’il s’agit ‘de traités mixtes’, les
gouvernements communautaires et/ou régionaux doivent
en outre être associés à leur conclusion et les parlements
communautaires et/ou régionaux y donner eux aussi leur
assentiment”8.
Telkens een akkoord wordt gesloten over de wijze van
uitvoering van artikel 26 van het dubbelbelastingverdrag,
zal derhalve moeten worden nagegaan of het niet om een
verdrag gaat. Is dat het geval, dan dient de geëigende procedure voor het sluiten ervan te worden gevolgd en kan het
geen gevolg hebben dan nadat het de instemming van alle
bevoegde parlementaire vergaderingen heeft gekregen. Gelet
op artikel 190 van de Grondwet, zal een dergelijk akkoord
om verbindend te zijn moeten worden bekendgemaakt in het
Belgisch Staatsblad.
Chaque fois qu’un accord sera conclu au sujet des modalités d’exécution de l’article 26 de la convention préventive de
la double imposition, il y aura par conséquent lieu de vérifier
s’il ne s’agit pas d’une convention. Si tel est le cas, il conviendra de suivre la procédure appropriée pour la conclusion
de celle-ci et elle ne pourra produire d’effet qu’après avoir
reçu l’assentiment de toutes les assemblées parlementaires
compétentes. Eu égard à l’article 190 de la Constitution,
un tel accord devra être publié au Moniteur belge pour être
contraignant.
6. In de slotformule van het verdrag en van het protocol
wordt bepaald dat de Franse, Nederlandse, Spaanse en
Engelse versies gelijkelijk authentiek zijn en dat ingeval
van verschil tussen de teksten, de Engelse versie beslissend is. Van het verdrag en het protocol zal derhalve ook de
Engelse versie moeten worden voorgelegd aan de Kamer van
volksvertegenwoordigers.
6. La formule finale de la convention et du protocole dispose que les versions française, néerlandaise, espagnole et
anglaise font également foi et qu’en cas de divergence entre
les textes, la version anglaise prévaudra. La version anglaise
de la convention et du protocole devra dès lors être également
soumise à la Chambre des représentants.
7
8
De griffier,
De voorzitter,
Le greffier,
Le président,
Annemie GOOSSEENS
Jo BAERT
Annemie GOOSSEENS
Jo BAERT
Voetnoot 7 uit het geciteerde advies: Zie onder meer J. Masquelin,
Le droit des traités dans l’ordre juridique et dans la pratique
diplomatique, Brussel, 1980, p. 206-208; G. Craenen, De staatsrechtelijke regeling van aanvaarding en invoering van verdragen
in België, Preadvies VVSRBN, Deventer, 2006, p. 7.
Adv.RvS 42 631/AV van 8 mei 2007 over een voorontwerp dat
heeft geleid tot de wet van 9 februari 2009 ‘houdende instemming met het Raamakkoord tussen de regering van het Koninkrijk
België en de regering van de Franse Republiek betreffende de
grensoverschrijdende samenwerking inzake gezondheidszorg,
ondertekend te Moeskroen op 30 september 2005’, Parl.St.
Senaat 2007-08, nr. 4-912/1, 15.
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
7
8
Note 7 de l’avis cité: Voir notamment J. Masquelin, Le droit
des traités dans l’ordre juridique et dans la pratique diplomatique belges, Bruxelles, 1980, pp. 206-208; G. Craenen, De
staatsrechtelijke regeling van aanvaarding en invoering van
verdragen in België, Preadvies VVSRBN, Deventer, 2006, p. 7.
Avis C.E. 42 631/AG du 8 mai 2007 sur un avant-projet devenu
la loi du 9 février 2009 ‘portant assentiment à l’Accord-cadre
entre le gouvernement du Royaume de Belgique et le gouvernement de la République française sur la coopération sanitaire
transfrontalière, signé à Mouscron le 30 septembre 2005’, Doc.
parl., Sénat, 2007-08, n° 4-912/1, p. 15.
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
32
DOC 54
1691/001
WETSONTWERP
PROJET DE LOI
FILIP,
PHILIPPE,
KONING DER BELGEN,
ROI DES BELGES,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen,
Onze Groet.
À tous, présents et à venir,
SALUT.
Op de voordracht van de minister van Buitenlandse
Zaken en van de minister van Financiën,
Sur la proposition du ministre des Affaires étrangères
et du ministre des Finances,
HEBBEN
WIJ BESLOTEN EN BESLUITEN WIJ:
NOUS AVONS ARRÊTÉ ET ARRÊTONS:
De minister van Buitenlandse Zaken en de minister
van Financiën, zijn ermee belast, in Onze naam, bij de
Kamer van volksvertegenwoordigers het ontwerp van
wet in te dienen waarvan de tekst hierna volgt:
Le ministre des Affaires étrangères et le ministre des
Finances, sont chargés de présenter, en Notre nom, à
la Chambre des représentants le projet de loi dont la
teneur suit:
Artikel 1
Article 1er
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in
artikel 74 van de Grondwet.
La présente loi règle une matière visée à l’article
74 de la Constitution.
Art. 2
Art. 2
De Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de
Republiek ten Oosten van de Uruguay tot het vermijden
van dubbele belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen en tot het voorkomen van
het ontduiken van belasting, en het Protocol, gedaan
te Montevideo op 23 augustus 2013, zullen volkomen
gevolg hebben.
La Convention entre le Royaume de Belgique et la
République orientale de l’Uruguay tendant à éviter la
double imposition en matière d’impôts sur le revenu
et sur la fortune et à prévenir la fraude fiscale, et le
Protocole, faits à Montevideo le 23 août 2013, sortiront
leur plein et entier effet.
Gegeven te Brussel, 19 februari 2016
KAMER
Donné à Bruxelles, le 19 février 2016
FILIP
PHILIPPE
VAN KONINGSWEGE:
PAR LE ROI:
De minister van Buitenlandse Zaken,
Le ministre des Affaires étrangères,
Didier REYNDERS
Didier REYNDERS
De minister van Financiën,
Le ministre des Finances,
Johan VAN OVERTVELDT
Johan VAN OVERTVELDT
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
33
BIJLAGE
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
ANNEXE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
34
DOC 54
1691/001
OVEREENKOMST
TUSSEN
HET KONINKRIJK BELGIË
EN
DE REPUBLIEK TEN OOSTEN VAN DE URUGUAY
TOT HET VERMIJDEN VAN DUBBELE BELASTING
INZAKE BELASTINGEN NAAR HET INKOMEN EN NAAR HET VERMOGEN
EN TOT HET VOORKOMEN VAN HET ONTDUIKEN VAN BELASTING
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
35
OVEREENKOMST
TUSSEN
HET KONINKRIJK BELGIË
EN
DE REPUBLIEK TEN OOSTEN VAN DE URUGUAY
TOT HET VERMIJDEN VAN DUBBELE BELASTING
INZAKE BELASTINGEN NAAR HET INKOMEN EN NAAR HET VERMOGEN
EN TOT HET VOORKOMEN VAN HET ONTDUIKEN VAN BELASTING
HET KONINKRIJK BELGIË,
DE VLAAMSE GEMEENSCHAP,
DE FRANSE GEMEENSCHAP,
DE DUITSTALIGE GEMEENSCHAP,
HET VLAAMSE GEWEST,
HET WAALSE GEWEST,
en HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST,
enerzijds,
EN
DE REPUBLIEK TEN OOSTEN VAN DE URUGUAY,
anderzijds,
WENSENDE een Overeenkomst te sluiten tot het vermijden van dubbele belasting inzake belastingen
naar het inkomen en naar het vermogen en tot het voorkomen van het ontduiken van belasting,
ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN:
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
36
DOC 54
1691/001
HOOFDSTUK I. – WERKINGSSFEER VAN DE OVEREENKOMST
Artikel 1
Personen op wie de Overeenkomst van toepassing is
Deze Overeenkomst is van toepassing op personen die inwoner zijn van een of van beide
overeenkomstsluitende Staten.
Artikel 2
Belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is
1.
Deze Overeenkomst is van toepassing op belastingen naar het inkomen en naar het vermogen
die, ongeacht de wijze van heffing, worden geheven ten behoeve van een
overeenkomstsluitende Staat of van de staatkundige onderdelen of plaatselijke gemeenschappen
daarvan.
2.
Als belastingen naar het inkomen en naar het vermogen worden beschouwd alle belastingen die
worden geheven van het gehele inkomen, van het gehele vermogen, of van bestanddelen van het
inkomen of van het vermogen, daaronder begrepen belastingen naar voordelen verkregen uit de
vervreemding van roerende of onroerende goederen, belastingen naar het totale bedrag van de
door ondernemingen betaalde lonen of salarissen, alsmede belastingen naar
waardevermeerdering.
3.
De bestaande belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is, zijn met name:
a)
in België:
(i)
de personenbelasting;
(ii) de vennootschapsbelasting;
(iii) de rechtspersonenbelasting;
(iv) de belasting van niet-inwoners;
met inbegrip van de voorheffingen en de opcentiemen op die belastingen en
voorheffingen;
(hierna te noemen “Belgische belasting”);
b)
in Uruguay:
(i)
(ii)
(iii)
(iv)
(v)
de belasting op bedrijfsinkomsten (Impuesto a las Rentas de las Actividades
Económicas - IRAE);
de personenbelasting (Impuesto a las Rentas de las Personas Físicas - IRPF);
de belasting van niet-inwoners (Impuesto a las Rentas de los No Residentes IRNR);
de belasting voor de socialezekerheidsbijstand (Impuesto de Asistencia a la
Seguridad Social - IASS); en
de vermogensbelasting (Impuesto al Patrimonio - IP);
(hierna te noemen “Uruguayaanse belasting”).
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
37
4.
De Overeenkomst is ook van toepassing op alle gelijke of in wezen gelijksoortige belastingen
die na de datum van de ondertekening van de Overeenkomst naast of in de plaats van de
bestaande belastingen worden geheven. De bevoegde autoriteiten van de overeenkomstsluitende
Staten delen elkaar alle belangrijke wijzigingen mee die in hun belastingwetten zijn
aangebracht.
HOOFDSTUK II – BEGRIPSBEPALINGEN
Artikel 3
Algemene bepalingen
1.
KAMER
3e
Voor de toepassing van deze Overeenkomst, tenzij het zinsverband anders vereist:
a)
betekent de uitdrukking “België” het Koninkrijk België; in aardrijkskundig verband
gebruikt betekent zij het grondgebied van het Koninkrijk België, daaronder begrepen de
territoriale zee en alle andere maritieme zones en luchtgebieden waarover het Koninkrijk
België, in overeenstemming met het internationaal recht, soevereine rechten of zijn
rechtsmacht uitoefent;
b)
betekent de uitdrukking “Uruguay” het grondgebied van de Republiek ten Oosten van de
Uruguay, en in aardrijkskundig verband gebruikt betekent zij het grondgebied op hetwelk
de belastingwetten worden toegepast, inclusief het luchtruim en de maritieme zones die in
overeenstemming met het internationaal en nationaal recht onder de Uruguayaanse
soevereine rechten of rechtsmacht vallen;
c)
betekenen de uitdrukkingen “een overeenkomstsluitende Staat” en “de andere
overeenkomstsluitende Staat” België of Uruguay, al naar het zinsverband vereist;
d)
betekent de uitdrukking “belasting” Belgische of Uruguayaanse belasting, al naar het
zinsverband vereist;
e)
omvat de uitdrukking “persoon” een natuurlijke persoon, een vennootschap en elke
andere vereniging van personen;
f)
betekent de uitdrukking “vennootschap” elke rechtspersoon of elke entiteit die voor de
belastingheffing als een rechtspersoon wordt behandeld;
g)
heeft de uitdrukking “onderneming” betrekking op het uitoefenen van eender welk
bedrijf;
h)
betekenen de uitdrukkingen “onderneming van een overeenkomstsluitende Staat” en
“onderneming van de andere overeenkomstsluitende Staat” respectievelijk een
onderneming gedreven door een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat en een
onderneming gedreven door een inwoner van de andere overeenkomstsluitende Staat;
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
38
DOC 54
1691/001
i)
betekent de uitdrukking “internationaal verkeer” elk vervoer door een schip of
luchtvaartuig dat wordt geëxploiteerd door een onderneming die haar plaats van
werkelijke leiding in een overeenkomstsluitende Staat heeft, behalve indien het schip of
luchtvaartuig slechts tussen in de andere overeenkomstsluitende Staat gelegen plaatsen
wordt geëxploiteerd;
j)
betekent de uitdrukking “bevoegde autoriteit”:
(i)
(ii)
k)
in België, naargelang het geval, de Minister van Financiën van de Federale
Regering en/of van de Regering van een Gewest en/of van een Gemeenschap, of
zijn gemachtigde vertegenwoordiger;
in Uruguay, de Minister van Economie en Financiën of zijn bevoegde
vertegenwoordiger;
betekent de uitdrukking “onderdaan”, met betrekking tot een overeenkomstsluitende
Staat:
(i)
(ii)
elke natuurlijke persoon die de nationaliteit of het staatsburgerschap van die
overeenkomstsluitende Staat bezit; en
elke rechtspersoon, deelgenootschap (partnership) of vereniging waarvan de
rechtspositie als zodanig is ontleend aan de wetgeving die in die
overeenkomstsluitende Staat van kracht is;
l)
omvat de uitdrukking “uitoefenen van een bedrijf” het uitoefenen van een vrij beroep en
het uitoefenen van andere werkzaamheden van zelfstandige aard;
m)
betekent de uitdrukking “pensioenfonds” elke persoon die in een overeenkomstsluitende
Staat gevestigd is en die:
(i)
(ii)
pensioenstelsels beheert of pensioenuitkeringen verschaft; of
inkomsten verwerft ten voordele van een of meer personen die zich bezig-houden
met het beheren van pensioenstelsels of het verschaffen van pensioenuitkeringen;
en
op voorwaarde dat die persoon:
(i)
(ii)
2.
KAMER
3e
wat België betreft, gereguleerd wordt door de Autoriteit voor Financiële Diensten
en Markten (FSMA) of door de Nationale Bank van België of geregistreerd is bij
de Belgische belastingadministratie; ofwel
wat Uruguay betreft, de Banco de Previsión Social is, de pensioenfondsen
(Administradoras de Fondos de Ahorro Previsional - AFAP) en de
verzekeringsondernemingen die gereguleerd worden door Wet 16.713, en andere
socialezekerheidsondernemingen die gereguleerd worden door de Uruguayaanse
wetgeving.
Voor de toepassing van de Overeenkomst op enig tijdstip door een overeenkomstsluitende Staat
heeft, tenzij het zinsverband anders vereist, elke niet erin omschreven uitdrukking de betekenis
welke die uitdrukking op dat tijdstip heeft volgens de wetgeving van die Staat met betrekking
tot de belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is. Elke betekenis overeenkomstig
de belastingwetgeving die in die Staat van toepassing is, heeft voorrang op een betekenis die
aan die uitdrukking wordt gegeven overeenkomstig andere wetten van die Staat.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
39
Artikel 4
Inwoner
1.
Voor de toepassing van deze Overeenkomst betekent de uitdrukking “inwoner van een
overeenkomstsluitende Staat” iedere persoon die, ingevolge de wetgeving van die Staat, aldaar
aan belasting is onderworpen op grond van zijn woonplaats, verblijf, plaats van leiding, plaats
van oprichting of enige andere soortgelijke omstandigheid, en omvat zij eveneens die Staat en
elk staatkundig onderdeel of plaatselijke gemeenschap daarvan. Die uitdrukking omvat echter
niet personen die in die Staat alleen ter zake van inkomsten uit in die Staat gelegen bronnen of
ter zake van aldaar gelegen vermogen aan belasting zijn onderworpen.
2.
Indien een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van paragraaf 1 inwoner van beide
overeenkomstsluitende Staten is, wordt zijn toestand als volgt geregeld:
3.
a)
hij wordt geacht enkel inwoner te zijn van de Staat waar hij een duurzaam tehuis tot zijn
beschikking heeft; indien hij in beide Staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking
heeft, wordt hij geacht enkel inwoner te zijn van de Staat waarmee zijn persoonlijke en
economische betrekkingen het nauwst zijn (middelpunt van de levensbelangen);
b)
indien niet kan worden bepaald in welke Staat hij het middelpunt van zijn levensbelangen
heeft of indien hij in geen van de Staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft,
wordt hij geacht enkel inwoner te zijn van de Staat waar hij gewoonlijk verblijft;
c)
indien hij gewoonlijk verblijft in beide Staten of in geen van beide, wordt hij geacht enkel
inwoner te zijn van de Staat waarvan hij onderdaan is;
d)
indien hij onderdaan is van beide Staten of van geen van beide, regelen de bevoegde
autoriteiten van de overeenkomstsluitende Staten de aangelegenheid in onderlinge
overeenstemming.
Indien een andere dan een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van paragraaf 1 inwoner
is van beide overeenkomstsluitende Staten, wordt hij geacht enkel inwoner te zijn van de Staat
waar zijn plaats van werkelijke leiding is gelegen.
Artikel 5
Vaste inrichting
1.
KAMER
3e
Voor de toepassing van deze Overeenkomst betekent de uitdrukking “vaste inrichting” een vaste
bedrijfsinrichting met behulp waarvan de werkzaamheden van een onderneming geheel of
gedeeltelijk worden uitgeoefend.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
40
DOC 54
2.
3.
4.
KAMER
3e
1691/001
De uitdrukking “vaste inrichting” omvat in het bijzonder:
a)
een plaats waar leiding wordt gegeven;
b)
een filiaal;
c)
een kantoor;
d)
een fabriek;
e)
een werkplaats; en
f)
een mijn, een olie- of gasbron, een steengroeve of enige andere plaats waar natuurlijke
rijkdommen worden gewonnen.
De uitdrukking “vaste inrichting” omvat eveneens:
a)
de plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie- of
installatiewerkzaamheden, doch alleen indien de duur van dat bouwwerk of die
werkzaamheden 6 maanden te boven gaat;
b)
het verstrekken van diensten in een overeenkomstsluitende Staat, daaronder begrepen
adviezen, door een onderneming door middel van werknemers of ander personeel die de
onderneming daarvoor in dienst heeft genomen, doch alleen indien die werknemers of dat
personeel in die overeenkomstsluitende Staat aanwezig zijn (voor dezelfde of ermede
verband houdende werkzaamheden) gedurende een tijdvak of tijdvakken waarvan de duur
in totaal 6 maanden in enig tijdvak van 12 maanden te boven gaat.
Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel wordt een “vaste inrichting” niet
aanwezig geacht indien:
a)
gebruik wordt gemaakt van inrichtingen, uitsluitend voor de opslag, uitstalling of levering
van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar;
b)
een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar wordt
aangehouden, uitsluitend voor opslag, uitstalling of levering;
c)
een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar wordt
aangehouden, uitsluitend voor de bewerking of verwerking door een andere onderneming;
d)
een vaste bedrijfsinrichting wordt aangehouden, uitsluitend om voor de onderneming
goederen of koopwaar aan te kopen of inlichtingen in te winnen;
e)
een vaste bedrijfsinrichting wordt aangehouden, uitsluitend om voor de onderneming
andere werkzaamheden te verrichten, die van voorbereidende aard zijn of het karakter van
hulpwerkzaamheden hebben;
f)
een vaste bedrijfsinrichting wordt aangehouden, uitsluitend om verscheidene van de in de
subparagrafen a) tot e) vermelde werkzaamheden te verrichten, op voorwaarde dat het
geheel van de werkzaamheden van de vaste bedrijfsinrichting van voorbereidende aard is
of het karakter van hulpwerkzaamheden heeft.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
41
5.
Indien een persoon – niet zijnde een onafhankelijke vertegenwoordiger op wie paragraaf 6 van
toepassing is – voor een onderneming werkzaam is en in een overeenkomstsluitende Staat een
machtiging bezit om namens de onderneming overeenkomsten af te sluiten en dit recht aldaar
gewoonlijk uitoefent, wordt die onderneming, niettegenstaande de bepalingen van de paragrafen
1 en 2, geacht een vaste inrichting in die Staat te hebben voor alle werkzaamheden welke deze
persoon voor de onderneming verricht, tenzij de werkzaamheden van die persoon beperkt
blijven tot de in paragraaf 4 vermelde werkzaamheden die, indien zij met behulp van een vaste
bedrijfsinrichting zouden worden verricht, die vaste bedrijfsinrichting niet tot een vaste
inrichting zouden stempelen ingevolge de bepalingen van die paragraaf.
6.
Een onderneming wordt niet geacht een vaste inrichting in een overeenkomstsluitende Staat te
bezitten op grond van de enkele omstandigheid dat zij aldaar zaken doet door middel van een
makelaar, een algemeen commissionair of enige andere onafhankelijke vertegenwoordiger, op
voorwaarde dat deze personen in de normale uitoefening van hun bedrijf handelen.
7.
De enkele omstandigheid dat een vennootschap die inwoner is van een overeenkomstsluitende
Staat, een vennootschap beheerst of wordt beheerst door een vennootschap die inwoner is van
de andere overeenkomstsluitende Staat of die in die andere Staat zaken doet (hetzij met behulp
van een vaste inrichting, hetzij op andere wijze), stempelt een van beide vennootschappen niet
tot een vaste inrichting van de andere.
HOOFDSTUK III – BELASTINGHEFFING NAAR HET INKOMEN
Artikel 6
Inkomsten uit onroerende goederen
KAMER
3e
1.
Inkomsten die een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat verkrijgt uit in de andere
overeenkomstsluitende Staat gelegen onroerende goederen (daaronder begrepen inkomsten uit
landbouw- of bosbedrijven) mogen in die andere Staat worden belast.
2.
De uitdrukking “onroerende goederen” heeft de betekenis die daaraan wordt toegekend door het
recht van de overeenkomstsluitende Staat waar de desbetreffende goederen zijn gelegen. De
uitdrukking omvat in ieder geval de goederen die bij de onroerende goederen behoren, levende
en dode have van landbouw- en bosbedrijven, rechten waarop de bepalingen van het
privaatrecht betreffende de grondeigendom van toepassing zijn, vruchtgebruik van onroerende
goederen en rechten op veranderlijke of vaste vergoedingen ter zake van de exploitatie, of het
recht tot exploitatie, van minerale aardlagen, bronnen en andere bodemrijkdommen; schepen en
luchtvaartuigen worden niet als onroerende goederen beschouwd.
3.
De bepalingen van paragraaf 1 zijn van toepassing op inkomsten verkregen uit de rechtstreekse
exploitatie of het rechtstreekse genot, uit het verhuren of het verpachten, of uit elke andere vorm
van exploitatie van onroerende goederen.
4.
De bepalingen van de paragrafen 1 en 3 zijn ook van toepassing op inkomsten uit onroerende
goederen van een onderneming.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
42
DOC 54
1691/001
Artikel 7
Ondernemingswinst
KAMER
3e
1.
Winst van een onderneming van een overeenkomstsluitende Staat is slechts in die Staat
belastbaar, tenzij de onderneming in de andere overeenkomstsluitende Staat een bedrijf
uitoefent met behulp van een aldaar gevestigde vaste inrichting. Indien de onderneming aldus
haar bedrijf uitoefent, mag de winst van de onderneming in de andere Staat worden belast, maar
slechts in zoverre als zij aan die vaste inrichting kan worden toegerekend.
2.
Onder voorbehoud van de bepalingen van paragraaf 3 wordt, indien een onderneming van een
overeenkomstsluitende Staat in de andere overeenkomstsluitende Staat een bedrijf uitoefent met
behulp van een aldaar gevestigde vaste inrichting, in elke overeenkomstsluitende Staat aan die
vaste inrichting de winst toegerekend die zij geacht zou kunnen worden te behalen indien zij een
onafhankelijke onderneming zou zijn, die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden zou
uitoefenen onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden en die geheel onafhankelijk zou
handelen.
3.
Bij het bepalen van de winst van een vaste inrichting wordt de aftrek toegestaan van kosten,
daaronder begrepen kosten van leiding en algemene beheerskosten, die ten behoeve van de
vaste inrichting zijn gemaakt, hetzij in de Staat waar de vaste inrichting is gevestigd, hetzij
elders.
4.
Indien een overeenkomstsluitende Staat in overeenstemming met paragraaf 2 de winst herziet
die kan worden toegerekend aan een vaste inrichting van een onderneming van een van de
overeenkomstsluitende Staten, en dienovereenkomstig winst van de onderneming belast die in
de andere Staat is belast, herziet die andere Staat op passende wijze het bedrag aan belasting dat
aldaar van die winst is geheven, voor zover zulks nodig is om dubbele belasting van die winst te
vermijden. Bij het bepalen van die herziening plegen de bevoegde autoriteiten van de
overeenkomstsluitende Staten indien nodig overleg met elkaar. Deze bepaling is niet van
toepassing wanneer een of meer transacties, die tot een herziening van de winst leiden, volgens
een administratieve of gerechtelijke beslissing als frauduleus beschouwd worden.
5.
Voor zover het in een overeenkomstsluitende Staat gebruikelijk is de aan een vaste inrichting toe
te rekenen winst te bepalen op basis van een verdeling van de totale winst van de onderneming
over haar verschillende delen, belet paragraaf 2 die overeenkomstsluitende Staat niet de te
belasten winst te bepalen volgens de gebruikelijke verdeling; de gevolgde methode van
verdeling moet echter zodanig zijn dat het resultaat in overeenstemming is met de in dit artikel
neergelegde beginselen.
6.
Geen winst wordt aan een vaste inrichting toegerekend enkel op grond van de aankoop door die
vaste inrichting van goederen of koopwaar voor de onderneming.
7.
Voor de toepassing van de voorgaande paragrafen wordt de aan de vaste inrichting toe te
rekenen winst van jaar tot jaar volgens dezelfde methode bepaald, tenzij er een goede en
genoegzame reden bestaat om hiervan af te wijken.
8.
Indien in de winst inkomstenbestanddelen zijn begrepen die afzonderlijk in andere artikelen van
de Overeenkomst worden behandeld, worden de bepalingen van die artikelen niet aangetast
door de bepalingen van dit artikel.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
43
Artikel 8
Zeevaart en luchtvaart
1.
Winst uit de exploitatie van schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer is slechts
belastbaar in de overeenkomstsluitende Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de
onderneming is gelegen.
2.
Voor de toepassing van dit artikel omvat winst verkregen uit de exploitatie van schepen of
luchtvaartuigen in internationaal verkeer met name:
a)
winst uit het verhuren met volledige uitrusting, bemanning en voorraden, van schepen of
luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden gebruikt;
b)
winst uit het verhuren van onbemande schepen of luchtvaartuigen indien die verhuring
een bijkomstige activiteit is voor de onderneming die werkzaam is in internationaal
verkeer;
c)
winst uit het verhuren van laadkisten indien die verhuring een bijkomstige werkzaamheid
is voor de onderneming die werkzaam is in internationaal verkeer.
3.
Indien de plaats van de werkelijke leiding van een zeescheepvaartonderneming zich aan boord
van een schip bevindt, wordt deze plaats geacht te zijn gelegen in de overeenkomstsluitende
Staat waar het schip zijn thuishaven heeft, of, indien er geen thuishaven is, in de
overeenkomstsluitende Staat waarvan de exploitant van het schip inwoner is.
4.
De bepalingen van paragraaf 1 zijn ook van toepassing op winst verkregen uit de deelneming in
een pool, een gemeenschappelijk bedrijf of een internationaal bedrijfslichaam.
Artikel 9
Afhankelijke ondernemingen
1.
Indien
a)
een onderneming van een overeenkomstsluitende Staat onmiddellijk of middellijk
deelneemt aan de leiding van, aan het toezicht op, of in het kapitaal van een onderneming
van de andere overeenkomstsluitende Staat, of
b)
dezelfde personen onmiddellijk of middellijk deelnemen aan de leiding van, aan het
toezicht op, of in het kapitaal van een onderneming van een overeenkomstsluitende Staat
en van een onderneming van de andere overeenkomstsluitende Staat,
en in het ene en in het andere geval tussen de twee ondernemingen in hun handelsbetrekkingen
of financiële betrekkingen voorwaarden worden overeengekomen of opgelegd die afwijken van
die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke ondernemingen, mag winst
die een van de ondernemingen zonder deze voorwaarden zou hebben behaald maar ten gevolge
van die voorwaarden niet heeft behaald, worden begrepen in de winst van die onderneming en
dienovereenkomstig worden belast.
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
44
DOC 54
1691/001
2.
Indien een overeenkomstsluitende Staat in de winst van een onderneming van die Staat winst
opneemt – en dienovereenkomstig belast – ter zake waarvan een onderneming van de andere
overeenkomstsluitende Staat in die andere Staat is belast, en de aldus opgenomen winst winst is
die de onderneming van de eerstgenoemde Staat zou hebben behaald indien tussen de twee
ondernemingen zodanige voorwaarden zouden zijn overeengekomen als tussen onafhankelijke
ondernemingen zouden zijn overeengekomen, herziet die andere Staat op passende wijze het
bedrag aan belasting dat aldaar van die winst is geheven. Bij het bepalen van die herziening
wordt rekening gehouden met de overige bepalingen van deze Overeenkomst en plegen de
bevoegde autoriteiten van de overeenkomstsluitende Staten indien nodig overleg met elkaar.
3.
De bepalingen van paragraaf 2 zijn niet van toepassing wanneer een of meer transacties, die tot
een herziening van de winst overeenkomstig paragraaf 1 leiden, volgens een administratieve of
gerechtelijke beslissing als frauduleus beschouwd worden.
Artikel 10
Dividenden
1.
Dividenden betaald door een vennootschap die inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat
aan een inwoner van de andere overeenkomstsluitende Staat, mogen in die andere Staat worden
belast.
2.
Deze dividenden mogen echter ook in de overeenkomstsluitende Staat waarvan de
vennootschap die de dividenden betaalt inwoner is overeenkomstig de wetgeving van die Staat
worden belast, maar indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden inwoner is van de
andere overeenkomstsluitende Staat, mag de aldus geheven belasting niet hoger zijn dan:
a)
5 percent van het brutobedrag van de dividenden indien de uiteindelijk gerechtigde een
vennootschap is (niet zijnde een deelgenootschap) die onmiddellijk ten minste 10 percent
bezit van het kapitaal van de vennootschap die de dividenden betaalt;
b)
15 percent van het brutobedrag van de dividenden in alle andere gevallen.
Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van deze paragraaf worden dividenden niet belast
in de overeenkomstsluitende Staat waarvan de vennootschap die de dividenden betaalt inwoner
is indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden een pensioenfonds is dat inwoner is van
de andere overeenkomstsluitende Staat, op voorwaarde dat de aandelen of andere rechten ter
zake waarvan die dividenden worden betaald, in bezit worden gehouden voor het uitoefenen van
een in artikel 3, paragraaf 1, m) bedoelde activiteit.
Deze paragraaf laat onverlet de belastingheffing van de vennootschap ter zake van de winst
waaruit de dividenden worden betaald.
3.
KAMER
3e
De uitdrukking “dividenden”, zoals gebezigd in dit artikel, betekent inkomsten uit aandelen,
winstaandelen of winstbewijzen, mijnaandelen, oprichtersaandelen of andere rechten op een
aandeel in de winst, met uitzondering van schuldvorderingen, alsmede inkomsten die door de
belastingwetgeving van de Staat waarvan de uitkerende vennootschap inwoner is op dezelfde
wijze in de belastingheffing worden betrokken als inkomsten uit aandelen.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
45
4.
De bepalingen van de paragrafen 1 en 2 zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk
gerechtigde tot de dividenden, die inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat, in de andere
overeenkomstsluitende Staat waarvan de vennootschap die de dividenden betaalt inwoner is,
een bedrijf uitoefent met behulp van een aldaar gevestigde vaste inrichting en het aandelenbezit
uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald, wezenlijk is verbonden met die vaste
inrichting. In dat geval zijn de bepalingen van artikel 7 van toepassing.
5.
Indien een vennootschap die inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat winst of
inkomsten verkrijgt uit de andere overeenkomstsluitende Staat, mag die andere Staat geen
belasting heffen van de door de vennootschap betaalde dividenden, behalve voor zover die
dividenden aan een inwoner van die andere Staat worden betaald of voor zover het
aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald wezenlijk is verbonden met
een in die andere Staat gelegen vaste inrichting. Die andere Staat mag evenmin de niet
uitgedeelde winst van de vennootschap onderwerpen aan een belasting op niet uitgedeelde winst
van de vennootschap, zelfs indien de betaalde dividenden of de niet uitgedeelde winst geheel of
gedeeltelijk bestaan uit winst of inkomsten die uit die andere Staat afkomstig zijn.
Artikel 11
Interest
1.
Interest afkomstig uit een overeenkomstsluitende Staat en betaald aan een inwoner van de
andere overeenkomstsluitende Staat mag in die andere Staat worden belast.
2.
Deze interest mag echter ook in de overeenkomstsluitende Staat waaruit hij afkomstig is
overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast, maar indien de uiteindelijk
gerechtigde tot de interest inwoner is van de andere overeenkomstsluitende Staat, mag de aldus
geheven belasting niet hoger zijn dan 10 percent van het brutobedrag van de interest.
3.
Niettegenstaande de bepalingen van paragraaf 2 is interest van belasting vrijgesteld in de
overeenkomstsluitende Staat waaruit hij afkomstig is indien het gaat om:
4.
KAMER
3e
a)
interest betaald aan een pensioenfonds, op voorwaarde dat de schuldvordering ter zake
waarvan die interest betaald wordt in bezit wordt gehouden voor het uitoefenen van een
in artikel 3, paragraaf 1, m) bedoelde activiteit;
b)
interest betaald aan de andere overeenkomstsluitende Staat, aan een van de staatkundige
onderdelen of plaatselijke gemeenschappen daarvan of aan een openbare entiteit.
De uitdrukking “interest”, zoals gebezigd in dit artikel, betekent inkomsten uit
schuldvorderingen van welke aard ook, al dan niet gewaarborgd door hypotheek en al dan niet
aanspraak gevend op een aandeel in de winst van de schuldenaar, en in het bijzonder inkomsten
uit overheidsleningen en obligaties, daaronder begrepen premies en loten op die effecten. Voor
de toepassing van dit artikel omvat deze uitdrukking echter niet boeten voor laattijdige betaling
noch interest die overeenkomstig artikel 10, paragraaf 3, als dividenden wordt beschouwd.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
46
DOC 54
1691/001
5.
De bepalingen van de paragrafen 1, 2 en 3 zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk
gerechtigde tot de interest, die inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat, in de andere
overeenkomstsluitende Staat waaruit de interest afkomstig is, een bedrijf uitoefent met behulp
van een aldaar gevestigde vaste inrichting en de schuldvordering uit hoofde waarvan de interest
is verschuldigd wezenlijk is verbonden met die vaste inrichting. In dat geval zijn de bepalingen
van artikel 7 van toepassing.
6.
Interest wordt geacht uit een overeenkomstsluitende Staat afkomstig te zijn indien de
schuldenaar een inwoner van die Staat is. Indien evenwel de schuldenaar van de interest,
ongeacht of hij inwoner van een overeenkomstsluitende Staat is of niet, in een
overeenkomstsluitende Staat een vaste inrichting heeft waarvoor de schuld ter zake waarvan de
interest wordt betaald is aangegaan, en die interest ten laste komt van die vaste inrichting, wordt
die interest geacht afkomstig te zijn uit de Staat waar de vaste inrichting gevestigd is.
7.
Indien, ten gevolge van een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk
gerechtigde of tussen hen beiden en een derde, het bedrag van de interest hoger is dan het
bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou
zijn overeengekomen, zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van
toepassing. In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van de betalingen belastbaar
overeenkomstig de wetgeving van elke overeenkomstsluitende Staat en met inachtneming van
de overige bepalingen van deze Overeenkomst.
Artikel 12
Royalty’s
KAMER
3e
1.
Royalty’s afkomstig uit een overeenkomstsluitende Staat en betaald aan een inwoner van de
andere overeenkomstsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast.
2.
Deze royalty’s mogen echter ook in de overeenkomstsluitende Staat waaruit zij afkomstig zijn
overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast, maar indien de uiteindelijk
gerechtigde tot de royalty’s inwoner is van de andere overeenkomstsluitende Staat, mag de
aldus geheven belasting niet hoger zijn dan 10 percent van het brutobedrag van de royalty’s.
3.
De uitdrukking “royalty’s”, zoals gebezigd in dit artikel, betekent vergoedingen van welke aard
ook voor het gebruik van, of voor het recht van gebruik van, een auteursrecht op een werk op
het gebied van letterkunde, kunst of wetenschap, daaronder begrepen bioscoopfilms en films of
banden gebruikt voor televisie- of radiouitzendingen, van een octrooi, een fabrieks- of
handelsmerk, een tekening, een model, een plan, een geheim recept of een geheime werkwijze,
of voor het gebruik van, of het recht van gebruik van, nijverheids-, handels- of
wetenschappelijke uitrusting of voor inlichtingen omtrent ervaringen op het gebied van
nijverheid, handel of wetenschap.
4.
Wanneer een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat royalty’s verkrijgt uit de andere
overeenkomstsluitende Staat voor het gebruik van, of voor het recht van gebruik van,
nijverheids-, handels- of wetenschappelijke uitrusting, kan die inwoner ervoor kiezen om belast
te worden op een nettogrondslag als ware hij een inwoner van de andere overeenkomstsluitende
Staat. Die keuze mag worden gemaakt nadat de in paragraaf 2 beschreven voorheffing op het
brutobedrag werd toegepast.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
47
5.
De bepalingen van paragrafen 1 en 2 zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde
tot de royalty’s, die inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat, in de andere
overeenkomstsluitende Staat waaruit de royalty’s afkomstig zijn, een bedrijf uitoefent met
behulp van een aldaar gevestigde vaste inrichting en het recht of het goed uit hoofde waarvan de
royalty’s verschuldigd zijn wezenlijk is verbonden met die vaste inrichting. In dat geval zijn de
bepalingen van artikel 7 van toepassing.
6.
Royalty’s worden geacht uit een overeenkomstsluitende Staat afkomstig te zijn indien de
schuldenaar een inwoner van die Staat is. Indien evenwel de schuldenaar van de royalty’s,
ongeacht of hij inwoner van een overeenkomstsluitende Staat is of niet, in een
overeenkomstsluitende Staat een vaste inrichting heeft waarvoor de verbintenis uit hoofde
waarvan de royalty’s worden betaald is aangegaan en die de last van de royalty’s draagt, worden
die royalty’s geacht afkomstig te zijn uit de Staat waar de vaste inrichting is gevestigd.
7.
Indien, ten gevolge van een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk
gerechtigde of tussen hen beiden en een derde, het bedrag van de royalty’s hoger is dan het
bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou
zijn overeengekomen, zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van
toepassing. In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van de betalingen belastbaar
overeenkomstig de wetgeving van elke overeenkomstsluitende Staat en met inachtneming van
de overige bepalingen van deze Overeenkomst.
Artikel 13
Vermogenswinst
KAMER
3e
1.
Voordelen die een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat verkrijgt uit de vervreemding
van onroerende goederen zoals bedoeld in artikel 6 en die in de andere overeenkomstsluitende
Staat zijn gelegen, mogen in die andere Staat worden belast.
2.
Voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende goederen die deel uitmaken van het
bedrijfsvermogen van een vaste inrichting die een onderneming van een overeenkomstsluitende
Staat in de andere overeenkomstsluitende Staat heeft, daaronder begrepen voordelen verkregen
uit de vervreemding van die vaste inrichting (alleen of met de gehele onderneming), mogen in
die andere Staat worden belast.
3.
Voordelen verkregen uit de vervreemding van schepen of luchtvaartuigen die in internationaal
verkeer worden geëxploiteerd of van roerende goederen die bij de exploitatie van die schepen of
luchtvaartuigen worden gebruikt, zijn slechts belastbaar in de overeenkomstsluitende Staat waar
de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen.
4.
Voordelen die door een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat worden verkregen uit de
vervreemding van aandelen waarvan meer dan 50 percent van de waarde onmiddellijk of
middellijk bestaat uit in de andere overeenkomstsluitende Staat gelegen onroerende goederen,
mogen in die andere Staat worden belast. Deze paragraaf is evenwel niet van toepassing op
voordelen verkregen uit de vervreemding van aandelen van vennootschappen die genoteerd zijn
op een erkende effectenbeurs van een van de overeenkomstsluitende Staten, op voordelen
verkregen uit de vervreemding van aandelen die worden vervreemd in het kader van een fusie of
een splitsing van de vennootschap die de aandelen in haar bezit heeft, of wanneer de onroerende
goederen waaraan de aandelen hun waarde ontlenen onroerende goederen zijn waarin een
actieve handels- of bedrijfswerkzaamheid wordt uitgeoefend.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
48
DOC 54
5.
1691/001
Voordelen uit de vervreemding van alle andere goederen dan die vermeld in de paragrafen 1, 2,
3 en 4 zijn slechts belastbaar in de overeenkomstsluitende Staat waarvan de vervreemder
inwoner is.
Artikel 14
Inkomsten uit een dienstbetrekking
1.
Onder voorbehoud van de bepalingen van de artikelen 15, 17 en 18 zijn lonen, salarissen en
andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een overeenkomstsluitende
Staat ter zake van een dienstbetrekking slechts in die Staat belastbaar tenzij de dienstbetrekking
in de andere overeenkomstsluitende Staat wordt uitgeoefend. Indien de dienstbetrekking aldaar
wordt uitgeoefend, mogen de ter zake daarvan verkregen beloningen in die andere Staat worden
belast.
2.
Niettegenstaande de bepalingen van paragraaf 1 zijn beloningen verkregen door een inwoner
van een overeenkomstsluitende Staat ter zake van een in de andere overeenkomstsluitende Staat
uitgeoefende dienstbetrekking slechts in de eerstgenoemde Staat belastbaar, indien:
3.
a)
de verkrijger in de andere Staat verblijft gedurende een tijdvak of tijdvakken die in enig
tijdperk van twaalf maanden, dat aanvangt of eindigt tijdens het betrokken belastbaar
tijdperk, een totaal van 183 dagen niet te boven gaan, en
b)
de beloningen worden betaald door of namens een werkgever die geen inwoner van de
andere Staat is, en
c)
de beloningen niet ten laste komen van een vaste inrichting die de werkgever in de andere
Staat heeft.
Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel mogen beloningen, verkregen ter
zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een schip of luchtvaartuig dat in
internationaal verkeer wordt geëxploiteerd, worden belast in de overeenkomstsluitende Staat
waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen.
Artikel 15
Tantièmes
1.
KAMER
3e
Tantièmes, presentiegelden en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van
een overeenkomstsluitende Staat in zijn hoedanigheid van lid van de raad van bestuur of van
toezicht of van een gelijkaardig orgaan van een vennootschap die inwoner is van de andere
overeenkomstsluitende Staat, mogen in die andere Staat worden belast.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
49
2.
Beloningen die een persoon op wie paragraaf 1 van toepassing is van een vennootschap die
inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat verkrijgt ter zake van de uitoefening van
dagelijkse werkzaamheden van leidinggevende of technische, commerciële of financiële aard,
en beloningen die een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat verkrijgt ter zake van zijn
dagelijkse werkzaamheid als vennoot in een vennootschap – niet zijnde een vennootschap op
aandelen – die inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat, mogen worden belast
overeenkomstig de bepalingen van artikel 14 alsof het ging om beloningen die een werknemer
ter zake van een dienstbetrekking verkrijgt en alsof de werkgever de vennootschap was.
Artikel 16
Artiesten en sportbeoefenaars
1.
Niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 7 en 14 mogen inkomsten die een inwoner van
een overeenkomstsluitende Staat verkrijgt uit zijn persoonlijke werkzaamheden die hij in de
andere overeenkomstsluitende Staat verricht in de hoedanigheid van artiest, zoals toneelspeler,
film-, radio- of televisieartiest, of musicus, of in de hoedanigheid van sportbeoefenaar, in die
andere Staat worden belast.
2.
Indien inkomsten uit werkzaamheden die een artiest of een sportbeoefenaar persoonlijk en als
zodanig verricht, niet worden toegekend aan de artiest of aan de sportbeoefenaar zelf maar aan
een andere persoon, mogen die inkomsten, niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 7 en
14, worden belast in de overeenkomstsluitende Staat waar de werkzaamheden van de artiest of
de sportbeoefenaar worden verricht.
3.
De bepalingen van de paragrafen 1 en 2 zijn niet van toepassing indien de werkzaamheden die
in een overeenkomstsluitende Staat worden verricht voor een wezenlijk deel worden
gefinancierd uit de openbare middelen van de andere overeenkomstsluitende Staat of van een
staatkundig onderdeel of een plaatselijke gemeenschap daarvan. In dat geval zijn de inkomsten
welke uit die werkzaamheden worden verkregen slechts in die andere overeenkomstsluitende
Staat belastbaar.
Artikel 17
Pensioenen
KAMER
3e
1.
Onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 18, paragraaf 2, zijn pensioenen en andere
soortgelijke beloningen die zijn betaald aan een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat
slechts in die Staat belastbaar.
2.
Dergelijke pensioenen en andere soortgelijke beloningen mogen ook in de
overeenkomstsluitende Staat waaruit zij afkomstig zijn en in overeenstemming met de
wetgeving van die Staat worden belast. De aldus geheven belasting mag evenwel niet meer
bedragen dan 10 percent van het brutobedrag van de betaling.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
50
DOC 54
3.
1691/001
Pensioenen en andere soortgelijke beloningen worden geacht afkomstig te zijn uit een
overeenkomstsluitende Staat voor zover de bijdragen tot een pensioenstelsel in die Staat
aanleiding hebben gegeven tot een belastingaftrek, een belastingvermindering of enige andere
belastingverlaging.
Artikel 18
Overheidsfuncties
1.
a)
Lonen, salarissen en andere soortgelijke beloningen, betaald door een
overeenkomstsluitende Staat of een staatkundig onderdeel of plaatselijke gemeenschap
daarvan aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten bewezen aan die Staat of aan
dat onderdeel of die gemeenschap, zijn slechts in die Staat belastbaar.
b)
Die lonen, salarissen en andere soortgelijke beloningen zijn evenwel slechts in de andere
overeenkomstsluitende Staat belastbaar indien de diensten in die Staat worden bewezen
en de natuurlijke persoon inwoner van die Staat is, die:
(i)
(ii)
2.
3.
onderdaan is van die Staat; of
niet uitsluitend met het oog op het bewijzen van de diensten inwoner van die Staat
is geworden.
a)
Niettegenstaande de bepalingen van paragraaf 1 zijn pensioenen en andere soortgelijke
beloningen die door een overeenkomstsluitende Staat of een staatkundig onderdeel of
plaatselijke gemeenschap daarvan, hetzij rechtstreeks, hetzij uit door hen in het leven
geroepen fondsen, worden betaald aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten
bewezen aan die Staat of aan dat onderdeel of die gemeenschap, slechts in die Staat
belastbaar.
b)
Die pensioenen en andere soortgelijke beloningen zijn evenwel slechts in de andere
overeenkomstsluitende Staat belastbaar indien de natuurlijke persoon inwoner en
onderdaan is van die Staat.
De bepalingen van de artikelen 14, 15, 16 en 17 zijn van toepassing op lonen, salarissen,
pensioenen en andere soortgelijke beloningen, betaald ter zake van diensten bewezen in het
kader van een bedrijf uitgeoefend door een overeenkomstsluitende Staat of een staatkundig
onderdeel of plaatselijke gemeenschap daarvan.
Artikel 19
Studenten
Bedragen die een student of een stagiair die inwoner is, of die onmiddellijk vóór zijn verblijf in een
overeenkomstsluitende Staat inwoner was, van de andere overeenkomstsluitende Staat en die
uitsluitend voor zijn studie of opleiding in de eerstgenoemde Staat verblijft, ontvangt ten behoeve van
zijn onderhoud, studie of opleiding, zijn in die Staat niet belastbaar, op voorwaarde dat die bedragen
afkomstig zijn uit bronnen buiten die Staat.
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
51
Artikel 20
Andere inkomsten
1.
Ongeacht de afkomst ervan zijn inkomensbestanddelen van een inwoner van een
overeenkomstsluitende Staat die niet in de voorgaande artikelen van deze Overeenkomst
worden behandeld, slechts in die Staat belastbaar.
2.
De bepalingen van paragraaf 1 zijn niet van toepassing op inkomsten, niet zijnde inkomsten uit
onroerende goederen als omschreven in artikel 6, paragraaf 2, indien de verkrijger van die
inkomsten, die inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat, in de andere
overeenkomstsluitende Staat een bedrijf uitoefent met behulp van een aldaar gevestigde vaste
inrichting en het recht of het goed dat de inkomsten oplevert wezenlijk is verbonden met die
vaste inrichting. In dat geval zijn de bepalingen van artikel 7 van toepassing.
3.
Niettegenstaande de bepalingen van de paragrafen 1 en 2 mogen inkomensbestanddelen van een
inwoner van een overeenkomstsluitende Staat die niet in de voorgaande artikelen van de
Overeenkomst worden behandeld en die uit de andere overeenkomstsluitende Staat afkomstig
zijn, in die andere Staat worden belast indien die inkomensbestanddelen niet effectief belast zijn
in de eerstgenoemde Staat.
HOOFDSTUK IV – BELASTINGHEFFING NAAR HET VERMOGEN
Artikel 21
Vermogen
KAMER
3e
1.
Vermogen bestaande uit onroerende goederen als omschreven in artikel 6, die een inwoner van
een overeenkomstsluitende Staat bezit en die in de andere overeenkomstsluitende Staat zijn
gelegen, mag in die andere Staat worden belast.
2.
Vermogen bestaande uit roerende goederen die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van een
vaste inrichting die een onderneming van een overeenkomstsluitende Staat in de andere
overeenkomstsluitende Staat heeft, mag in die andere Staat worden belast.
3.
Vermogen bestaande uit schepen en luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden
geëxploiteerd alsmede uit roerende goederen die bij de exploitatie van die schepen of
luchtvaartuigen worden gebruikt, is slechts belastbaar in de overeenkomstsluitende Staat waar
de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen.
4.
Alle andere vermogensbestanddelen van een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat zijn
slechts in die Staat belastbaar.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
52
DOC 54
1691/001
HOOFDSTUK V – WIJZE WAAROP DUBBELE BELASTING WORDT VERMEDEN
Artikel 22
Vermijden van dubbele belasting
1.
In België:
a)
Indien een inwoner van België inkomsten verkrijgt, niet zijnde dividenden, interest of
royalty’s, of vermogensbestanddelen bezit die ingevolge de bepalingen van deze
Overeenkomst in Uruguay zijn belast, stelt België deze inkomsten of deze
vermogensbestanddelen vrij van belasting. Indien een natuurlijke persoon inkomsten
verkrijgt, niet zijnde dividenden, interest of royalty’s, die ingevolge de bepalingen van de
Overeenkomst in Uruguay zijn belast, stelt België, niettegenstaande de vorige bepaling,
die inkomsten alleen vrij van belasting voor zover ze effectief in Uruguay belast zijn.
b)
De vrijstelling waarin subparagraaf a) voorziet, wordt eveneens verleend met betrekking
tot inkomsten die overeenkomstig de Belgische wetgeving als dividenden worden
beschouwd en die door een inwoner van België worden behaald uit een deelneming in
een entiteit waarvan de plaats van de werkelijke leiding gelegen is in Uruguay en die niet
als dusdanig werd belast in Uruguay, op voorwaarde dat de inwoner van België, naar rata
van zijn deelneming in zulke entiteit, in Uruguay is belast op de inkomsten waaruit de
inkomsten die overeenkomstig de Belgische wetgeving als dividenden worden
beschouwd, zijn betaald. De vrijgestelde inkomsten zijn de inkomsten die zijn verkregen
na aftrek van de kosten die in België of elders zijn gemaakt en die betrekking hebben op
het beheer van de deelneming in de entiteit.
c)
Niettegenstaande de bepalingen van subparagrafen a) en b) en van elke andere bepaling
van de Overeenkomst, houdt België, voor het berekenen van de aanvullende belastingen
die worden geheven door de Belgische gemeenten en agglomeraties, rekening met de
beroepsinkomsten die in België overeenkomstig subparagrafen a) en b) vrijgesteld zijn
van belasting. Die aanvullende belastingen worden berekend op de belasting die in België
verschuldigd zou zijn indien de desbetreffende beroepsinkomsten uit Belgische bronnen
waren behaald.
Wanneer de inkomsten die een inwoner van België verkrijgt of het vermogen dat hij bezit,
ingevolge enigerlei bepaling van de Overeenkomst vrijgesteld is van belasting in België,
mag België, om het bedrag van de belasting op het overige inkomen of vermogen van die
inwoner te berekenen, niettemin het belastingtarief toepassen dat van toepassing zou zijn
indien die inkomsten of die vermogensbestanddelen niet waren vrijgesteld.
KAMER
3e
d)
De bepalingen van subparagrafen a) en b) zijn niet van toepassing op inkomsten
verkregen door of op vermogen in het bezit van een inwoner van België indien Uruguay
de bepalingen van de Overeenkomst toepast om zulke inkomsten of zulk vermogen van
belasting vrij te stellen of de bepalingen van artikel 10, paragraaf 2 of artikel 11,
paragraaf 2 toepast om de belastingheffing van die inkomsten te beperken.
e)
Dividenden die een vennootschap die inwoner is van België verkrijgt van een
vennootschap die inwoner is van Uruguay, worden in België vrijgesteld van de
vennootschapsbelasting op de voorwaarden en binnen de grenzen die in de Belgische
wetgeving zijn bepaald.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
53
2.
f)
Wanneer een vennootschap die inwoner is van België van een vennootschap die inwoner
is van Uruguay dividenden verkrijgt die niet vrijgesteld zijn overeenkomstig subparagraaf
e), worden die dividenden in België toch vrijgesteld van de vennootschapsbelasting
indien de vennootschap die inwoner is van Uruguay daadwerkelijk betrokken is bij de
actieve uitoefening van een bedrijf in Uruguay. In dat geval worden die dividenden
vrijgesteld op de voorwaarden en binnen de grenzen die in de Belgische wetgeving zijn
bepaald, met uitzondering van die welke verband houden met de belastingregeling die
van toepassing is op de vennootschap die inwoner is van Uruguay of op de inkomsten
waaruit de dividenden worden betaald. Deze bepaling is slechts van toepassing op
dividenden die worden betaald uit inkomsten die worden voortgebracht door de actieve
uitoefening van een bedrijf.
g)
Wanneer een vennootschap die inwoner is van België van een vennootschap die inwoner
is van Uruguay dividenden verkrijgt die deel uitmaken van haar samengetelde inkomen
dat aan de Belgische belasting is onderworpen en die niet vrijgesteld zijn van de
vennootschapsbelasting ingevolge subparagraaf e) of f), brengt België de Uruguayaanse
belasting die overeenkomstig artikel 10 van die dividenden werd geheven en de
Uruguayaanse belasting die werd geheven van de winst waaruit deze dividenden worden
betaald, in mindering van de Belgische belasting die betrekking heeft op die dividenden.
Dit in mindering te brengen bedrag mag het deel van de Belgische belasting dat evenredig
betrekking heeft op die dividenden, niet te boven gaan.
h)
Onder voorbehoud van de bepalingen van de Belgische wetgeving betreffende de
verrekening van in het buitenland betaalde belastingen met de Belgische belasting wordt,
indien een inwoner van België inkomsten verkrijgt die deel uitmaken van zijn
samengetelde inkomen dat aan de Belgische belasting is onderworpen en bestaan uit
interest of royalty’s, de van die inkomsten geheven Uruguayaanse belasting in mindering
gebracht van de Belgische belasting met betrekking tot die inkomsten.
i)
Indien verliezen geleden door een onderneming die door een inwoner van België in een in
Uruguay gelegen vaste inrichting wordt gedreven, voor de belastingheffing van die
onderneming in België overeenkomstig de Belgische wetgeving werkelijk in mindering
van de winst van die onderneming zijn gebracht, is de vrijstelling ingevolge subparagraaf
a) in België niet van toepassing op de winst van andere belastbare tijdperken die aan die
inrichting kan worden toegerekend, in zoverre als die winst ook in Uruguay van belasting
is vrijgesteld door de verrekening van die verliezen.
In Uruguay wordt dubbele belasting op de volgende wijze vermeden:
a)
KAMER
3e
Inwoners van Uruguay die inkomsten verkrijgen, niet zijnde dividenden, die ingevolge de
Belgische wetgeving en krachtens de bepalingen van deze Overeenkomst in België aan
belasting onderworpen werden, mogen de aldus betaalde belasting verrekenen met elke
Uruguayaanse belasting die ter zake van dezelfde inkomsten verschuldigd is ingevolge de
toepasselijke bepalingen van de Uruguayaanse wetgeving. Hetzelfde geldt ook voor
vermogen dat ingevolge de Belgische wetgeving en krachtens de bepalingen van deze
Overeenkomst in België aan belasting onderworpen werd; de aldus betaalde
vermogensbelasting mag worden verrekend met elke Uruguayaanse belasting die ter zake
van hetzelfde vermogen verschuldigd is ingevolge de toepasselijke bepalingen van de
Uruguayaanse wetgeving. Deze vermindering mag evenwel niet hoger zijn dan het deel
van de Uruguayaanse belasting naar het inkomen of naar het vermogen dat, berekend
vóór het verlenen van de vermindering, overeenstemt met het inkomen of het vermogen,
naar het geval, dat in België mag worden belast.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
54
DOC 54
1691/001
b)
Wanneer een vennootschap die inwoner is van Uruguay van een vennootschap die
inwoner is van België dividenden verkrijgt die opgenomen zijn in zijn belastbaar
inkomen voor de toepassing van de Uruguyaanse belasting, vermindert Uruguay de
Uruguayaanse belasting die betrekking heeft op die dividenden met de Belgische
belasting die overeenkomstig artikel 10 van die dividenden is geheven en met de
Belgische belasting die is geheven van de winst waaruit die dividenden zijn betaald. Deze
vermindering mag niet meer bedragen dan het deel van de Uruguayaanse belasting dat
proportioneel op die dividenden betrekking heeft.
c)
Wanneer de inkomsten die een inwoner van Uruguay verkrijgt of het vermogen dat hij
bezit, ingevolge enigerlei bepaling van de Overeenkomst vrijgesteld is van belasting in
Uruguay, mag Uruguay, om het bedrag van de belasting op het overige inkomen of
vermogen van die inwoner te berekenen, rekening houden met de vrijgestelde inkomsten
of met het vrijgestelde vermogen.
HOOFDSTUK VI. – BIJZONDERE BEPALINGEN
Artikel 23
Non-discriminatie
KAMER
3e
1.
Onderdanen van een overeenkomstsluitende Staat worden in de andere overeenkomstsluitende
Staat niet onderworpen aan enige belastingheffing of daarmee verband houdende verplichting
die anders of zwaarder is dan de belastingheffing en daarmee verband houdende verplichtingen
waaraan onderdanen van die andere Staat onder gelijke omstandigheden, inzonderheid met
betrekking tot de woonplaats, zijn of kunnen worden onderworpen. Niettegenstaande de
bepalingen van artikel 1 is deze bepaling ook van toepassing op personen die geen inwoner zijn
van een overeenkomstsluitende Staat of van beide overeenkomstsluitende Staten.
2.
Staatlozen die inwoner zijn van een overeenkomstsluitende Staat, worden noch in de ene noch
in de andere overeenkomstsluitende Staat onderworpen aan enige belastingheffing of daarmee
verband houdende verplichting, die anders of zwaarder is dan de belastingheffing en daarmee
verband houdende verplichtingen waaraan onderdanen van de desbetreffende Staat onder gelijke
omstandigheden, inzonderheid met betrekking tot de woonplaats, zijn of kunnen worden
onderworpen.
3.
De belastingheffing van een vaste inrichting die een onderneming van een
overeenkomstsluitende Staat in de andere overeenkomstsluitende Staat heeft, is in die andere
Staat niet ongunstiger dan de belastingheffing van ondernemingen van die andere Staat die
dezelfde werkzaamheden uitoefenen. Deze bepaling mag niet aldus worden uitgelegd dat zij een
overeenkomstsluitende Staat verplicht aan inwoners van de andere overeenkomstsluitende Staat
bij de belastingheffing de persoonlijke aftrekken, tegemoetkomingen en verminderingen uit
hoofde van de gezinstoestand of gezinslasten te verlenen die hij aan zijn eigen inwoners
verleent.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
55
4.
Behalve indien de bepalingen van artikel 9, paragraaf 1, artikel 11, paragraaf 7, of artikel 12,
paragraaf 7, van toepassing zijn, worden interest, royalty’s en andere uitgaven die door een
onderneming van een overeenkomstsluitende Staat aan een inwoner van de andere
overeenkomstsluitende Staat worden betaald, bij het bepalen van de belastbare winst van die
onderneming op dezelfde voorwaarden in mindering gebracht als wanneer zij aan een inwoner
van de eerstgenoemde Staat zouden zijn betaald. Op dezelfde wijze worden schulden van een
onderneming van een overeenkomstsluitende Staat tegenover een inwoner van de andere
overeenkomstsluitende Staat bij het bepalen van het belastbare vermogen van die onderneming
op dezelfde voorwaarden in mindering gebracht als wanneer die schulden tegenover een
inwoner van de eerstgenoemde Staat zouden zijn aangegaan.
5.
Ondernemingen van een overeenkomstsluitende Staat waarvan het kapitaal geheel of ten dele,
onmiddellijk of middellijk, in het bezit is van, of wordt beheerst door een of meer inwoners van
de andere overeenkomstsluitende Staat, worden in de eerstgenoemde Staat niet aan enige
belastingheffing of daarmee verband houdende verplichting onderworpen die anders of
zwaarder is dan de belastingheffing en daarmee verband houdende verplichtingen waaraan
andere, soortgelijke ondernemingen van de eerstgenoemde Staat zijn of kunnen worden
onderworpen.
6.
Niettegenstaande de bepalingen van artikel 2 zijn de bepalingen van dit artikel van toepassing
op belastingen van elke soort en benaming.
Artikel 24
Regeling voor onderling overleg
KAMER
3e
1.
Indien een persoon van oordeel is dat de maatregelen van een overeenkomstsluitende Staat of
van beide overeenkomstsluitende Staten voor hem leiden of zullen leiden tot een
belastingheffing die niet in overeenstemming is met de bepalingen van deze Overeenkomst, kan
hij, onverminderd de rechtsmiddelen waarin het interne recht van die Staten voorziet, zijn geval
voorleggen aan de bevoegde autoriteit van de overeenkomstsluitende Staat waarvan hij inwoner
is, of, indien zijn geval onder artikel 23, paragraaf 1, valt, aan die van de overeenkomstsluitende
Staat waarvan hij onderdaan is. Het geval moet worden voorgelegd binnen drie jaar nadat de
maatregel die een belastingheffing ten gevolge heeft die niet in overeenstemming is met de
bepalingen van de Overeenkomst, voor het eerst te zijner kennis is gebracht.
2.
Indien het bezwaar haar gegrond voorkomt en indien zij niet zelf in staat is tot een bevredigende
oplossing ervan te komen, tracht de bevoegde autoriteit de aangelegenheid in onderlinge
overeenstemming met de bevoegde autoriteit van de andere overeenkomstsluitende Staat te
regelen, teneinde een belastingheffing te vermijden die niet in overeenstemming is met de
Overeenkomst. Elke overeengekomen regeling wordt uitgevoerd ongeacht de termijnen waarin
het interne recht van de overeenkomstsluitende Staten voorziet.
3.
De bevoegde autoriteiten van de overeenkomstsluitende Staten trachten moeilijkheden of
twijfelpunten die mochten rijzen met betrekking tot de interpretatie of de toepassing van de
Overeenkomst in onderlinge overeenstemming op te lossen.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
56
DOC 54
1691/001
4.
De bevoegde autoriteiten van de overeenkomstsluitende Staten kunnen zich rechtstreeks met
elkaar in verbinding stellen, inclusief via een gemengde commissie die bestaat uit henzelf of
hun vertegenwoordigers, teneinde een overeenstemming als bedoeld in de voorgaande
paragrafen te bereiken of voor de toepassing van deze Overeenkomst.
5.
Wanneer,
a)
een persoon overeenkomstig paragraaf 1 een geval heeft voorgelegd aan de bevoegde
autoriteit van een overeenkomstsluitende Staat omdat de maatregelen van een
overeenkomstsluitende Staat of van beide overeenkomstsluitende Staten voor hem
hebben geleid tot een belastingheffing die niet in overeenstemming is met de bepalingen
van de Overeenkomst, en
b)
de bevoegde autoriteiten er niet in slagen om binnen een termijn van twee jaar nadat het
geval werd voorgelegd aan de bevoegde autoriteit van de andere overeenkomstsluitende
Staat, over dat geval overeenstemming te bereiken conform paragraaf 2, worden alle
onopgeloste punten die voortkomen uit dat geval aan arbitrage onderworpen wanneer die
persoon een verzoek daartoe indient binnen een termijn van twee jaar vanaf de eerste dag
dat om arbitrage kan worden verzocht.
Die onopgeloste punten worden evenwel niet aan arbitrage onderworpen indien daaromtrent
reeds een beslissing werd uitgesproken door een rechterlijke instantie of een administratieve
rechtbank van de ene of de andere overeenkomstsluitende Staat. Tenzij een rechtstreeks bij het
geval betrokken persoon binnen een termijn van drie maanden vanaf de mededeling van de
overeengekomen regeling waardoor de beslissing na arbitrage wordt uitgevoerd aan de
bevoegde autoriteit van een overeenkomstsluitende Staat meedeelt dat hij de overeengekomen
regeling niet aanvaardt, is de beslissing na arbitrage bindend en wordt ze uitgevoerd, ongeacht
de termijnen waarin het interne recht van beide overeenkomstsluitende Staten voorziet. De
bevoegde autoriteiten van de overeenkomstsluitende Staten regelen de wijze van toepassing van
deze paragraaf in onderlinge overeenstemming.
Artikel 25
Uitwisseling van inlichtingen
1.
KAMER
3e
De bevoegde autoriteiten van de overeenkomstsluitende Staten wisselen de inlichtingen uit die
naar verwachting relevant zullen zijn voor de uitvoering van de bepalingen van deze
Overeenkomst of voor de toepassing of de tenuitvoerlegging van de nationale wetgeving met
betrekking tot belastingen van elke soort en benaming die worden geheven ten behoeve van de
overeenkomstsluitende Staten of van de staatkundige onderdelen of plaatselijke
gemeenschappen daarvan, voor zover de belastingheffing waarin die nationale wetgeving
voorziet niet in strijd is met de Overeenkomst. De uitwisseling van inlichtingen wordt niet
beperkt door de artikelen 1 en 2.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
57
2.
De door een overeenkomstsluitende Staat ingevolge paragraaf 1 verkregen inlichtingen worden
op dezelfde wijze geheim gehouden als inlichtingen die onder de nationale wetgeving van die
Staat zijn verkregen en worden alleen ter kennis gebracht van personen of autoriteiten
(daaronder begrepen rechterlijke instanties en administratieve lichamen) die betrokken zijn bij
de vestiging of invordering van de in paragraaf 1 bedoelde belastingen, bij de tenuitvoerlegging
of vervolging ter zake van die belastingen, bij de beslissing in beroepszaken die betrekking
hebben op die belastingen, of bij het toezicht daarop. Deze personen of autoriteiten gebruiken
die inlichtingen slechts voor die doeleinden. Zij mogen deze inlichtingen kenbaar maken tijdens
openbare rechtszittingen of in rechterlijke beslissingen.
3.
In geen geval mogen de bepalingen van de paragrafen 1 en 2 aldus worden uitgelegd dat aan een
overeenkomstsluitende Staat de verplichting wordt opgelegd:
a)
administratieve maatregelen te nemen die afwijken van de wetgeving en de
administratieve praktijk van die of van de andere overeenkomstsluitende Staat;
b)
inlichtingen te verstrekken die niet verkrijgbaar zijn volgens de wetgeving of in de
normale gang van de administratieve werkzaamheden van die of van de andere
overeenkomstsluitende Staat;
c)
inlichtingen te verstrekken die een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim of
een handelswerkwijze zouden onthullen, dan wel inlichtingen waarvan het verstrekken in
strijd zou zijn met de openbare orde.
4.
Wanneer op basis van dit artikel door een overeenkomstsluitende Staat om inlichtingen is
verzocht, gebruikt de andere overeenkomstsluitende Staat de middelen voor het verzamelen van
inlichtingen waarover hij beschikt om de gevraagde inlichtingen te verkrijgen, zelfs al heeft die
andere Staat die inlichtingen niet nodig voor zijn eigen belastingdoeleinden. De verplichting die
in de vorige zin is vervat, is onderworpen aan de beperkingen waarin paragraaf 3 voorziet, maar
die beperkingen mogen in geen geval aldus worden uitgelegd dat ze een overeenkomstsluitende
Staat toestaan het verstrekken van inlichtingen te weigeren enkel omdat die Staat geen
binnenlands belang heeft bij die inlichtingen.
5.
In geen geval mogen de bepalingen van paragraaf 3 aldus worden uitgelegd dat ze een
overeenkomstsluitende Staat toestaan om het verstrekken van inlichtingen te weigeren enkel en
alleen omdat de inlichtingen in het bezit zijn van een bank, een andere financiële instelling, een
trust, een stichting, een gevolmachtigde of een persoon die werkzaam is in de hoedanigheid van
een vertegenwoordiger of een vertrouwenspersoon of omdat de inlichtingen betrekking hebben
op eigendomsbelangen in een persoon.
Artikel 26
Bijstand voor de invordering van belastingen
1.
KAMER
3e
De overeenkomstsluitende Staten verlenen elkaar bijstand voor de invordering van
belastingvorderingen. Deze bijstand wordt niet beperkt door artikel 1. De bevoegde autoriteiten
van de overeenkomstsluitende Staten kunnen in onderlinge overeenstemming de wijze van
uitvoering van dit artikel bepalen.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
58
KAMER
DOC 54
3e
1691/001
2.
De uitdrukking “belastingvordering” zoals gebezigd in dit artikel, betekent elk bedrag dat
verschuldigd is met betrekking tot belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is,
alsmede de met dat bedrag verband houdende interest, administratieve boetes en kosten van
invordering of van conservatoire maatregelen.
3.
Wanneer een belastingvordering van een overeenkomstsluitende Staat ingevolge de wetgeving
van die Staat voor tenuitvoerlegging vatbaar is en verschuldigd is door een persoon die op dat
ogenblik op grond van de wetgeving van die Staat de invordering ervan niet kan beletten,
aanvaardt de bevoegde autoriteit van de andere overeenkomstsluitende Staat om die
belastingvordering op verzoek van de bevoegde autoriteit van eerstgenoemde Staat in te
vorderen. Die belastingvordering wordt door die andere Staat geïnd overeenkomstig de
bepalingen van zijn wetgeving die van toepassing zijn op het vlak van de tenuitvoerlegging en
de invordering van zijn eigen belastingen alsof de desbetreffende vordering een
belastingvordering van die andere Staat was.
4.
Wanneer een belastingvordering van een overeenkomstsluitende Staat een vordering is ter zake
waarvan die Staat overeenkomstig zijn wetgeving conservatoire maatregelen kan nemen om de
invordering ervan te verzekeren, gaat de bevoegde autoriteit van de andere
overeenkomstsluitende Staat ermee akkoord om, op verzoek van de bevoegde autoriteit van
eerstgenoemde Staat, ter zake van die belastingvordering conservatoire maatregelen te nemen.
Die andere Staat neemt ter zake van die belastingvordering conservatoire maatregelen
overeenkomstig de bepalingen van zijn wetgeving alsof de belastingvordering een
belastingvordering van die andere Staat was, zelfs indien de belastingvordering in de
eerstgenoemde Staat op het ogenblik waarop die maatregelen worden toegepast niet voor
tenuitvoerlegging vatbaar is of verschuldigd is door een persoon die het recht heeft de
invordering ervan te beletten.
5.
De verjaringstermijnen en de voorrechten die overeenkomstig de wetgeving van een
overeenkomstsluitende Staat van toepassing zijn op een belastingvordering wegens de aard van
die vordering als zodanig, gelden niet voor een belastingvordering die door die Staat voor de
toepassing van paragraaf 3 of 4 wordt aanvaard, dit niettegenstaande de bepalingen van
voornoemde paragrafen. Ter zake van een belastingvordering die voor de toepassing van
paragraaf 3 of 4 door een overeenkomstsluitende Staat wordt aanvaard, kan in die Staat
bovendien geen enkel voorrecht worden verleend dat overeenkomstig de wetgeving van de
andere overeenkomstsluitende Staat op die belastingvordering van toepassing zou zijn.
6.
Procedures inzake het bestaan, de geldigheid of het bedrag van een belastingvordering van een
overeenkomstsluitende Staat, worden niet voorgelegd aan de rechterlijke instanties of
administratieve lichamen van de andere overeenkomstsluitende Staat.
7.
Wanneer een belastingvordering op enig tijdstip nadat door een overeenkomstsluitende Staat
een verzoekschrift werd ingediend overeenkomstig paragraaf 3 of 4, en vooraleer de andere
overeenkomstsluitende Staat de desbetreffende belastingvordering heeft ingevorderd en aan de
eerstgenoemde Staat heeft overgemaakt, ophoudt
a)
een belastingvordering te zijn van de eerstgenoemde Staat die overeenkomstig de
wetgeving van die Staat vatbaar is voor tenuitvoerlegging en die verschuldigd is door een
persoon die op dat ogenblik overeenkomstig de wetgeving van die Staat de invordering
ervan niet kan beletten, (in het geval van een verzoekschrift overeenkomstig paragraaf 3),
of
b)
een belastingvordering te zijn van de eerstgenoemde Staat ter zake waarvan die Staat
ingevolge zijn wetgeving conservatoire maatregelen mag nemen om de invordering ervan
te verzekeren (in het geval van een verzoekschrift overeenkomstig paragraaf 4),
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
59
brengt de bevoegde autoriteit van de eerstgenoemde Staat de bevoegde autoriteit van de andere
Staat hiervan onmiddellijk op de hoogte en, naar keuze van de andere Staat, schorst de
eerstgenoemde Staat zijn verzoekschrift of trekt het in.
8.
In geen geval mogen de bepalingen van dit artikel aldus worden uitgelegd dat zij een
overeenkomstsluitende Staat de verplichting opleggen:
a)
administratieve maatregelen te nemen die afwijken van de wetgeving en de
administratieve praktijk van die of van de andere overeenkomstsluitende Staat
b)
maatregelen te nemen die in strijd zouden zijn met de openbare orde;
c)
bijstand te verlenen indien de andere overeenkomstsluitende Staat niet alle redelijke
invorderings- of conservatoire maatregelen, naar het geval, heeft genomen waarover die
Staat overeenkomstig zijn wetgeving of zijn administratieve praktijk beschikt;
d)
bijstand te verlenen in de gevallen waar de administratieve last die er voor die Staat uit
voortvloeit duidelijk niet in verhouding staat tot het voordeel dat er door de andere
overeenkomstsluitende Staat uit kan worden behaald.
Artikel 27
Leden van diplomatieke zendingen en van consulaire posten
De bepalingen van deze Overeenkomst tasten in geen enkel opzicht de fiscale voorrechten aan die
leden van diplomatieke zendingen of van consulaire posten ontlenen aan de algemene regels van het
volkenrecht of aan de bepalingen van bijzondere overeenkomsten.
HOOFDSTUK VII. – SLOTBEPALINGEN
Artikel 28
Inwerkingtreding
1.
KAMER
3e
De Regeringen van de overeenkomstsluitende Staten zullen elkaar ervan in kennis stellen dat
werd voldaan aan de wettelijke vereisten voor de inwerkingtreding van deze Overeenkomst.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
60
DOC 54
2.
1691/001
De Overeenkomst zal in werking treden op de vijftiende dag na de datum van de laatste van de
in paragraaf 1 bedoelde kennisgevingen en de bepalingen van de Overeenkomst zullen van
toepassing zijn:
a)
met betrekking tot de bij de bron verschuldigde belastingen, op bedragen die zijn
toegekend of betaalbaar gesteld op of na 1 januari van het eerste kalenderjaar dat volgt op
dat waarin deze Overeenkomst in werking treedt;
b)
met betrekking tot de andere inkomstenbelastingen, op belastbare tijdperken die beginnen
op of na 1 januari van het eerste kalenderjaar dat volgt op dat waarin deze Overeenkomst
in werking treedt; en
c)
met betrekking tot alle andere belastingen, op belastingen die verschuldigd zijn ter zake
van belastbare feiten die zich voordoen op of na 1 januari van het eerste kalenderjaar dat
volgt op dat waarin deze Overeenkomst in werking treedt.
Artikel 29
Beëindiging
Deze Overeenkomst blijft van kracht totdat zij door een overeenkomstsluitende Staat is opgezegd.
Elke overeenkomstsluitende Staat kan tot en met 30 juni van elk kalenderjaar vanaf het vijfde jaar dat
volgt op het jaar waarin de Overeenkomst in werking is getreden, aan de andere
overeenkomstsluitende Staat langs diplomatieke weg een schriftelijke opzegging doen toekomen. In
geval van opzegging vóór 1 juli van zodanig jaar, houdt de Overeenkomst op van toepassing te zijn:
a)
met betrekking tot de bij de bron verschuldigde belastingen, op bedragen die zijn
toegekend of betaalbaar gesteld op of na 1 januari van het eerste kalenderjaar dat volgt op
dat waarin de kennisgeving is gedaan;
b)
met betrekking tot de andere inkomstenbelastingen, op belastbare tijdperken die beginnen
op of na 1 januari van het eerste kalenderjaar dat volgt op dat waarin de kennisgeving is
gedaan; en
c)
met betrekking tot alle andere belastingen, op belastingen die verschuldigd zijn ter zake
van belastbare feiten die zich voordoen op of na 1 januari van het jaar dat onmiddellijk
volgt op dat waarin de kennisgeving van de beëindiging is gedaan.
TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gevolmachtigd door hun
respectieve Regeringen, deze Overeenkomst hebben ondertekend.
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
61
GEDAAN in tweevoud te 0RQWHYLGHR op DXJXVWXV in de Franse, Nederlandse, Spaanse en Engelse taal, zijnde alle vier de teksten gelijkelijk authentiek.
In geval van verschil tussen de teksten is de Engelse tekst beslissend.
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
62
DOC 54
1691/001
PROTOCOL
Bij de ondertekening van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek ten Oosten
van de Uruguay tot het vermijden van dubbele belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar
het vermogen, en tot het voorkomen van het ontduiken van belasting, zijn de ondergetekenden de
volgende bepalingen overeengekomen die een integrerend deel van de Overeenkomst uitmaken.
1.
Niettegenstaande de bepalingen van eender welk artikel van de Overeenkomst wordt geen
enkele belastingvermindering of belastingvrijstelling waarin de Overeenkomst voorziet
toegepast voor inkomsten die zijn betaald in verband met een volstrekt kunstmatige constructie.
Een constructie wordt niet geacht volstrekt kunstmatig te zijn wanneer bewijzen worden
voorgelegd waaruit blijkt dat de constructie de uitdrukking is van de economische realiteit.
2.
Met betrekking tot artikel 4, paragraaf 1:
Er is overeengekomen dat een persoon in een overeenkomstsluitende Staat “aan belasting
onderworpen” is wanneer die persoon onderworpen is aan de belastingwetgeving die in die
overeenkomstsluitende Staat van kracht is, zelfs indien het geheel van of een gedeelte van zijn
inkomsten of vermogen overeenkomstig die wetgeving van belasting is vrijgesteld.
Er is overeengekomen dat de uitdrukking “inwoner van een overeenkomstsluitende Staat” een
in die Staat gevestigd pensioenfonds omvat.
3.
Met betrekking tot de artikelen 10, 11 en 12:
Wanneer een van de overeenkomstsluitende Staten na het ondertekenen van deze Overeenkomst
met een andere Staat, die lid is van de Europese Unie, een Overeenkomst ondertekent die
voorziet in lagere belastingtarieven of andere vrijstellingen dan die waarin de artikelen 10, 11 of
12 van deze Overeenkomst voorzien, zullen de bevoegde autoriteiten van de
overeenkomstsluitende Staten op verzoek met elkaar overleg plegen.
4.
Met betrekking tot artikel 13, paragraaf 4:
De uitdrukkingen “fusie” en “splitsing” hebben de betekenis die ze:
KAMER
3e
a)
In België hebben in richtlijn 90/434/EEG van 23 juli 1990 van de Raad betreffende de
gemeenschappelijke fiscale regeling voor fusies, splitsingen, inbreng van activa en
aandelenruil met betrekking tot vennootschappen uit verschillende lidstaten;
b)
In Uruguay hebben in Wet 16.060 van 4 september 1989.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
63
5.
Met betrekking tot de artikelen 14 en 15:
Er is overeengekomen dat een vergoeding die wordt betaald wegens het beëindigen van een
dienstbetrekking of van een mandaat in een vennootschap mag worden belast in de
overeenkomstsluitende Staat waar die dienstbetrekking wordt uitgeoefend of waarvan de
vennootschap inwoner is indien en voor zover de lonen of de honoraria, die tijdens het
kalenderjaar dat de beëindiging van die dienstbetrekking of dat mandaat voorafgaat zijn
verkregen ter zake van die dienstbetrekking of dat mandaat, overeenkomstig de bepalingen van
artikel 14 of artikel 15, naargelang het geval, in die Staat mogen worden belast.
6.
Met betrekking tot artikel 17, paragraaf 2:
Wanneer het gaat om contracten die voorzien in forfaitaire pensioenbedragen, is de beperking
van de belasting tot 10 percent in een overeenkomstsluitende Staat van toepassing wanneer de
verkrijger een inwoner is van de andere overeenkomstsluitende Staat en op de datum van zijn
verzoek om die beperking in die andere overeenkomstsluitende Staat in zijn hoedanigheid van
gepensioneerde gedurende een ononderbroken tijdperk van minstens vijf jaar voldaan heeft aan
de woonplaatsvereiste. Wanneer hij aan bovenstaande vereiste voldaan heeft mag de verkrijger
het desbetreffende verzoek indienen.
7.
Met betrekking tot artikel 20, paragraaf 3 en artikel 22, paragraaf 1,a):
Voor de toepassing van artikel 20, paragraaf 3, en van artikel 22, paragraaf 1,a), is een
inkomensbestanddeel effectief belast in een overeenkomstsluitende Staat wanneer het in die
overeenkomstsluitende Staat aan de belasting onderworpen is en als dusdanig aldaar geen
belastingvrijstelling geniet.
8.
Met betrekking tot artikel 22, paragraaf 1, a), b) en f):
a)
Voor de toepassing van artikel 22, paragraaf 1, a) en b) is een inkomensbestanddeel
inzonderheid in Uruguay “belast” wanneer dat inkomensbestanddeel in Uruguay aan een
of meer van de volgende stelsels onderworpen is (zoals die stelsels eventueel kunnen
wijzigen zonder dat aan de essentie ervan geraakt wordt):
(i)
(ii)
(iii)
(iv)
(v)
(vi)
Decreet - Wet 14.335 van 23 december 1974 - Wet ter bevordering van het toerisme
(Tourism Promotion Law);
Wet 15.921 van 17 december 1987 - Wet op de vrije zones (Free Zones Law);
Wet 15.939 van 28 december 1987 - Wet op de bosbedrijven (Forestry Law);
Artikel 92 van Wet 16.002 van 25 november 1988 – Voordelen voor citrusplantages
(Citrus Plantation Benefits);
Wet 16.906 van 7 januari 1998 - Wet ter bevordering van de investeringen
(Investments Promotion Law); en
Artikel 52, titel 4 Texto Ordenado 1996, Wet 18.083 van 27 december 2006 –
Voordelen voor biotechnologie en software (Biotechnology and Software Benefits).
Deze bepaling is enkel van toepassing op winst van vennootschappen wanneer die winst
voortkomt uit de actieve uitoefening van een bedrijf in Uruguay.
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
64
DOC 54
b)
1691/001
Artikel 22, paragraaf 1, a) en f) is van toepassing op inkomsten of op dividenden die zijn
betaald uit winst die in Uruguay werd verkregen uit financiële activiteiten,
holdingactiviteiten of het verstrekken van diensten (daaronder begrepen het verstrekken
van diensten die vallen onder a),(ii) hierboven) wanneer die inkomsten of die winst in
Uruguay vrijgesteld zijn van belasting, maar enkel wanneer die inkomsten of die winst
geen bestanddelen omvatten die reeds in mindering werden gebracht van in België
belastbare inkomsten of winst.
Na een tijdvak van 10 jaar volgend op de inwerkingtreding van deze Overeenkomst
zullen de bevoegde autoriteiten deze bepaling evalueren en zo nodig zullen de
overeenkomstsluitende Staten onderhandelingen aanknopen om de werkingssfeer ervan te
herzien.
TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gevolmachtigd door hun
respectieve Regeringen, dit Protocol hebben ondertekend.
GEDAAN in tweevoud te Montevideo op 23 augustus 2013, in de Franse, Nederlandse, Spaanse en
Engelse taal, zijnde alle vier de teksten gelijkelijk authentiek. In geval van verschil tussen de teksten is
de Engelse tekst beslissend.
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
65
CONVENTION
ENTRE
LE ROYAUME DE BELGIQUE
ET
LA REPUBLIQUE ORIENTALE DE L’URUGUAY
TENDANT A EVITER LA DOUBLE IMPOSITION
EN MATIERE D’IMPOTS SUR LE REVENU ET SUR LA FORTUNE
ET A PREVENIR LA FRAUDE FISCALE
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
66
DOC 54
1691/001
CONVENTION
ENTRE
LE ROYAUME DE BELGIQUE
ET
LA REPUBLIQUE ORIENTALE DE L’URUGUAY
TENDANT A EVITER LA DOUBLE IMPOSITION
EN MATIERE D’IMPOTS SUR LE REVENU ET SUR LA FORTUNE
ET A PREVENIR LA FRAUDE FISCALE
LE ROYAUME DE BELGIQUE,
LA COMMUNAUTE FRANÇAISE,
LA COMMUNAUTE FLAMANDE,
LA COMMUNAUTE GERMANOPHONE,
LA REGION WALLONNE,
LA REGION FLAMANDE,
et LA REGION DE BRUXELLES-CAPITALE,
d’une part,
ET
LA REPUBLIQUE ORIENTALE DE L’URUGUAY,
d’autre part,
DESIREUX de conclure une Convention tendant à éviter la double imposition en matière d’impôts
sur le revenu et sur la fortune et à prévenir la fraude fiscale,
SONT CONVENUS des dispositions suivantes:
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
67
CHAPITRE I. – CHAMP D’APPLICATION DE LA CONVENTION
Article 1
Personnes visées
La présente Convention s’applique aux personnes qui sont des résidents d’un Etat contractant ou des
deux Etats contractants.
Article 2
Impôts visés
1.
La présente Convention s’applique aux impôts sur le revenu et sur la fortune perçus pour le
compte d’un Etat contractant, de ses subdivisions politiques ou de ses collectivités locales, quel
que soit le système de perception.
2.
Sont considérés comme impôts sur le revenu et sur la fortune les impôts perçus sur le revenu
total, sur la fortune totale, ou sur des éléments du revenu ou de la fortune, y compris les impôts
sur les gains provenant de l’aliénation de biens mobiliers ou immobiliers, les impôts sur le
montant global des salaires payés par les entreprises, ainsi que les impôts sur les plus-values.
3.
Les impôts actuels auxquels s’applique la Convention sont notamment:
a)
en ce qui concerne la Belgique:
(i)
l’impôt des personnes physiques;
(ii) l’impôt des sociétés;
(iii) l’impôt des personnes morales;
(iv) l’impôt des non-résidents;
y compris les précomptes et les additionnels auxdits impôts et précomptes,
(ci-après dénommés « l’impôt belge »);
b)
en ce qui concerne l’Uruguay:
(i)
(ii)
(iii)
(iv)
(v)
l’impôt sur le revenu des entreprises (Impuesto a las Rentas de las Actividades
Económicas - IRAE);
l’impôt sur le revenu des personnes physiques (Impuesto a las Rentas de las
Personas Físicas - IRPF);
l’impôt sur le revenu des non-résidents (Impuesto a las Rentas de los No
Residentes - IRNR);
l’impôt pour l’assistance à la sécurité sociale (Impuesto de Asistencia a la
Seguridad Social - IASS);
l’impôt sur la fortune (Impuesta al Patrimonio - IP);
(ci-après dénommés « l’impôt uruguayen »).
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
68
DOC 54
4.
1691/001
La Convention s’applique aussi aux impôts de nature identique ou analogue qui seraient établis
après la date de signature de la Convention et qui s’ajouteraient aux impôts actuels ou qui les
remplaceraient. Les autorités compétentes des Etats contractants se communiquent les
modifications significatives apportées à leurs législations fiscales.
CHAPITRE II. – DEFINITIONS
Article 3
Définitions générales
1.
KAMER
3e
Au sens de la présente Convention, à moins que le contexte n’exige une interprétation
différente:
a)
le terme « Belgique » désigne le Royaume de Belgique; employé dans un sens
géographique, il désigne le territoire du Royaume de Belgique, y compris la mer
territoriale ainsi que les zones maritimes et les espaces aériens sur lesquels, en conformité
avec le droit international, le Royaume de Belgique exerce des droits souverains ou sa
juridiction;
b)
le terme « Uruguay » désigne le territoire de la République orientale de l’Uruguay, et
lorsqu’il est employé dans un sens géographique, il désigne le territoire sur lequel la
législation fiscale s’applique, y compris l’espace aérien et les zones maritimes sur
lesquels, en conformité avec le droit international et le droit interne, l’Uruguay a des
droits souverains ou une juridiction;
c)
les expressions « un Etat contractant » et « l’autre Etat contractant » désignent, suivant le
contexte, la Belgique ou l’Uruguay;
d)
le terme “impôt” désigne, suivant le contexte, l’impôt belge ou l’impôt uruguayen;
e)
le terme « personne » comprend les personnes physiques, les sociétés et tous autres
groupements de personnes;
f)
le terme « société » désigne toute personne morale ou toute entité qui est considérée
comme une personne morale aux fins d’imposition;
g)
le terme « entreprise » s’applique à l’exercice de toute activité ou affaire;
h)
les expressions « entreprise d’un Etat contractant » et « entreprise de l’autre Etat
contractant » désignent respectivement une entreprise exploitée par un résident d’un Etat
contractant et une entreprise exploitée par un résident de l’autre Etat contractant;
i)
l’expression « trafic international » désigne tout transport effectué par un navire ou un
aéronef exploité par une entreprise dont le siège de direction effective est situé dans un
Etat contractant, sauf lorsque le navire ou l’aéronef n’est exploité qu’entre des points
situés dans l’autre Etat contractant;
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
69
j)
l’expression « autorité compétente » désigne:
(i)
(ii)
k)
en ce qui concerne la Belgique, suivant le cas, le Ministre des Finances du
Gouvernement fédéral et/ou du Gouvernement d’une Région et/ou d’une
Communauté, ou son représentant autorisé;
en ce qui concerne l’Uruguay, le Ministre de l’Economie et des Finances ou son
représentant autorisé;
le terme « national », en ce qui concerne un Etat contractant, désigne:
(i)
(ii)
toute personne physique qui possède la nationalité ou la citoyenneté de cet Etat
contractant; et
toute personne morale, société de personnes ou association constituée
conformément à la législation en vigueur dans cet Etat contractant;
l)
les termes « activité », par rapport à une entreprise, et « affaires » comprennent l’exercice
de professions libérales ou d’autres activités de caractère indépendant;
m)
l’expression « fonds de pension » désigne toute personne établie dans un Etat contractant:
(i)
(ii)
qui administre des régimes de retraite ou fournit des prestations de retraite; ou
qui obtient des revenus pour le compte d’une ou plusieurs personnes gérées afin
d’administrer des régimes de retraite ou de fournir des prestations de retraite; et
à condition qu’elle soit:
(i)
(ii)
2.
en ce qui concerne la Belgique, contrôlée par l’Autorité des services et marchés
financiers (FSMA) ou par la Banque Nationale de Belgique ou inscrite auprès de
l’administration fiscale belge; ou
en ce qui concerne l’Uruguay, la Banco de Previsión Social, les fonds de pension
(Administradoras de Fondos de Ahorro Previsional - AFAP) et les organismes
d’assurance régis par la loi 16.713 ainsi que les autres organismes de sécurité
sociale régis par la législation uruguayenne.
Pour l’application de la Convention à un moment donné par un Etat contractant, tout terme ou
expression qui n’y est pas défini a, sauf si le contexte exige une interprétation différente, le sens
que lui attribue, à ce moment, le droit de cet Etat concernant les impôts auxquels s’applique la
Convention, le sens attribué à ce terme ou expression par le droit fiscal de cet Etat prévalant sur
le sens que lui attribuent les autres branches du droit de cet Etat.
Article 4
Résident
1.
KAMER
3e
Au sens de la présente Convention, l’expression « résident d’un Etat contractant » désigne toute
personne qui, en vertu de la législation de cet Etat, est assujettie à l’impôt dans cet Etat, en
raison de son domicile, de sa résidence, de son siège de direction, de son lieu de constitution ou
de tout autre critère de nature analogue et s’applique aussi à cet Etat ainsi qu’à toutes ses
subdivisions politiques ou à ses collectivités locales. Toutefois, cette expression ne comprend
pas les personnes qui ne sont assujetties à l’impôt dans cet Etat que pour les revenus de sources
situées dans cet Etat ou pour la fortune qui y est située.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
70
DOC 54
2.
3.
1691/001
Lorsque, selon les dispositions du paragraphe 1, une personne physique est un résident des deux
Etats contractants, sa situation est réglée de la manière suivante:
a)
cette personne est considérée comme un résident seulement de l’Etat où elle dispose d’un
foyer d’habitation permanent; si elle dispose d’un foyer d’habitation permanent dans les
deux Etats, elle est considérée comme un résident seulement de l’Etat avec lequel ses
liens personnels et économiques sont les plus étroits (centre des intérêts vitaux);
b)
si l’Etat où cette personne a le centre de ses intérêts vitaux ne peut pas être déterminé, ou
si elle ne dispose d’un foyer d’habitation permanent dans aucun des Etats, elle est
considérée comme un résident seulement de l’Etat où elle séjourne de façon habituelle;
c)
si cette personne séjourne de façon habituelle dans les deux Etats ou si elle ne séjourne de
façon habituelle dans aucun d’eux, elle est considérée comme un résident seulement de
l’Etat dont elle possède la nationalité;
d)
si cette personne possède la nationalité des deux Etats ou si elle ne possède la nationalité
d’aucun d’eux, les autorités compétentes des Etats contractants tranchent la question d’un
commun accord.
Lorsque, selon les dispositions du paragraphe 1, une personne autre qu’une personne physique
est un résident des deux Etats contractants, elle est considérée comme un résident seulement de
l’Etat où son siège de direction effective est situé.
Article 5
Etablissement stable
1.
Au sens de la présente Convention, l’expression « établissement stable » désigne une
installation fixe d’affaires par l’intermédiaire de laquelle une entreprise exerce tout ou partie de
son activité.
2.
L’expression « établissement stable » comprend notamment:
a)
b)
c)
d)
e)
f)
3.
L’expression « établissement stable » englobe également:
a)
KAMER
3e
un siège de direction,
une succursale,
un bureau,
une usine,
un atelier et
une mine, un puits de pétrole ou de gaz, une carrière ou tout autre lieu d’extraction de
ressources naturelles.
un chantier de construction ou de montage, mais seulement lorsque la durée de ce
chantier dépasse 6 mois;
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
71
b)
4.
KAMER
3e
la fourniture de services dans un Etat contractant, y compris les services de consultants,
par une entreprise agissant par l’intermédiaire de salariés ou d’autre personnel engagé par
l’entreprise à cette fin, mais seulement lorsque ces salariés ou ce personnel sont présents
sur le territoire de cet Etat contractant (pour le même projet ou un projet connexe)
pendant une ou des périodes représentant un total de plus de six mois dans les limites
d’une période quelconque de douze mois.
Nonobstant les dispositions précédentes du présent article, on considère qu’il n’y a pas
« établissement stable » si:
a)
il est fait usage d’installations aux seules fins de stockage, d’exposition ou de livraison de
marchandises appartenant à l’entreprise;
b)
des marchandises appartenant à l’entreprise sont entreposées aux seules fins de stockage,
d’exposition ou de livraison;
c)
des marchandises appartenant à l’entreprise sont entreposées aux seules fins de
transformation par une autre entreprise;
d)
une installation fixe d’affaires est utilisée aux seules fins d’acheter des marchandises ou
de réunir des informations, pour l’entreprise;
e)
une installation fixe d’affaires est utilisée aux seules fins d’exercer, pour l’entreprise,
toute autre activité de caractère préparatoire ou auxiliaire;
f)
une installation fixe d’affaires est utilisée aux seules fins de l’exercice cumulé d’activités
mentionnées aux alinéas a) à e), à condition que l’activité d’ensemble de l’installation
fixe d’affaires résultant de ce cumul garde un caractère préparatoire ou auxiliaire.
5.
Nonobstant les dispositions des paragraphes 1 et 2, lorsqu’une personne – autre qu’un agent
jouissant d’un statut indépendant auquel s’applique le paragraphe 6 – agit pour le compte d’une
entreprise et dispose dans un Etat contractant de pouvoirs qu’elle y exerce habituellement lui
permettant de conclure des contrats au nom de l’entreprise, cette entreprise est considérée
comme ayant un établissement stable dans cet Etat pour toutes les activités que cette personne
exerce pour l’entreprise, à moins que les activités de cette personne ne soient limitées à celles
qui sont mentionnées au paragraphe 4 et qui, si elles étaient exercées par l’intermédiaire d’une
installation fixe d’affaires, ne permettraient pas de considérer cette installation comme un
établissement stable selon les dispositions de ce paragraphe.
6.
Une entreprise n’est pas considérée comme ayant un établissement stable dans un Etat
contractant du seul fait qu’elle y exerce son activité par l’entremise d’un courtier, d’un
commissionnaire général ou de tout autre agent jouissant d’un statut indépendant, à condition
que ces personnes agissent dans le cadre ordinaire de leur activité.
7.
Le fait qu’une société qui est un résident d’un Etat contractant contrôle ou est contrôlée par une
société qui est un résident de l’autre Etat contractant ou qui y exerce son activité (que ce soit par
l’intermédiaire d’un établissement stable ou non) ne suffit pas, en lui-même, à faire de l’une
quelconque de ces sociétés un établissement stable de l’autre.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
72
DOC 54
1691/001
CHAPITRE III. – IMPOSITION DES REVENUS
Article 6
Revenus immobiliers
1.
Les revenus qu’un résident d’un Etat contractant tire de biens immobiliers (y compris les
revenus des exploitations agricoles ou forestières) situés dans l’autre Etat contractant sont
imposables dans cet autre Etat.
2.
L’expression « biens immobiliers » a le sens que lui attribue le droit de l’Etat contractant où les
biens considérés sont situés. L’expression comprend en tous cas les accessoires, le cheptel mort
ou vif des exploitations agricoles et forestières, les droits auxquels s’appliquent les dispositions
du droit privé concernant la propriété foncière, l’usufruit des biens immobiliers et les droits à
des paiements variables ou fixes pour l’exploitation ou la concession de l’exploitation de
gisements minéraux, sources et autres ressources naturelles; les navires, bateaux et aéronefs ne
sont pas considérés comme des biens immobiliers.
3.
Les dispositions du paragraphe 1 s’appliquent aux revenus provenant de l’exploitation ou de la
jouissance directes, de la location ou de l’affermage, ainsi que de toute autre forme
d’exploitation des biens immobiliers.
4.
Les dispositions des paragraphes 1 et 3 s’appliquent également aux revenus provenant des biens
immobiliers d’une entreprise.
Article 7
Bénéfices des entreprises
KAMER
3e
1.
Les bénéfices d’une entreprise d’un Etat contractant ne sont imposables que dans cet Etat, à
moins que l’entreprise n’exerce son activité dans l’autre Etat contractant par l’intermédiaire
d’un établissement stable qui y est situé. Si l’entreprise exerce son activité d’une telle façon, les
bénéfices de l’entreprise sont imposables dans l’autre Etat mais uniquement dans la mesure où
ils sont imputables à cet établissement stable.
2.
Sous réserve des dispositions du paragraphe 3, lorsqu’une entreprise d’un Etat contractant
exerce son activité dans l’autre Etat contractant par l’intermédiaire d’un établissement stable qui
y est situé, il est imputé, dans chaque Etat contractant, à cet établissement stable les bénéfices
qu’il aurait pu réaliser s’il avait constitué une entreprise distincte exerçant des activités
identiques ou analogues dans des conditions identiques ou analogues et agissant en toute
indépendance.
3.
Pour déterminer les bénéfices d’un établissement stable, sont admises en déduction les dépenses
exposées aux fins poursuivies par cet établissement stable, y compris les dépenses de direction
et les frais généraux d’administration ainsi exposés, soit dans l’Etat où est situé cet
établissement stable, soit ailleurs.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
73
4.
Lorsque, conformément au paragraphe 2, un Etat contractant ajuste les bénéfices imputables à
un établissement stable d’une entreprise de l’un des Etats contractants et impose en conséquence
des bénéfices de cette entreprise qui ont été imposés dans l’autre Etat, cet autre Etat procède,
dans la mesure nécessaire pour éliminer la double imposition de ces bénéfices, à un ajustement
approprié du montant de l’impôt qui y a été perçu sur ces bénéfices. Pour déterminer cet
ajustement, les autorités compétentes des Etats contractants se consultent si c’est nécessaire. La
présente disposition ne s’applique pas dans les cas où une ou plusieurs des transactions donnant
lieu à un ajustement des bénéfices sont considérées comme frauduleuses en vertu d’une décision
administrative ou judiciaire.
5.
S’il est d’usage, dans un Etat contractant, de déterminer les bénéfices imputables à un établissement
stable sur la base d’une répartition des bénéfices totaux de l’entreprise entre ses diverses parties,
aucune disposition du paragraphe 2 n’empêche cet Etat contractant de déterminer les bénéfices
imposables selon la répartition en usage; la méthode de répartition adoptée doit cependant être telle
que le résultat obtenu soit conforme aux principes contenus dans le présent article.
6.
Aucun bénéfice n’est imputé à un établissement stable du fait qu’il a simplement acheté des
marchandises pour l’entreprise.
7.
Aux fins des paragraphes précédents, les bénéfices à imputer à l’établissement stable sont
déterminés chaque année selon la même méthode, à moins qu’il n’existe des motifs valables et
suffisants de procéder autrement.
8.
Lorsque les bénéfices comprennent des éléments de revenu traités séparément dans d’autres
articles de la Convention, les dispositions de ces articles ne sont pas affectées par les
dispositions du présent article.
Article 8
Navigation maritime et aérienne
1.
Les bénéfices provenant de l’exploitation, en trafic international, de navires ou d’aéronefs ne
sont imposables que dans l’Etat contractant où le siège de direction effective de l’entreprise est
situé.
2.
Au sens du présent article, les bénéfices provenant de l’exploitation, en trafic international, de
navires ou d’aéronefs comprennent notamment:
3.
KAMER
3e
a)
les bénéfices provenant de la location de navires ou d’aéronefs servant au transport en
trafic international, tout armés et équipés;
b)
les bénéfices provenant de la location coque nue de navires ou d’aéronefs, lorsque cette
activité de location constitue une activité accessoire pour l’entreprise de transport en
trafic international;
c)
les bénéfices provenant de la location de conteneurs, lorsque cette activité de location
constitue une activité accessoire pour l’entreprise de transport en trafic international.
Si le siège de direction effective d’une entreprise de navigation maritime est à bord d’un navire,
ce siège est considéré comme situé dans l’Etat contractant où se trouve le port d’attache de ce
navire ou, à défaut de port d’attache, dans l’Etat contractant dont l’exploitant du navire est un
résident.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
74
DOC 54
4.
1691/001
Les dispositions du paragraphe 1 s’appliquent aussi aux bénéfices provenant de la participation
à un pool, une exploitation en commun ou un organisme international d’exploitation.
Article 9
Entreprises Associées
1.
Lorsque
a)
une entreprise d’un Etat contractant participe directement ou indirectement à la direction,
au contrôle ou au capital d’une entreprise de l’autre Etat contractant, ou que
b)
les mêmes personnes participent directement ou indirectement à la direction, au contrôle
ou au capital d’une entreprise d’un Etat contractant et d’une entreprise de l’autre Etat
contractant,
et que, dans l’un et l’autre cas, les deux entreprises sont, dans leurs relations commerciales ou
financières, liées par des conditions convenues ou imposées, qui diffèrent de celles qui seraient
convenues entre des entreprises indépendantes, les bénéfices qui, sans ces conditions, auraient
été réalisés par l’une des entreprises mais n’ont pu l’être en fait à cause de ces conditions,
peuvent être inclus dans les bénéfices de cette entreprise et imposés en conséquence.
2.
Lorsqu’un Etat contractant inclut dans les bénéfices d’une entreprise de cet Etat – et impose en
conséquence – des bénéfices sur lesquels une entreprise de l’autre Etat contractant a été imposée
dans cet autre Etat, et que les bénéfices ainsi inclus sont des bénéfices qui auraient été réalisés
par l’entreprise du premier Etat si les conditions convenues entre les deux entreprises avaient
été celles qui auraient été convenues entre des entreprises indépendantes, l’autre Etat procède à
un ajustement approprié du montant de l’impôt qui y a été perçu sur ces bénéfices. Pour
déterminer cet ajustement, il est tenu compte des autres dispositions de la présente Convention
et, si c’est nécessaire, les autorités compétentes des Etats contractants se consultent.
3.
Les dispositions du paragraphe 2 ne s’appliquent pas dans les cas où une ou plusieurs des
transactions donnant lieu à un ajustement des bénéfices conformément au paragraphe 1 sont
considérées comme frauduleuses en vertu d’une décision administrative ou judiciaire.
Article 10
Dividendes
1.
Les dividendes payés par une société qui est un résident d’un Etat contractant à un résident de
l’autre Etat contractant sont imposables dans cet autre Etat.
2.
Toutefois, ces dividendes sont aussi imposables dans l’Etat contractant dont la société qui paie
les dividendes est un résident, et selon la législation de cet Etat, mais si le bénéficiaire effectif
des dividendes est un résident de l’autre Etat contractant, l’impôt ainsi établi ne peut excéder:
a)
KAMER
3e
5 pour cent du montant brut des dividendes si le bénéficiaire effectif est une société (autre
qu’une société de personnes) qui détient directement au moins 10 pour cent du capital de
la société qui paie les dividendes;
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
75
b)
15 pour cent du montant brut des dividendes dans tous les autres cas.
Nonobstant les dispositions précédentes du présent paragraphe, les dividendes ne sont pas
imposables dans l’Etat contractant dont la société qui paie les dividendes est un résident si le
bénéficiaire effectif des dividendes est un fonds de pension qui est un résident de l’autre Etat
contractant, à condition que les actions ou autres droits au titre desquels ces dividendes sont
payés soient détenus aux fins d’une activité mentionnée à l’article 3, paragraphe 1, m).
Le présent paragraphe n’affecte pas l’imposition de la société au titre des bénéfices qui servent
au paiement des dividendes.
3.
Le terme « dividendes » employé dans le présent article désigne les revenus provenant
d’actions, actions ou bons de jouissance, parts de mine, parts de fondateur ou autres parts
bénéficiaires à l’exception des créances, ainsi que les revenus qui sont soumis au même régime
fiscal que les revenus d’actions par la législation fiscale de l’Etat dont la société débitrice est un
résident.
4.
Les dispositions des paragraphes 1 et 2 ne s’appliquent pas lorsque le bénéficiaire effectif des
dividendes, résident d’un Etat contractant, exerce dans l’autre Etat contractant dont la société
qui paie les dividendes est un résident une activité d’entreprise par l’intermédiaire d’un
établissement stable qui y est situé, et que la participation génératrice des dividendes s’y
rattache effectivement. Dans ce cas, les dispositions de l’article 7 sont applicables.
5.
Lorsqu’une société qui est un résident d’un Etat contractant tire des bénéfices ou des revenus de
l’autre Etat contractant, cet autre Etat ne peut percevoir aucun impôt sur les dividendes payés
par la société, sauf dans la mesure où ces dividendes sont payés à un résident de cet autre Etat
ou dans la mesure où la participation génératrice des dividendes se rattache effectivement à un
établissement stable situé dans cet autre Etat, ni prélever aucun impôt, au titre de l’imposition
des bénéfices non distribués, sur les bénéfices non distribués de la société, même si les
dividendes payés ou les bénéfices non distribués consistent en tout ou en partie en bénéfices ou
revenus provenant de cet autre Etat.
Article 11
Intérêts
KAMER
3e
1.
Les intérêts provenant d’un Etat contractant et payés à un résident de l’autre Etat contractant
sont imposables dans cet autre Etat.
2.
Toutefois, ces intérêts sont aussi imposables dans l’Etat contractant d’où ils proviennent et selon
la législation de cet Etat, mais si le bénéficiaire effectif des intérêts est un résident de l’autre
Etat contractant, l’impôt ainsi établi ne peut excéder 10 pour cent du montant brut des intérêts.
3.
Nonobstant les dispositions du paragraphe 2, les intérêts sont exemptés d’impôt dans l’Etat
contractant d’où ils proviennent lorsqu’il s’agit:
a)
d’intérêts payés à un fonds de pension, à condition que la créance au titre de laquelle ces
intérêts sont payés soit détenue aux fins d’une activité mentionnée à l’article 3,
paragraphe 1, m);
b)
d’intérêts payés à l’autre Etat contractant, à l’une de ses subdivisions politiques ou
collectivités locales ou à une entité publique.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
76
DOC 54
1691/001
4.
Le terme « intérêts » employé dans le présent article désigne les revenus des créances de toute
nature, assorties ou non de garanties hypothécaires ou d’une clause de participation aux
bénéfices du débiteur, et notamment les revenus des fonds publics et des obligations
d’emprunts, y compris les primes et lots attachés à ces titres. Toutefois, ce terme ne comprend
pas, au sens du présent article, les pénalisations pour paiement tardif ni les intérêts considérés
comme des dividendes en vertu de l’article 10, paragraphe 3.
5.
Les dispositions des paragraphes 1, 2 et 3 ne s’appliquent pas lorsque le bénéficiaire effectif des
intérêts, résident d’un Etat contractant, exerce dans l’autre Etat contractant d’où proviennent les
intérêts, une activité d’entreprise par l’intermédiaire d’un établissement stable qui y est situé, et
que la créance génératrice des intérêts s’y rattache effectivement. Dans ce cas, les dispositions
de l’article 7 sont applicables.
6.
Les intérêts sont considérés comme provenant d’un Etat contractant lorsque le débiteur est un
résident de cet Etat. Toutefois, lorsque le débiteur des intérêts, qu’il soit ou non un résident d’un
Etat contractant, a dans un Etat contractant un établissement stable pour lequel la dette donnant
lieu au paiement des intérêts a été contractée et qui supporte la charge de ces intérêts, ceux-ci
sont considérés comme provenant de l’Etat où l’établissement stable est situé.
7.
Lorsque, en raison de relations spéciales existant entre le débiteur et le bénéficiaire effectif ou
que l’un et l’autre entretiennent avec de tierces personnes, le montant des intérêts excède celui
dont seraient convenus le débiteur et le bénéficiaire effectif en l’absence de pareilles relations,
les dispositions du présent article ne s’appliquent qu’à ce dernier montant. Dans ce cas, la partie
excédentaire des paiements reste imposable selon la législation de chaque Etat contractant et
compte tenu des autres dispositions de la présente Convention.
Article 12
Redevances
KAMER
3e
1.
Les redevances provenant d’un Etat contractant et payées à un résident de l’autre Etat
contractant sont imposables dans cet autre Etat.
2.
Toutefois, ces redevances sont aussi imposables dans l’Etat contractant d’où elles proviennent et
selon la législation de cet Etat, mais si le bénéficiaire effectif des redevances est un résident de
l’autre Etat contractant, l’impôt ainsi établi ne peut excéder 10 pour cent du montant brut des
redevances.
3.
Le terme « redevances » employé dans le présent article désigne les rémunérations de toute
nature payées pour l’usage ou la concession de l’usage d’un droit d’auteur sur une œuvre
littéraire, artistique ou scientifique, y compris les films cinématographiques et les films ou
bandes enregistrées pour la radio ou la télévision, d’un brevet, d’une marque de fabrique ou de
commerce, d’un dessin ou d’un modèle, d’un plan, d’une formule ou d’un procédé secrets ainsi
que pour l’usage ou la concession de l’usage d’un équipement industriel, commercial ou
scientifique et pour des informations ayant trait à une expérience acquise dans le domaine
industriel, commercial ou scientifique.
4.
Lorsqu’un résident d’un État contractant tire de l’autre Etat contractant des redevances pour
l’usage ou la concession de l’usage d’un équipement industriel, commercial ou scientifique, ce
résident peut choisir d’être imposé sur une base nette, comme s’il était un résident de l’autre
Etat contractant. Ce choix peut être fait après l’application, sur le montant brut, de la retenue à
la source visée au paragraphe 2.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
77
5.
Les dispositions des paragraphes 1 et 2 ne s’appliquent pas lorsque le bénéficiaire effectif des
redevances, résident d’un Etat contractant, exerce dans l’autre Etat contractant d’où proviennent
les redevances une activité d’entreprise par l’intermédiaire d’un établissement stable qui y est
situé et que le droit ou le bien générateur des redevances s’y rattache effectivement. Dans ce
cas, les dispositions de l’article 7 sont applicables.
6.
Les redevances sont considérées comme provenant d’un Etat contractant lorsque le débiteur est un
résident de cet Etat. Toutefois, lorsque le débiteur des redevances, qu’il soit ou non un résident d’un
Etat contractant, a dans un Etat contractant un établissement stable pour lequel le contrat donnant
lieu au paiement des redevances a été conclu et qui supporte la charge de ces redevances, celles-ci
sont considérées comme provenant de l’Etat où l’établissement stable est situé.
7.
Lorsque, en raison de relations spéciales existant entre le débiteur et le bénéficiaire effectif ou
que l’un et l’autre entretiennent avec de tierces personnes, le montant des redevances excède
celui dont seraient convenus le débiteur et le bénéficiaire effectif en l’absence de pareilles
relations, les dispositions du présent article ne s’appliquent qu’à ce dernier montant. Dans ce
cas, la partie excédentaire des paiements reste imposable selon la législation de chaque Etat
contractant et compte tenu des autres dispositions de la présente Convention.
Article 13
Gains en capital
KAMER
3e
1.
Les gains qu’un résident d’un Etat contractant tire de l’aliénation de biens immobiliers visés à
l’article 6, et situés dans l’autre Etat contractant, sont imposables dans cet autre Etat.
2.
Les gains provenant de l’aliénation de biens mobiliers qui font partie de l’actif d’un
établissement stable qu’une entreprise d’un Etat contractant a dans l’autre Etat contractant, y
compris de tels gains provenant de l’aliénation de cet établissement stable (seul ou avec
l’ensemble de l’entreprise), sont imposables dans cet autre Etat.
3.
Les gains provenant de l’aliénation de navires ou aéronefs exploités en trafic international, ou
de biens mobiliers affectés à l’exploitation de ces navires ou aéronefs, ne sont imposables que
dans l’Etat contractant où le siège de direction effective de l’entreprise est situé.
4.
Les gains qu’un résident d’un Etat contractant tire de l’aliénation d’actions qui tirent
directement ou indirectement plus de 50 pour cent de leur valeur de biens immobiliers situés
dans l’autre Etat contractant sont imposables dans cet autre Etat. Toutefois, le présent
paragraphe ne s’applique pas aux gains tirés de l’aliénation d’actions de sociétés cotées sur un
marché boursier reconnu de l’un des Etats contractants, aux gains tirés de l’aliénation d’actions
dans le cadre d’une fusion ou d’une scission de la société qui détient les actions, ou lorsque le
bien immobilier dont les actions tirent leur valeur est un bien immobilier dans lequel une
activité commerciale ou d’entreprise est exercée activement.
5.
Les gains provenant de l’aliénation de tous biens autres que ceux visés aux paragraphes 1, 2, 3
et 4 ne sont imposables que dans l’Etat contractant dont le cédant est un résident.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
78
DOC 54
1691/001
Article 14
Revenus d’emploi
1.
Sous réserve des dispositions des articles 15, 17 et 18, les salaires, traitements et autres
rémunérations similaires qu’un résident d’un Etat contractant reçoit au titre d’un emploi salarié
ne sont imposables que dans cet Etat, à moins que l’emploi ne soit exercé dans l’autre Etat
contractant. Si l’emploi y est exercé, les rémunérations reçues à ce titre sont imposables dans cet
autre Etat.
2.
Nonobstant les dispositions du paragraphe 1, les rémunérations qu’un résident d’un Etat
contractant reçoit au titre d’un emploi salarié exercé dans l’autre Etat contractant ne sont
imposables que dans le premier Etat si:
3.
a)
le bénéficiaire séjourne dans l’autre Etat pendant une période ou des périodes n’excédant
pas au total 183 jours durant toute période de douze mois commençant ou se terminant
durant la période imposable considérée, et
b)
les rémunérations sont payées par un employeur, ou pour le compte d’un employeur, qui
n’est pas un résident de l’autre Etat, et
c)
la charge des rémunérations n’est pas supportée par un établissement stable que
l’employeur a dans l’autre Etat.
Nonobstant les dispositions précédentes du présent article, les rémunérations reçues au titre d’un
emploi salarié exercé à bord d’un navire ou d’un aéronef exploité en trafic international sont
imposables dans l’Etat contractant où le siège de direction effective de l’entreprise est situé.
Article 15
Tantièmes
KAMER
3e
1.
Les tantièmes, jetons de présence et autres rétributions similaires qu’un résident d’un Etat
contractant reçoit en sa qualité de membre du conseil d’administration ou de surveillance ou
d’un organe analogue d’une société qui est un résident de l’autre Etat contractant sont
imposables dans cet autre Etat.
2.
Les rémunérations qu’une personne visée au paragraphe 1 reçoit d’une société qui est un
résident d’un Etat contractant en raison de l’exercice d’une activité journalière de direction ou
de caractère technique, commercial ou financier, ainsi que les rémunérations qu’un résident
d’un Etat contractant tire de son activité journalière en tant qu’associé dans une société, autre
qu’une société par actions, qui est un résident d’un Etat contractant, sont imposables
conformément aux dispositions de l’article 14, comme s’il s’agissait de rémunérations qu’un
employé tire d’un emploi salarié et comme si l’employeur était la société.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
79
Article 16
Artistes et sportifs
1.
Nonobstant les dispositions des articles 7 et 14, les revenus qu’un résident d’un Etat contractant
tire de ses activités personnelles exercées dans l’autre Etat contractant en tant qu’artiste du
spectacle, tel qu’un artiste de théâtre, de cinéma, de la radio ou de la télévision, ou qu’un
musicien, ou en tant que sportif, sont imposables dans cet autre Etat.
2.
Lorsque les revenus d’activités qu’un artiste du spectacle ou un sportif exerce personnellement
et en cette qualité sont attribués non pas à l’artiste ou au sportif lui-même mais à une autre
personne, ces revenus sont imposables, nonobstant les dispositions des articles 7 et 14, dans
l’Etat contractant où les activités de l’artiste ou du sportif sont exercées.
3.
Les dispositions des paragraphes 1 et 2 ne s’appliquent pas lorsque les activités exercées dans
un Etat contractant sont financées pour une large part au moyen de fonds publics de l’autre Etat
contractant ou de l’une de ses subdivisions politiques ou collectivités locales. Dans ce cas, les
revenus tirés de ces activités ne sont imposables que dans cet autre Etat contractant.
Article 17
Pensions
1.
Sous réserve des dispositions de l’article 18, paragraphe 2, les pensions et autres rémunérations
similaires payées à un résident d’un Etat contractant ne sont imposables que dans cet Etat.
2.
Ces pensions et autres rémunérations similaires sont aussi imposables dans l’Etat contractant
d’où elles proviennent et conformément à la législation de cet Etat. Toutefois, l’impôt ainsi
établi ne peut excéder 10 pour cent du montant brut du paiement.
3.
Les pensions et autres rémunérations similaires sont considérées comme provenant d’un Etat
contractant dans la mesure où les cotisations à un régime de retraite ont donné lieu dans cet Etat
à une déduction fiscale, une réduction d’impôt ou tout autre allégement fiscal.
Article 18
Fonctions publiques
1.
KAMER
3e
a)
Les salaires, traitements et autres rémunérations similaires payés par un Etat contractant
ou l’une de ses subdivisions politiques ou collectivités locales à une personne physique
au titre de services rendus à cet Etat ou à cette subdivision ou collectivité ne sont
imposables que dans cet Etat.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
80
DOC 54
b)
Toutefois, ces salaires, traitements et autres rémunérations similaires ne sont imposables
que dans l’autre Etat contractant si les services sont rendus dans cet Etat et si la personne
physique est un résident de cet Etat qui:
(i)
(ii)
2.
3.
1691/001
possède la nationalité de cet Etat; ou
n’est pas devenu un résident de cet Etat à seule fin de rendre les services.
a)
Nonobstant les dispositions du paragraphe 1, les pensions et autres rémunérations
similaires payées par un Etat contractant, ou l’une de ses subdivisions politiques ou
collectivités locales, soit directement soit par prélèvement sur des fonds qu’ils ont
constitués, à une personne physique, au titre de services rendus à cet Etat ou à cette
subdivision ou collectivité, ne sont imposables que dans cet Etat.
b)
Toutefois, ces pensions et autres rémunérations similaires ne sont imposables que dans
l’autre Etat contractant si la personne physique est un résident de cet Etat et en possède la
nationalité.
Les dispositions des articles 14, 15, 16 et 17 s’appliquent aux salaires, traitements, pensions et
autres rémunérations similaires payés au titre de services rendus dans le cadre d’une activité
d’entreprise exercée par un Etat contractant ou l’une de ses subdivisions politiques ou
collectivités locales.
Article 19
Etudiants
Les sommes qu’un étudiant ou un stagiaire qui est, ou qui était immédiatement avant de se rendre dans
un Etat contractant, un résident de l’autre Etat contractant, et qui séjourne dans le premier Etat à seule
fin d’y poursuivre ses études ou sa formation, reçoit pour couvrir ses frais d’entretien, d’études ou de
formation ne sont pas imposables dans cet Etat, à condition qu’elles proviennent de sources situées en
dehors de cet Etat.
Article 20
Autres revenus
KAMER
3e
1.
Les éléments du revenu d’un résident d’un Etat contractant, d’où qu’ils proviennent, qui ne sont
pas traités dans les articles précédents de la présente Convention ne sont imposables que dans
cet Etat.
2.
Les dispositions du paragraphe 1 ne s’appliquent pas aux revenus autres que les revenus
provenant de biens immobiliers tels qu’ils sont définis à l’article 6, paragraphe 2, lorsque le
bénéficiaire de tels revenus, résident d’un Etat contractant, exerce dans l’autre Etat contractant
une activité d’entreprise par l’intermédiaire d’un établissement stable qui y est situé et que le
droit ou le bien générateur des revenus s’y rattache effectivement. Dans ce cas, les dispositions
de l’article 7 sont applicables.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
81
3.
Nonobstant les dispositions des paragraphes 1 et 2, les éléments du revenu d’un résident d’un
Etat contractant qui ne sont pas traités dans les articles précédents de la Convention et qui
proviennent de l’autre Etat contractant sont imposables dans cet autre Etat s’ils ne sont pas
effectivement imposés dans le premier Etat.
CHAPITRE IV. – IMPOSITION DE LA FORTUNE
Article 21
Fortune
1.
La fortune constituée par des biens immobiliers visés à l’article 6, que possède un résident d’un
Etat contractant et qui sont situés dans l’autre Etat contractant, est imposable dans cet autre Etat.
2.
La fortune constituée par des biens mobiliers qui font partie de l’actif d’un établissement stable
qu’une entreprise d’un Etat contractant a dans l’autre Etat contractant est imposable dans cet
autre Etat.
3.
La fortune constituée par des navires et des aéronefs exploités en trafic international, ainsi que
par des biens mobiliers affectés à l’exploitation de ces navires ou aéronefs, n’est imposable que
dans l’Etat contractant où le siège de direction effective de l’entreprise est situé.
4.
Tous les autres éléments de la fortune d’un résident d’un Etat contractant ne sont imposables
que dans cet Etat.
CHAPITRE V. – METHODES POUR ELIMINER LA DOUBLE IMPOSITION
Article 22
Elimination de la double imposition
1.
En ce qui concerne la Belgique:
a)
KAMER
3e
Lorsqu’un résident de la Belgique reçoit des revenus, autres que des dividendes, des
intérêts ou des redevances, ou possède des éléments de fortune qui sont imposés en
Uruguay conformément aux dispositions de la présente Convention, la Belgique exempte
de l’impôt ces revenus ou ces éléments de fortune. Nonobstant la disposition qui précède,
lorsqu’une personne physique reçoit des revenus, autres que des dividendes, des intérêts
ou des redevances, qui sont imposés en Uruguay conformément aux dispositions de la
Convention, la Belgique n’exempte de l’impôt ces revenus que dans la mesure où ils sont
effectivement imposés en Uruguay.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
82
DOC 54
1691/001
b)
L’exemption prévue au sous-paragraphe a) est également accordée en ce qui concerne les
revenus considérés comme des dividendes en vertu de la législation belge, qu’un résident
de la Belgique reçoit au titre d’une participation dans une entité qui a son siège de
direction effective en Uruguay, et qui n’a pas été imposée en tant que telle en Uruguay, à
condition que le résident de la Belgique ait été imposé en Uruguay, proportionnellement à
sa participation dans cette entité, sur les revenus qui servent au paiement des revenus
considérés comme des dividendes en vertu de la législation belge. Le revenu exempté est
le revenu perçu après déduction des frais, exposés en Belgique ou ailleurs, se rapportant à
la gestion de la participation dans l’entité.
c)
Nonobstant les dispositions des sous-paragraphes a) et b) et toute autre disposition de la
Convention, la Belgique tient compte, pour la détermination des taxes additionnelles
établies par les communes et les agglomérations belges, des revenus professionnels
exemptés de l’impôt en Belgique conformément aux sous-paragraphes a) et b). Ces taxes
additionnelles sont calculées sur l’impôt qui serait dû en Belgique si les revenus
professionnels en question étaient tirés de sources belges.
Lorsque, conformément à une disposition quelconque de la Convention, les revenus reçus
ou la fortune possédée par un résident de la Belgique sont exemptés de l’impôt en
Belgique, la Belgique peut néanmoins, pour calculer le montant de l’impôt sur le reste du
revenu ou de la fortune de ce résident, appliquer le même taux que si les revenus ou les
éléments de fortune en question n’avaient pas été exemptés.
KAMER
3e
d)
Les dispositions des sous-paragraphes a) et b) ne s’appliquent pas aux revenus reçus ou à
la fortune possédée par un résident de la Belgique lorsque l’Uruguay applique les
dispositions de la Convention pour exempter d’impôt ces revenus ou cette fortune, ou
applique les dispositions de l’article 10, paragraphe 2, ou de l’article 11, paragraphe 2,
pour limiter l’imposition de ces revenus.
e)
Les dividendes qu’une société qui est un résident de la Belgique reçoit d’une société qui
est un résident de l’Uruguay sont exemptés de l’impôt des sociétés en Belgique aux
conditions et dans les limites prévues par la législation belge.
f)
Lorsqu’une société qui est un résident de la Belgique reçoit d’une société qui est un
résident de l’Uruguay des dividendes qui ne sont pas exemptés conformément au sousparagraphe e), ces dividendes sont néanmoins exemptés de l’impôt des sociétés en
Belgique si la société qui est un résident de l’Uruguay exerce activement en Uruguay une
activité d’entreprise effective. Dans ce cas, ces dividendes sont exemptés aux conditions
et dans les limites prévues par la législation belge, à l’exception de celles relatives au
régime fiscal applicable à la société qui est un résident de l’Uruguay ou aux revenus qui
servent au paiement des dividendes. La présente disposition s’applique uniquement aux
dividendes payés au moyen de revenus générés par l’exercice actif d’une activité
d’entreprise.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
83
2.
KAMER
3e
g)
Lorsqu’une société qui est un résident de la Belgique reçoit d’une société qui est un
résident de l’Uruguay des dividendes qui sont compris dans son revenu global soumis à
l’impôt belge et qui ne sont pas exemptés de l’impôt des sociétés conformément aux
sous-paragraphes e) ou f), la Belgique déduit de l’impôt belge afférent à ces dividendes
l’impôt uruguayen perçu sur ces dividendes conformément à l’article 10 et l’impôt
uruguayen perçu sur les bénéfices qui servent au paiement de ces dividendes. Cette
déduction ne peut excéder la fraction de l’impôt belge qui est proportionnellement
afférente à ces dividendes.
h)
Sous réserve des dispositions de la législation belge relatives à l’imputation sur l’impôt
belge des impôts payés à l’étranger, lorsqu’un résident de la Belgique reçoit des éléments
de revenu qui sont compris dans son revenu global soumis à l’impôt belge et qui
consistent en intérêts ou en redevances, l’impôt uruguayen perçu sur ces revenus est
imputé sur l’impôt belge afférent auxdits revenus.
i)
Lorsque, conformément à la législation belge, des pertes subies par une entreprise
exploitée par un résident de la Belgique dans un établissement stable situé en Uruguay
ont été effectivement déduites des bénéfices de cette entreprise pour son imposition en
Belgique, l’exemption prévue au sous-paragraphe a) ne s’applique pas en Belgique aux
bénéfices d’autres périodes imposables qui sont imputables à cet établissement, dans la
mesure où ces bénéfices ont aussi été exemptés d’impôt en Uruguay en raison de leur
compensation avec lesdites pertes.
En Uruguay, la double imposition est éliminée de la manière suivante:
a)
Les résidents de l’Uruguay qui reçoivent des revenus, autres que des dividendes, qui ont
été soumis à l’impôt en Belgique conformément à la législation belge et en vertu des
dispositions de la présente Convention peuvent imputer l’impôt ainsi payé sur tout impôt
uruguayen dû au titre des mêmes revenus, sous réserve des dispositions applicables de la
législation de l’Uruguay. La présente disposition s’applique également en ce qui concerne
la fortune qui a été soumise à l’impôt en Belgique conformément à la législation belge et
en vertu des dispositions de la présente Convention; l’impôt sur la fortune ainsi payé peut
être imputé sur tout impôt uruguayen dû au titre de la même fortune, sous réserve des
dispositions applicables de la législation de l’Uruguay. Cette déduction ne peut toutefois
excéder la fraction de l’impôt uruguayen sur le revenu ou sur la fortune, calculé avant
déduction, correspondant selon le cas aux revenus ou à la fortune imposables en
Belgique.
b)
Lorsqu’une société qui est un résident de l’Uruguay reçoit d’une société qui est un
résident de la Belgique des dividendes qui sont compris dans son revenu imposable
soumis à l’impôt uruguayen, l’Uruguay déduit de l’impôt uruguayen afférent à ces
dividendes l’impôt belge perçu sur ces dividendes conformément à l’article 10 et l’impôt
belge perçu sur les bénéfices qui servent au paiement de ces dividendes. Cette déduction
ne peut excéder la fraction de l’impôt uruguayen qui est proportionnellement afférente à
ces dividendes.
c)
Lorsque, conformément à une disposition quelconque de la Convention, les revenus reçus
ou la fortune possédée par un résident de l’Uruguay sont exemptés de l’impôt en
Uruguay, l’Uruguay peut néanmoins, pour calculer le montant de l’impôt sur le reste du
revenu ou de la fortune de ce résident, tenir compte des revenus ou de la fortune
exemptés.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
84
DOC 54
1691/001
CHAPITRE VI. – DISPOSITIONS SPECIALES
Article 23
Non-Discrimination
KAMER
3e
1.
Les nationaux d’un Etat contractant ne sont soumis dans l’autre Etat contractant à aucune
imposition ou obligation y relative, qui est autre ou plus lourde que celles auxquelles sont ou
pourront être assujettis les nationaux de cet autre Etat qui se trouvent dans la même situation,
notamment au regard de la résidence. La présente disposition s’applique aussi, nonobstant les
dispositions de l’article 1, aux personnes qui ne sont pas des résidents d’un Etat contractant ou
des deux Etats contractants.
2.
Les apatrides qui sont des résidents d’un Etat contractant ne sont soumis dans l’un ou l’autre
Etat contractant à aucune imposition ou obligation y relative, qui est autre ou plus lourde que
celles auxquelles sont ou pourront être assujettis les nationaux de l’Etat concerné qui se trouvent
dans la même situation, notamment au regard de la résidence.
3.
L’imposition d’un établissement stable qu’une entreprise d’un Etat contractant a dans l’autre
Etat contractant n’est pas établie dans cet autre Etat d’une façon moins favorable que
l’imposition des entreprises de cet autre Etat qui exercent la même activité. La présente
disposition ne peut être interprétée comme obligeant un Etat contractant à accorder aux
résidents de l’autre Etat contractant les déductions personnelles, abattements et réductions
d’impôt en fonction de la situation ou des charges de famille qu’il accorde à ses propres
résidents.
4.
A moins que les dispositions de l’article 9, paragraphe 1, de l’article 11, paragraphe 7, ou de
l’article 12, paragraphe 7, ne soient applicables, les intérêts, redevances et autres dépenses payés
par une entreprise d’un Etat contractant à un résident de l’autre Etat contractant sont
déductibles, pour la détermination des bénéfices imposables de cette entreprise, dans les mêmes
conditions que s’ils avaient été payés à un résident du premier Etat. De même, les dettes d’une
entreprise d’un Etat contractant envers un résident de l’autre Etat contractant sont déductibles,
pour la détermination de la fortune imposable de cette entreprise, dans les mêmes conditions
que si elles avaient été contractées envers un résident du premier Etat.
5.
Les entreprises d’un Etat contractant, dont le capital est en totalité ou en partie, directement ou
indirectement, détenu ou contrôlé par un ou plusieurs résidents de l’autre Etat contractant, ne
sont soumises dans le premier Etat à aucune imposition ou obligation y relative, qui est autre ou
plus lourde que celles auxquelles sont ou pourront être assujetties les autres entreprises
similaires du premier Etat.
6.
Les dispositions du présent article s’appliquent, nonobstant les dispositions de l’article 2, aux
impôts de toute nature ou dénomination.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
85
Article 24
Procédure amiable
1.
Lorsqu’une personne estime que les mesures prises par un Etat contractant ou par les deux Etats
contractants entraînent ou entraîneront pour elle une imposition non conforme aux dispositions
de la présente Convention, elle peut, indépendamment des recours prévus par le droit interne de
ces Etats, soumettre son cas à l’autorité compétente de l’Etat contractant dont elle est un
résident ou, si son cas relève de l’article 23, paragraphe 1, à celle de l’Etat contractant dont elle
possède la nationalité. Le cas doit être soumis dans un délai de trois ans à compter de la
première notification de la mesure qui entraîne une imposition non conforme aux dispositions
de la Convention.
2.
L’autorité compétente s’efforce, si la réclamation lui paraît fondée et si elle n’est pas elle-même
en mesure d’y apporter une solution satisfaisante, de résoudre le cas par voie d’accord amiable
avec l’autorité compétente de l’autre Etat contractant, en vue d’éviter une imposition non
conforme à la Convention. L’accord est appliqué quels que soient les délais prévus par le droit
interne des Etats contractants.
3.
Les autorités compétentes des Etats contractants s’efforcent, par voie d’accord amiable, de
résoudre les difficultés ou de dissiper les doutes auxquels peuvent donner lieu l’interprétation ou
l’application de la Convention.
4.
Les autorités compétentes des Etats contractants peuvent communiquer directement entre elles,
y compris au sein d’une commission mixte composée de ces autorités ou de leurs représentants,
en vue de parvenir à un accord au sens des paragraphes précédents ou pour l’application de la
présente Convention.
5.
Lorsque,
a)
en vertu du paragraphe 1, une personne a soumis un cas à l’autorité compétente d’un Etat
contractant en se fondant sur le fait que les mesures prises par un Etat contractant ou par
les deux Etats contractants ont entraîné pour cette personne une imposition non conforme
aux dispositions de la Convention, et que
b)
les autorités compétentes ne parviennent pas à un accord permettant de résoudre ce cas en
vertu du paragraphe 2 dans un délai de deux ans à compter de la présentation du cas à
l’autorité compétente de l’autre Etat contractant,
les questions non résolues soulevées par ce cas sont soumises à arbitrage si la personne en fait la
demande dans un délai de deux ans à compter du premier jour à partir duquel l’arbitrage peut
être demandé. Ces questions non résolues ne sont toutefois pas soumises à arbitrage si une
décision sur ces questions a déjà été rendue par un tribunal judiciaire ou administratif de l’un
des Etats contractants. A moins qu’une personne directement concernée par le cas informe
l’autorité compétente d’un Etat contractant, dans un délai de trois mois à compter de la
communication de l’accord amiable par lequel la décision d’arbitrage est appliquée, qu’elle
n’accepte pas cet accord amiable, la décision d’arbitrage est contraignante et est appliquée quels
que soient les délais prévus par le droit interne des deux Etats contractants. Les autorités
compétentes des Etats contractants règlent par accord amiable les modalités d’application du
présent paragraphe.
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
86
DOC 54
1691/001
Article 25
Echange de renseignements
KAMER
3e
1.
Les autorités compétentes des Etats contractants échangent les renseignements
vraisemblablement pertinents pour appliquer les dispositions de la présente Convention ou pour
l’administration ou l’application de la législation interne relative aux impôts de toute nature ou
dénomination perçus pour le compte des Etats contractants, de leurs subdivisions politiques ou
de leurs collectivités locales dans la mesure où l’imposition qu’elle prévoit n’est pas contraire à
la Convention. L’échange de renseignements n’est pas restreint par les articles 1 et 2.
2.
Les renseignements reçus en vertu du paragraphe 1 par un Etat contractant sont tenus secrets de
la même manière que les renseignements obtenus en application de la législation interne de cet
Etat et ne sont communiqués qu’aux personnes ou autorités (y compris les tribunaux et organes
administratifs) concernées par l’établissement ou le recouvrement des impôts mentionnés au
paragraphe 1, par les procédures ou poursuites concernant ces impôts, par les décisions sur les
recours relatifs à ces impôts, ou par le contrôle de ce qui précède. Ces personnes ou autorités
n’utilisent ces renseignements qu’à ces fins. Elles peuvent révéler ces renseignements au cours
d’audiences publiques de tribunaux ou dans des jugements.
3.
Les dispositions des paragraphes 1 et 2 ne peuvent en aucun cas être interprétées comme
imposant à un Etat contractant l’obligation:
a)
de prendre des mesures administratives dérogeant à sa législation et à sa pratique
administrative ou à celles de l’autre Etat contractant;
b)
de fournir des renseignements qui ne pourraient être obtenus sur la base de sa législation
ou dans le cadre de sa pratique administrative normale ou de celles de l’autre Etat
contractant;
c)
de fournir des renseignements qui révéleraient un secret commercial, industriel,
professionnel ou un procédé commercial ou des renseignements dont la communication
serait contraire à l’ordre public.
4.
Si des renseignements sont demandés par un Etat contractant conformément au présent article,
l’autre Etat contractant utilise les pouvoirs dont il dispose pour obtenir les renseignements
demandés, même s’il n’en a pas besoin à ses propres fins fiscales. L’obligation qui figure dans
la phrase précédente est soumise aux limitations prévues au paragraphe 3 sauf si ces limitations
sont susceptibles d’empêcher un Etat contractant de communiquer des renseignements
uniquement parce que ceux-ci ne présentent pas d’intérêt pour lui dans le cadre national.
5.
Les dispositions du paragraphe 3 ne peuvent en aucun cas être interprétées comme permettant à
un Etat contractant de refuser de communiquer des renseignements uniquement parce que ceuxci sont détenus par une banque, un autre établissement financier, un trust, une fondation, un
mandataire ou une personne agissant en tant qu’agent ou fiduciaire ou parce que ces
renseignements se rattachent aux droits de propriété d’une personne.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
87
Article 26
Assistance en matière de recouvrement des impôts
1.
Les Etats contractants se prêtent mutuellement assistance pour le recouvrement de leurs
créances fiscales. Cette assistance n’est pas limitée par l’article 1. Les autorités compétentes des
Etats contractants peuvent régler d’un commun accord les modalités d’application du présent
article.
2.
L’expression « créance fiscale » employée dans le présent article désigne toute somme due au
titre d’impôts visés par la Convention, ainsi que les intérêts, pénalités administratives et coûts
de recouvrement ou de conservation afférents à ces impôts.
3.
Lorsqu’une créance fiscale d’un Etat contractant est recouvrable en vertu de la législation de cet
Etat et est due par une personne qui, à cette date, ne peut, en vertu de cette législation, empêcher
son recouvrement, cette créance fiscale est, à la demande de l’autorité compétente de cet Etat,
acceptée en vue de son recouvrement par l’autorité compétente de l’autre Etat contractant. Cette
créance fiscale est recouvrée par cet autre Etat conformément aux dispositions de sa législation
applicable en matière de recouvrement de ses propres impôts comme si la créance en question
était une créance fiscale de cet autre Etat.
4.
Lorsqu’une créance fiscale d’un Etat contractant est une créance à l’égard de laquelle cet Etat
peut, en vertu de sa législation, prendre des mesures conservatoires pour assurer son
recouvrement, cette créance est, à la demande de l’autorité compétente de cet Etat, acceptée aux
fins de l’adoption de mesures conservatoires par l’autorité compétente de l’autre Etat
contractant. Cet autre Etat prend des mesures conservatoires à l’égard de cette créance fiscale
conformément aux dispositions de sa législation comme s’il s’agissait d’une créance fiscale de
cet autre Etat même si, au moment où ces mesures sont appliquées, la créance fiscale n’est pas
recouvrable dans le premier Etat ou est due par une personne qui a le droit d’empêcher son
recouvrement.
5.
Nonobstant les dispositions des paragraphes 3 et 4, les délais de prescription et la priorité
applicables, en vertu de la législation d’un Etat contractant, à une créance fiscale en raison de sa
nature en tant que telle ne s’appliquent pas à une créance fiscale acceptée par cet Etat aux fins
du paragraphe 3 ou 4. En outre, une créance fiscale acceptée par un Etat contractant aux fins du
paragraphe 3 ou 4 ne peut se voir appliquer aucune priorité dans cet Etat en vertu de la
législation de l’autre Etat contractant.
6.
Les procédures concernant l’existence, la validité ou le montant d’une créance fiscale d’un Etat
contractant ne sont pas soumises aux tribunaux ou organes administratifs de l’autre Etat
contractant.
7.
Lorsqu’à tout moment après qu’une demande ait été formulée par un Etat contractant en vertu
du paragraphe 3 ou 4 et avant que l’autre Etat contractant ait recouvré et transmis le montant de
la créance fiscale en question au premier Etat, cette créance fiscale cesse d’être
a)
KAMER
3e
dans le cas d’une demande présentée en vertu du paragraphe 3, une créance fiscale du
premier Etat qui est recouvrable en vertu de la législation de cet Etat et est due par une
personne qui, à ce moment, ne peut, en vertu de la législation de cet Etat, empêcher son
recouvrement, ou
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
88
DOC 54
b)
1691/001
dans le cas d’une demande présentée en vertu du paragraphe 4, une créance fiscale du
premier Etat à l’égard de laquelle cet Etat peut, en vertu de sa législation, prendre des
mesures conservatoires pour assurer son recouvrement,
l’autorité compétente du premier Etat notifie promptement ce fait à l’autorité compétente de
l’autre Etat et le premier Etat, au choix de l’autre Etat, suspend ou retire sa demande.
8.
Les dispositions du présent article ne peuvent en aucun cas être interprétées comme imposant à
un Etat contractant l’obligation:
a)
de prendre des mesures administratives dérogeant à sa législation et à sa pratique
administrative ou à celles de l’autre Etat contractant;
b)
de prendre des mesures qui seraient contraires à l’ordre public;
c)
de prêter assistance si l’autre Etat contractant n’a pas pris toutes les mesures raisonnables
de recouvrement ou de conservation, selon le cas, qui sont disponibles en vertu de sa
législation ou de sa pratique administrative;
d)
de prêter assistance dans les cas où la charge administrative qui en résulte pour cet Etat
est nettement disproportionnée par rapport aux avantages qui peuvent en être tirés par
l’autre Etat contractant.
Article 27
Membres des missions diplomatiques et postes consulaires
Les dispositions de la présente Convention ne portent pas atteinte aux privilèges fiscaux dont
bénéficient les membres des missions diplomatiques ou postes consulaires en vertu soit des règles
générales du droit international, soit des dispositions d’accords particuliers.
CHAPITRE VII. – DISPOSITIONS FINALES
Article 28
Entrée en vigueur
1.
KAMER
3e
Les Gouvernements des Etats contractants se notifieront l’accomplissement des procédures
requises par leur constitution pour l’entrée en vigueur de la présente Convention.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
89
2.
La Convention entrera en vigueur le quinzième jour suivant la date de la seconde des
notifications visées au paragraphe 1 et ses dispositions seront applicables:
a)
en ce qui concerne les impôts dus à la source, aux montants attribués ou mis en paiement
à partir du 1er janvier de la première année civile suivant celle de l’entrée en vigueur de
la présente Convention; et
b)
en ce qui concerne les autres impôts sur le revenu, aux périodes imposables commençant à
partir du 1er janvier de la première année civile suivant celle de l’entrée en vigueur de la
présente Convention; et
c)
en ce qui concerne tous les autres impôts, aux impôts dus au titre d’événements
imposables se produisant à partir du 1er janvier de la première année civile suivant celle
de l’entrée en vigueur de la présente Convention.
Article 29
Dénonciation
La présente Convention demeurera en vigueur tant qu’elle n’aura pas été dénoncée par un Etat
contractant. Chacun des Etats contractants peut, jusqu’au 30 juin inclus de toute année civile à partir
de la cinquième année suivant celle de l’entrée en vigueur de la Convention, la dénoncer, par écrit et
par la voie diplomatique, à l’autre Etat contractant. En cas de dénonciation avant le 1er juillet d’une
telle année, la Convention cessera de s’appliquer:
a)
en ce qui concerne les impôts dus à la source, aux montants attribués ou mis en paiement
à partir du 1er janvier de la première année civile suivant celle de la dénonciation;
b)
en ce qui concerne les autres impôts sur le revenu, aux périodes imposables commençant
à partir du 1er janvier de la première année civile suivant celle de la dénonciation;
c)
en ce qui concerne tous les autres impôts, aux impôts dus au titre d’événements imposables
se produisant à partir du 1er janvier de l’année qui suit immédiatement celle de la
dénonciation.
EN FOI DE QUOI les soussignés, à ce dûment autorisés par leurs Gouvernements respectifs, ont
signé la présente Convention.
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
90
DOC 54
1691/001
FAIT à .............0RQWHYLGHR................... le ……… DR€W …….........., en double exemplaire,
en langues française, néerlandaise, espagnole et anglaise, les quatre textes faisant également foi. En
cas de divergence entre les textes, le texte anglais prévaudra.
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
91
PROTOCOLE
Au moment de procéder à la signature de la Convention entre le Royaume de Belgique et la
République Orientale de l’Uruguay tendant à éviter la double imposition en matière d’impôts sur le
revenu et sur la fortune et à prévenir la fraude fiscale, les soussignés sont convenus des dispositions
suivantes qui font partie intégrante de la Convention.
1.
Nonobstant les dispositions de tout article de la Convention, aucune réduction ou exemption
d’impôt prévue dans la Convention n’est appliquée à des revenus payés en relation avec un
montage purement artificiel. Un montage n’est pas considéré comme purement artificiel
lorsqu’il est prouvé qu’il correspond à une réalité économique.
2.
Ad Article 4, paragraphe 1:
Il est entendu qu’une personne est « assujettie à l’impôt » dans un Etat contractant lorsque cette
personne est soumise à la législation fiscale en vigueur dans cet Etat contractant, même si,
conformément à cette législation, ses revenus ou sa fortune sont, en totalité ou en partie,
exemptés d’impôt.
Il est entendu que l’expression « résident d’un Etat Contractant » comprend un fonds de pension
établi dans cet Etat.
3.
Ad Article 10, 11 et 12:
Si, après la signature de la présente Convention, un des Etats contractants signe avec un autre
Etat, qui est membre de l’Union européenne, une Convention qui prévoit des taux d’imposition
plus bas ou d’autres exemptions que ceux prévus aux articles 10, 11 ou 12 de la présente
Convention, les autorités compétentes des Etats contractants se consulteront sur demande.
4.
Ad Article 13, paragraphe 4:
Les termes « fusion » et « scission » ont le sens qu’ont ces termes:
5.
a)
en ce qui concerne la Belgique, dans la directive du Conseil 90/434/CEE du 23 juillet
1990 concernant le régime fiscal commun applicable aux fusions, scissions, apports
d’actifs et échanges d’actions intéressant des sociétés d’Etats membres différents;
b)
en ce qui concerne l’Uruguay, dans la Loi 16.060 du 4 septembre 1989.
Ad articles 14 et 15:
Il est entendu qu’une compensation payée en raison de la cessation d’un emploi, ou d’un
mandat dans une société, est imposable dans l’Etat contractant où cet emploi est exercé ou dont
la société est un résident, si et dans la mesure où les salaires ou rétributions reçus durant l’année
civile précédant la cessation de cet emploi ou de ce mandat au titre de cet emploi ou de ce
mandat sont imposables dans cet Etat conformément aux dispositions de l’article 14 ou de
l’article 15, selon le cas.
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
92
DOC 54
6.
1691/001
Ad article 17, paragraphe 2:
Dans le cas de contrats prévoyant le versement d’un capital de pension, la limitation à 10 pour
cent de l’impôt dans un Etat contractant est applicable si le bénéficiaire est un résident de l’autre
Etat contractant et si, à la date de sa demande de remboursement, ce bénéficiaire a satisfait en
tant que pensionné à la condition de résidence dans cet autre Etat contractant pendant une
période ininterrompue d’au moins cinq ans. Lorsqu’il a rempli cette dernière condition, le
bénéficiaire peut introduire la demande en question.
7.
Ad article 20, paragraphe 3 et article 22, paragraphe 1, a):
Pour l’application de l’article 20, paragraphe 3 et de l’article 22, paragraphe 1, a), un élément de
revenu est effectivement imposé dans un Etat contractant lorsque cet élément de revenu est
soumis à l’impôt dans cet Etat contractant et n’y bénéficie pas d’une exemption d’impôt en tant
que tel.
8.
Ad article 22, paragraphe 1, a), b) et f):
a)
Pour l’application de l’article 22, paragraphe 1, a) et b), un élément de revenu est
« imposé » en Uruguay, notamment, lorsque cet élément de revenu est soumis en
Uruguay à un ou plusieurs des régimes suivants (tels qu’ils peuvent être éventuellement
modifiés sans que ces changements en affectent les principes fondamentaux):
(i)
(ii)
(iii)
(iv)
(v)
(vi)
Décret-Loi 14.335 du 23 décembre 1974 – Loi pour la promotion du tourisme
(Tourism Promotion Law);
Loi 15.921 du 17 décembre 1987 – Loi sur les zones franches (Free Zones Law);
Loi 15.939 du 28 décembre 1987 – Loi sur les exploitations agricoles (Forestry
Law);
Article 92 de la Loi 16.002 du 25 novembre 1988 – Avantages en matière de
plantations d’agrumes (Citrus Plantation Benefits);
Loi 16.906 du 7 janvier 1998 – Loi pour la promotion des investissements
(Investments Promotion Law); et
Article 52, Titre 4 Texto Ordenado 1996, Loi 18.083 du 27 décembre 2006 –
Avantages en matière de biotechnologie et de logiciels (Biotechnology and
Software Benefits).
La présente disposition ne s’applique aux bénéfices des sociétés que si ces bénéfices sont
tirés de l’exercice actif d’une activité d’entreprise en Uruguay.
b)
L’article 22, paragraphe 1, a) et f) s’applique aux revenus ou dividendes payés au moyen
de bénéfices tirés en Uruguay de l’exercice d’activités financières ou d’activités de
holding ou de services (y compris les activités de services visées au a), (ii) ci-dessus)
lorsque ces revenus ou bénéfices sont exemptés d’impôt en Uruguay, mais seulement si
ces revenus ou bénéfices ne comprennent pas d’éléments qui ont été déduits de revenus
ou de bénéfices imposables en Belgique.
Après une période de 10 ans suivant l’entrée en vigueur de la présente Convention, les
autorités compétentes évalueront la présente disposition, et si c’est nécessaire, les Etats
contractants engageront des négociations en vue d’en réviser la portée.
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
93
EN FOI DE QUOI, les soussignés, à ce dûment autorisés par leurs Gouvernements respectifs, ont
signé le présent Protocole.
FAIT à Montevideo le 23 août 2013, en double exemplaire, en langues française, néerlandaise,
espagnole et anglaise, les quatre textes faisant également foi. En cas de divergence entre les textes, le
texte anglais prévaudra.
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
94
DOC 54
1691/001
CONVENTION
BETWEEN
THE KINGDOM OF BELGIUM
AND
THE ORIENTAL REPUBLIC OF URUGUAY
FOR THE AVOIDANCE OF DOUBLE TAXATION
WITH RESPECT TO TAXES ON INCOME AND ON CAPITAL
AND FOR THE PREVENTION OF FISCAL EVASION
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
95
CONVENTION
BETWEEN
THE KINGDOM OF BELGIUM
AND
THE ORIENTAL REPUBLIC OF URUGUAY
FOR THE AVOIDANCE OF DOUBLE TAXATION
WITH RESPECT TO TAXES ON INCOME AND ON CAPITAL
AND FOR THE PREVENTION OF FISCAL EVASION
THE KINGDOM OF BELGIUM,
THE FLEMISH COMMUNITY,
THE FRENCH COMMUNITY,
THE GERMAN-SPEAKING COMMUNITY,
THE FLEMISH REGION,
THE WALLOON REGION,
and THE BRUSSELS-CAPITAL REGION,
on the one hand,
AND
THE ORIENTAL REPUBLIC OF URUGUAY,
on the other hand,
DESIRING to conclude a Convention for the avoidance of double taxation with respect to taxes on
income and on capital and for the prevention of fiscal evasion,
HAVE AGREED as follows:
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
96
DOC 54
1691/001
CHAPTER I. – SCOPE OF THE CONVENTION
Article 1
Persons covered
This Convention shall apply to persons who are residents of one or both of the Contracting States.
Article 2
Taxes covered
1.
This Convention shall apply to taxes on income and on capital imposed on behalf of a
Contracting State or of its political subdivisions or local authorities, irrespective of the manner
in which they are levied.
2.
There shall be regarded as taxes on income and on capital all taxes imposed on total income, on
total capital, or on elements of income or of capital, including taxes on gains from the alienation
of movable or immovable property, taxes on the total amounts of wages or salaries paid by
enterprises, as well as taxes on capital appreciation.
3.
The existing taxes to which the Convention shall apply are in particular:
a)
in the case of Belgium:
(i)
the individual income tax;
(ii) the corporate income tax;
(iii) the income tax on legal entities;
(iv) the income tax on non-residents;
including the prepayments and the surcharges on these taxes and prepayments,
(hereinafter referred to as “Belgian tax”);
b)
in the case of Uruguay:
(i)
(ii)
(iii)
(iv)
(v)
the tax on business income (Impuesto a las Rentas de las Actividades Económicas IRAE);
the personal income tax (Impuesto a las Rentas de las Personas Físicas - IRPF);
the non-residents income tax (Impuesto a las Rentas de los No Residentes - IRNR);
the tax for social security assistance (Impuesto de Asistencia a la Seguridad Social
- IASS); and
the capital tax (Impuesto al Patrimonio - IP);
(hereinafter referred to as “Uruguayan tax”).
4.
KAMER
3e
The Convention shall apply also to any identical or substantially similar taxes that are imposed
after the date of signature of the Convention in addition to, or in place of, the existing taxes. The
competent authorities of the Contracting States shall notify each other of any significant
changes that have been made in their taxation laws.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
97
CHAPTER II. – DEFINITIONS
Article 3
General definitions
1.
For the purposes of this Convention, unless the context otherwise requires:
a)
the term “Belgium” means the Kingdom of Belgium; used in a geographical sense, it
means the territory of the Kingdom of Belgium, including the territorial sea and any other
area in the sea and in the air within which the Kingdom of Belgium, in accordance with
international law, exercises sovereign rights or its jurisdiction;
b)
the term “Uruguay” means the territory of the Oriental Republic of Uruguay, and when
used in a geographical sense means the territory on which the tax laws are applied,
including the airspace, the maritime areas, under Uruguayan sovereign rights or
jurisdiction in accordance with international law and national law;
c)
the terms “a Contracting State” and “the other Contracting State” means Belgium or
Uruguay as the context requires;
d)
the term “tax” means Belgian or Uruguayan tax, as the context requires;
e)
the term “person” includes an individual, a company and any other body of persons;
f)
the term “company” means any body corporate or any entity that is treated as a body
corporate for tax purposes;
g)
the term “enterprise” applies to the carrying on of any business;
h)
the terms “enterprise of a Contracting State” and “enterprise of the other Contracting
State” mean respectively an enterprise carried on by a resident of a Contracting State and
an enterprise carried on by a resident of the other Contracting State;
i)
the term “international traffic” means any transport by a ship or aircraft operated by an
enterprise that has its place of effective management in a Contracting State, except when
the ship or aircraft is operated solely between places in the other Contracting State;
j)
the term “competent authority” means:
(i)
(ii)
k)
the term “national”, in relation to a Contracting State, means:
(i)
(ii)
KAMER
3e
in the case of Belgium, as the case may be, the Minister of Finance of the Federal
Government and/or of a Region and/or of a Community, or his authorised
representative; and
in the case of Uruguay, the Minister of Economy and Finance or his authorized
representative;
any individual possessing the nationality or citizenship of that Contracting State;
and
any legal person, partnership or association deriving its status as such from the
laws in force in that Contracting State;
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
98
DOC 54
1691/001
l)
the term “business” includes the performance of professional services and of other
activities of an independent character;
m)
the term “pension fund” means any person established in a Contracting State:
(i)
(ii)
that administers pension schemes or provides retirement benefits; or
that earns income on behalf of one or more persons operated to administer pension
schemes or provide retirement benefits; and
provided it is either:
(i)
(ii)
2.
in the case of Belgium, regulated by the Financial Services and Markets Authority
(FSMA) or by the National Bank of Belgium, or registered with the Belgian tax
Administration; or
in the case of Uruguay, the Banco de Previsión Social, the pension funds
(Administradoras de Fondos de Ahorro Previsional - AFAP) and the insurance
entities, regulated by Law 16.713 and other social security entities regulated by
Uruguayan laws.
As regards the application of the Convention at any time by a Contracting State, any term not
defined therein shall, unless the context otherwise requires, have the meaning that it has at that
time under the law of that State for the purposes of the taxes to which the Convention applies,
any meaning under the applicable tax laws of that State prevailing over a meaning given to the
term under other laws of that State.
Article 4
Resident
KAMER
3e
1.
For the purposes of this Convention, the term “resident of a Contracting State” means any
person who, under the laws of that State, is liable to tax therein by reason of his domicile,
residence, place of management, place of incorporation or any other criterion of a similar
nature, and also includes that State and any political subdivision or local authority thereof. This
term, however, does not include any person who is liable to tax in that State in respect only of
income from sources in that State or capital situated therein.
2.
Where by reason of the provisions of paragraph 1 an individual is a resident of both Contracting
States, then his status shall be determined as follows:
a)
he shall be deemed to be a resident only of the State in which he has a permanent home
available to him; if he has a permanent home available to him in both States, he shall be
deemed to be a resident only of the State with which his personal and economic relations
are closer (centre of vital interests);
b)
if the State in which he has his centre of vital interests cannot be determined, or if he has
not a permanent home available to him in either State, he shall be deemed to be a resident
only of the State in which he has an habitual abode;
c)
if he has an habitual abode in both States or in neither of them, he shall be deemed to be a
resident only of the State of which he is a national;
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
99
d)
3.
if he is a national of both States or of neither of them, the competent authorities of the
Contracting States shall settle the question by mutual agreement.
Where by reason of the provisions of paragraph 1 a person other than an individual is a resident
of both Contracting States, then it shall be deemed to be a resident only of the State in which its
place of effective management is situated.
Article 5
Permanent establishment
1.
For the purposes of this Convention, the term “permanent establishment” means a fixed place of
business through which the business of an enterprise is wholly or partly carried on.
2.
The term “permanent establishment” includes especially:
a)
b)
c)
d)
e)
f)
3.
4.
KAMER
3e
a place of management;
a branch;
an office;
a factory;
a workshop, and
a mine, an oil or gas well, a quarry or any other place of extraction of natural resources.
The term “permanent establishment” likewise includes:
a)
a building site or a construction or installation project, but only if such site or project lasts
more than 6 months;
b)
the furnishing of services in a Contracting State, including consultancy services, by an
enterprise through employees or other personnel engaged by the enterprise for such
purpose, but only where these employees or personnel are present in that Contracting
State (for the same or a connected project) for a period or periods aggregating more than
six months within any twelve-month period.
Notwithstanding the preceding provisions of this Article, the term “permanent establishment”
shall be deemed not to include:
a)
the use of facilities solely for the purpose of storage, display or delivery of goods or
merchandise belonging to the enterprise;
b)
the maintenance of a stock of goods or merchandise belonging to the enterprise solely for
the purpose of storage, display or delivery;
c)
the maintenance of a stock of goods or merchandise belonging to the enterprise solely for
the purpose of processing by another enterprise;
d)
the maintenance of a fixed place of business solely for the purpose of purchasing goods
or merchandise or of collecting information, for the enterprise;
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
100
DOC 54
1691/001
e)
the maintenance of a fixed place of business solely for the purpose of carrying on, for the
enterprise, any other activity of a preparatory or auxiliary character;
f)
the maintenance of a fixed place of business solely for any combination of activities
mentioned in subparagraphs a) to e), provided that the overall activity of the fixed place
of business resulting from this combination is of a preparatory or auxiliary character.
5.
Notwithstanding the provisions of paragraphs 1 and 2, where a person -other than an agent of an
independent status to whom paragraph 6 applies- is acting on behalf of an enterprise and has,
and habitually exercises, in a Contracting State an authority to conclude contracts in the name of
the enterprise, that enterprise shall be deemed to have a permanent establishment in that State in
respect of any activities which that person undertakes for the enterprise, unless the activities of
such person are limited to those mentioned in paragraph 4 which, if exercised through a fixed
place of business, would not make this fixed place of business a permanent establishment under
the provisions of that paragraph.
6.
An enterprise shall not be deemed to have a permanent establishment in a Contracting State
merely because it carries on business in that State through a broker, general commission agent
or any other agent of an independent status, provided that such persons are acting in the
ordinary course of their business.
7.
The fact that a company which is a resident of a Contracting State controls or is controlled by a
company which is a resident of the other Contracting State, or which carries on business in that
other State (whether through a permanent establishment or otherwise), shall not of itself
constitute either company a permanent establishment of the other.
CHAPTER III. – TAXATION OF INCOME
Article 6
Income from immovable property
KAMER
3e
1.
Income derived by a resident of a Contracting State from immovable property (including
income from agriculture or forestry) situated in the other Contracting State may be taxed in that
other State.
2.
The term “immovable property” shall have the meaning which it has under the law of the
Contracting State in which the property in question is situated. The term shall in any case
include property accessory to immovable property, livestock and equipment used in agriculture
and forestry, rights to which the provisions of general law respecting landed property apply,
usufruct of immovable property and rights to variable or fixed payments as consideration for the
working of, or the right to work, mineral deposits, sources and other natural resources; ships,
boats and aircraft shall not be regarded as immovable property.
3.
The provisions of paragraph 1 shall apply to income derived from the direct use, letting, or use
in any other form of immovable property.
4.
The provisions of paragraphs 1 and 3 shall also apply to the income from immovable property
of an enterprise.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
101
Article 7
Business profits
KAMER
3e
1.
The profits of an enterprise of a Contracting State shall be taxable only in that State unless the
enterprise carries on business in the other Contracting State through a permanent establishment
situated therein. If the enterprise carries on business as aforesaid, the profits of the enterprise
may be taxed in the other State but only so much of them as are attributable to that permanent
establishment.
2.
Subject to the provisions of paragraph 3, where an enterprise of a Contracting State carries on
business in the other Contracting State through a permanent establishment situated therein, there
shall in each Contracting State be attributed to that permanent establishment the profits which it
might be expected to make if it were a distinct and separate enterprise engaged in the same or
similar activities under the same or similar conditions and dealing wholly independently.
3.
In determining the profits of a permanent establishment, there shall be allowed as deductions
expenses which are incurred for the purposes of the permanent establishment, including
executive and general administrative expenses so incurred, whether in the State in which the
permanent establishment is situated or elsewhere.
4.
Where, in accordance with paragraph 2, a Contracting State adjusts the profits that are
attributable to a permanent establishment of an enterprise of one of the Contracting States and
taxes accordingly profits of the enterprise that have been charged to tax in the other State, then
that other State shall, to the extent necessary to eliminate double taxation on these profits, make
an appropriate adjustment to the amount of the tax charged therein on those profits. In
determining such adjustment, the competent authorities of the Contracting States shall if
necessary consult each other. This provision shall not apply in cases where one or more
transactions leading to an adjustment of profits are regarded as fraudulent according to an
administrative or judicial decision.
5.
Insofar as it has been customary in a Contracting State to determine the profits to be attributed
to a permanent establishment on the basis of an apportionment of the total profits of the
enterprise to its various parts, nothing in paragraph 2 shall preclude that Contracting State from
determining the profits to be taxed by such an apportionment as may be customary; the method
of apportionment adopted shall, however, be such that the result shall be in accordance with the
principles contained in this Article.
6.
No profits shall be attributed to a permanent establishment by reason of the mere purchase by
that permanent establishment of goods or merchandise for the enterprise.
7.
For the purposes of the preceding paragraphs, the profits to be attributed to the permanent
establishment shall be determined by the same method year by year unless there is good and
sufficient reason to the contrary.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
102
DOC 54
8.
1691/001
Where profits include items of income which are dealt with separately in other Articles of the
Convention, then the provisions of those Articles shall not be affected by the provisions of this
Article.
Article 8
Shipping and air transport
1.
Profits from the operation of ships or aircraft in international traffic shall be taxable only in the
Contracting State in which the place of effective management of the enterprise is situated.
2.
For the purpose of this Article, profits from the operation of ships or aircraft in international
traffic shall include in particular:
a)
profits from the leasing of ships or aircraft engaged in international traffic on charter fully
equipped, manned and supplied;
b)
profits from the leasing of ships or aircraft on a bare boat charter basis if such leasing
activity is an ancillary activity for the enterprise engaged in international traffic;
c)
profits from the leasing of containers if such leasing activity is an ancillary activity for the
enterprise engaged in international traffic.
3.
If the place of effective management of a shipping enterprise is aboard a ship, then it shall be
deemed to be situated in the Contracting State in which the home harbour of the ship is situated,
or, if there is no such home harbour, in the Contracting State of which the operator of the ship is
a resident.
4.
The provisions of paragraph 1 shall also apply to profits from the participation in a pool, a joint
business or an international operating agency.
Article 9
Associated enterprises
1.
Where
a)
an enterprise of a Contracting State participates directly or indirectly in the management,
control or capital of an enterprise of the other Contracting State, or
b)
the same persons participate directly or indirectly in the management, control or capital of
an enterprise of a Contracting State and an enterprise of the other Contracting State,
and in either case conditions are made or imposed between the two enterprises in their
commercial or financial relations which differ from those which would be made between
independent enterprises, then any profits which would, but for those conditions, have accrued to
one of the enterprises, but, by reason of those conditions, have not so accrued, may be included
in the profits of that enterprise and taxed accordingly.
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
103
2.
Where a Contracting State includes in the profits of an enterprise of that State - and taxes
accordingly - profits on which an enterprise of the other Contracting State has been charged to
tax in that other State and the profits so included are profits which would have accrued to the
enterprise of the first-mentioned State if the conditions made between the two enterprises had
been those which would have been made between independent enterprises, then that other State
shall make an appropriate adjustment to the amount of the tax charged therein on those profits.
In determining such adjustment, due regard shall be had to the other provisions of this
Convention and the competent authorities of the Contracting States shall if necessary consult
each other.
3.
The provisions of paragraph 2 shall not apply in cases where one or more transactions leading to
an adjustment of profits in accordance with paragraph 1 are regarded as fraudulent according to
an administrative or judicial decision.
Article 10
Dividends
1.
Dividends paid by a company which is a resident of a Contracting State to a resident of the
other Contracting State may be taxed in that other State.
2.
However, such dividends may also be taxed in the Contracting State of which the company
paying the dividends is a resident and according to the laws of that State, but if the beneficial
owner of the dividends is a resident of the other Contracting State, the tax so charged shall not
exceed:
a)
5 per cent of the gross amount of the dividends if the beneficial owner is a company
(other than a partnership) which holds directly at least 10 per cent of the capital of the
company paying the dividends;
b)
15 per cent of the gross amount of the dividends in all other cases.
Notwithstanding the preceding provisions of this paragraph, dividends shall not be taxed in the
Contracting State of which the company paying the dividends is a resident if the beneficial
owner of the dividends is a pension fund that is a resident of the other Contracting State,
provided that the shares or other rights in respect of which such dividends are paid are held for
the purpose of an activity mentioned under Article 3, paragraph 1, m).
This paragraph shall not affect the taxation of the company in respect of the profits out of which
the dividends are paid.
KAMER
3e
3.
The term “dividends” as used in this Article means income from shares, “jouissance” shares or
“jouissance” rights, mining shares, founders’ shares or other rights, not being debt-claims,
participating in profits, as well as income which is subjected to the same taxation treatment as
income from shares by the tax laws of the State of which the paying company is a resident.
4.
The provisions of paragraphs 1 and 2 shall not apply if the beneficial owner of the dividends,
being a resident of a Contracting State, carries on business in the other Contracting State of
which the company paying the dividends is a resident through a permanent establishment
situated therein and the holding in respect of which the dividends are paid is effectively
connected with such permanent establishment. In such case the provisions of Article 7 shall
apply.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
104
DOC 54
5.
1691/001
Where a company which is a resident of a Contracting State derives profits or income from the
other Contracting State, that other State may not impose any tax on the dividends paid by the
company, except insofar as such dividends are paid to a resident of that other State or insofar as
the holding in respect of which the dividends are paid is effectively connected with a permanent
establishment situated in that other State, nor subject the company’s undistributed profits to a
tax on the company’s undistributed profits, even if the dividends paid or the undistributed
profits consist wholly or partly of profits or income arising in such other State.
Article 11
Interest
KAMER
3e
1.
Interest arising in a Contracting State and paid to a resident of the other Contracting State may
be taxed in that other State.
2.
However, such interest may also be taxed in the Contracting State in which it arises and
according to the laws of that State, but if the beneficial owner of the interest is a resident of the
other Contracting State, the tax so charged shall not exceed 10 per cent of the gross amount of
the interest.
3.
Notwithstanding the provisions of paragraph 2, interest shall be exempted from tax in the
Contracting State in which it arises if it is:
a)
interest paid to a pension fund, provided that the debt-claim in respect of which such
interest is paid is held for the purpose of an activity mentioned under Article 3, paragraph
1, m);
b)
interest paid to the other Contracting State, to one of its political subdivisions or local
authorities or to a public entity.
4.
The term “interest” as used in this Article means income from debt-claims of every kind,
whether or not secured by mortgage and whether or not carrying a right to participate in the
debtor’s profits, and in particular, income from government securities and income from bonds or
debentures, including premiums and prizes attaching to such securities, bonds or debentures.
However, the term “interest” shall not include, for the purpose of this Article, penalty charges
for late payment nor interests regarded as dividends under paragraph 3 of Article 10.
5.
The provisions of paragraphs 1, 2 and 3 shall not apply if the beneficial owner of the interest,
being a resident of a Contracting State, carries on business in the other Contracting State in
which the interest arises through a permanent establishment situated therein and the debt-claim
in respect of which the interest is paid is effectively connected with such permanent
establishment. In such case the provisions of Article 7 shall apply.
6.
Interest shall be deemed to arise in a Contracting State when the payer is a resident of that State.
Where, however, the person paying the interest, whether he is a resident of a Contracting State
or not, has in a Contracting State a permanent establishment in connection with which the
indebtedness on which the interest is paid was incurred, and such interest is borne by such
permanent establishment, then such interest shall be deemed to arise in the State in which the
permanent establishment is situated.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
105
7.
Where, by reason of a special relationship between the payer and the beneficial owner or
between both of them and some other person, the amount of the interest exceeds the amount
which would have been agreed upon by the payer and the beneficial owner in the absence of
such relationship, the provisions of this Article shall apply only to the last-mentioned amount. In
such case, the excess part of the payments shall remain taxable according to the laws of each
Contracting State, due regard being had to the other provisions of this Convention.
Article 12
Royalties
KAMER
3e
1.
Royalties arising in a Contracting State and paid to a resident of the other Contracting State may
be taxed in that other State.
2.
However, such royalties may also be taxed in the Contracting State in which they arise and
according to the laws of that State, but if the beneficial owner of the royalties is a resident of the
other Contracting State, the tax so charged shall not exceed 10 per cent of the gross amount of
the royalties.
3.
The term “royalties” as used in this Article means payments of any kind received as a
consideration for the use of, or the right to use, any copyright of literary, artistic or scientific
work including cinematograph films and films or tapes for television or radio broadcasting, any
patent, trade mark, design or model, plan, secret formula or process, or for the use of, or the
right to use, industrial, commercial or scientific equipment, or for information concerning
industrial, commercial or scientific experience.
4.
In case of royalties for the use of, or the right to use, industrial, commercial or scientific
equipment, derived by a resident of a Contracting State from the other Contracting State, such
resident may elect to be taxed on a net basis as if he were a resident of the other Contracting
State. This election may be exercised after the application of the withholding tax described in
paragraph 2, on the gross amount.
5.
The provisions of paragraphs 1 and 2 shall not apply if the beneficial owner of the royalties,
being a resident of a Contracting State, carries on business in the other Contracting State in
which the royalties arise through a permanent establishment situated therein and the right or
property in respect of which the royalties are paid is effectively connected with such permanent
establishment. In such case the provisions of Article 7 shall apply.
6.
Royalties shall be deemed to arise in a Contracting State when the payer is a resident of that
State. Where, however, the person paying the royalties, whether he is a resident of a Contracting
State or not, has in a Contracting State a permanent establishment in connection with which the
liability to pay the royalties was incurred, and such royalties are borne by such permanent
establishment, then such royalties shall be deemed to arise in the State in which the permanent
establishment is situated.
7.
Where, by reason of a special relationship between the payer and the beneficial owner or
between both of them and some other person, the amount of the royalties exceeds the amount
which would have been agreed upon by the payer and the beneficial owner in the absence of
such relationship, the provisions of this Article shall apply only to the last-mentioned amount. In
such case, the excess part of the payments shall remain taxable according to the laws of each
Contracting State, due regard being had to the other provisions of this Convention.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
106
DOC 54
1691/001
Article 13
Capital gains
1.
Gains derived by a resident of a Contracting State from the alienation of immovable property
referred to in Article 6 and situated in the other Contracting State may be taxed in that other
State.
2.
Gains from the alienation of movable property forming part of the business property of a
permanent establishment which an enterprise of a Contracting State has in the other Contracting
State, including such gains from the alienation of such a permanent establishment (alone or with
the whole enterprise), may be taxed in that other State.
3.
Gains from the alienation of ships or aircraft operated in international traffic or movable
property pertaining to the operation of such ships or aircraft, shall be taxable only in the
Contracting State in which the place of effective management of the enterprise is situated.
4.
Gains derived by a resident of a Contracting State from the alienation of shares deriving more
than 50 per cent of their value directly or indirectly from immovable property situated in the
other Contracting State may be taxed in that other State. However, this paragraph shall not apply
to gains derived from the alienation of shares of companies that are listed on an approved stock
exchange of one of the Contracting States, to gains derived from the alienation of shares in the
course of a merger or division of the company holding the shares, or where the immovable
property from which the shares derive their value is immovable property in which an active
trade or business is carried on.
5.
Gains from the alienation of any property other than that referred to in paragraphs 1, 2, 3 and 4,
shall be taxable only in the Contracting State of which the alienator is a resident.
Article 14
Income from employment
KAMER
3e
1.
Subject to the provisions of Articles 15, 17 and 18, salaries, wages and other similar
remuneration derived by a resident of a Contracting State in respect of an employment shall be
taxable only in that State unless the employment is exercised in the other Contracting State. If
the employment is so exercised, such remuneration as is derived therefrom may be taxed in that
other State.
2.
Notwithstanding the provisions of paragraph 1, remuneration derived by a resident of a
Contracting State in respect of an employment exercised in the other Contracting State shall be
taxable only in the first-mentioned State if:
a)
the recipient is present in the other State for a period or periods not exceeding in the
aggregate 183 days in any twelve month period commencing or ending in the taxable
period concerned, and
b)
the remuneration is paid by, or on behalf of, an employer who is not a resident of the
other State, and
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
107
c)
3.
the remuneration is not borne by a permanent establishment which the employer has in
the other State.
Notwithstanding the preceding provisions of this Article, remuneration derived in respect of an
employment exercised aboard a ship or aircraft operated in international traffic, may be taxed in
the Contracting State in which the place of effective management of the enterprise is situated.
Article 15
Directors’ fees
1.
Directors’ fees and other similar payments derived by a resident of a Contracting State in his
capacity as a member of the board of directors or a similar organ of a company which is a
resident of the other Contracting State may be taxed in that other State.
2.
Remuneration derived by a person referred to in paragraph 1 from a company which is a
resident of a Contracting State in respect of the discharge of day-to-day functions of a
managerial or technical, commercial or financial nature and remuneration received by a resident
of a Contracting State in respect of his day-to-day activity as a partner of a company, other than
a company with share capital, which is a resident of a Contracting State, shall be taxable in
accordance with the provisions of Article 14, as if such remuneration were remuneration derived
by an employee in respect of an employment and as if references to the “employer” were
references to the company.
Article 16
Artistes and sportsmen
KAMER
3e
1.
Notwithstanding the provisions of Articles 7 and 14, income derived by a resident of a
Contracting State as an entertainer, such as a theatre, motion picture, radio or television artiste,
or a musician, or as a sportsman, from his personal activities as such exercised in the other
Contracting State, may be taxed in that other State.
2.
Where income in respect of personal activities exercised by an entertainer or a sportsman in his
capacity as such accrues not to the entertainer or sportsman himself but to another person, that
income may, notwithstanding the provisions of Articles 7 and 14, be taxed in the Contracting
State in which the activities of the entertainer or sportsman are exercised.
3.
The provisions of paragraphs 1 and 2 shall not apply if the activities exercised in a Contracting
State are substantially supported from public funds of the other Contracting State or a political
subdivision or a local authority thereof. In such case, income derived from such activities shall
be taxable only in that other Contracting State.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
108
DOC 54
1691/001
Article 17
Pensions
1.
Subject to the provisions of paragraph 2 of Article 18, pensions and other similar remuneration
paid to a resident of a Contracting State shall be taxable only in that State.
2.
Such pensions and other similar remuneration may also be taxed in the Contracting State in
which they arise and according to the laws of that State. However, the tax so charged shall not
exceed 10 per cent of the gross amount of the payment.
3.
Pensions and other similar remuneration shall be deemed to arise in a Contracting State to the
extent that the contributions to a pension scheme have given rise in that State to tax deduction,
reduction of tax or any other tax relief.
Article 18
Government service
1.
a)
Salaries, wages and other similar remuneration paid by a Contracting State or a political
subdivision or a local authority thereof to an individual in respect of services rendered to
that State or subdivision or authority shall be taxable only in that State.
b)
However, such salaries, wages and other similar remuneration shall be taxable only in the
other Contracting State if the services are rendered in that State and the individual is a
resident of that State who:
(i)
(ii)
2.
3.
KAMER
3e
is a national of that State; or
did not become a resident of that State solely for the purpose of rendering the
services.
a)
Notwithstanding the provisions of paragraph 1, pensions and other similar remuneration
paid by, or out of funds created by, a Contracting State or a political subdivision or a local
authority thereof to an individual in respect of services rendered to that State or
subdivision or authority shall be taxable only in that State.
b)
However, such pension and other similar remuneration shall be taxable only in the other
Contracting State if the individual is a resident of, and a national of, that State.
The provisions of Articles 14, 15, 16 and 17 shall apply to salaries, wages, pensions and other
similar remuneration in respect of services rendered in connection with a business carried on by
a Contracting State or a political subdivision or a local authority thereof.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
109
Article 19
Students
Payments which a student or business apprentice who is or was immediately before visiting a
Contracting State a resident of the other Contracting State and who is present in the first-mentioned
State solely for the purpose of his education or training receives for the purpose of his maintenance,
education or training shall not be taxed in that State, provided that such payments arise from sources
outside that State.
Article 20
Other income
1.
Items of income of a resident of a Contracting State, wherever arising, not dealt with in the
foregoing Articles of this Convention shall be taxable only in that State.
2.
The provisions of paragraph 1 shall not apply to income, other than income from immovable
property as defined in paragraph 2 of Article 6, if the recipient of such income, being a resident
of a Contracting State, carries on business in the other Contracting State through a permanent
establishment situated therein and the right or property in respect of which the income is paid is
effectively connected with such permanent establishment. In such case the provisions of Article
7 shall apply.
3.
Notwithstanding the provisions of paragraphs 1 and 2, items of income of a resident of a
Contracting State not dealt with in the foregoing articles of the Convention and arising in the
other Contracting State may be taxed in that other State if such items of income are not
effectively taxed in the first-mentioned State.
CHAPTER IV. – TAXATION OF CAPITAL
Article 21
Capital
KAMER
3e
1.
Capital represented by immovable property referred to in Article 6, owned by a resident of a
Contracting State and situated in the other Contracting State, may be taxed in that other State.
2.
Capital represented by movable property forming part of the business property of a permanent
establishment which an enterprise of a Contracting State has in the other Contracting State may
be taxed in that other State.
3.
Capital represented by ships and aircraft operated in international traffic and by movable
property pertaining to the operation of such ships or aircraft, shall be taxable only in the
Contracting State in which the place of effective management of the enterprise is situated.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
110
DOC 54
4.
1691/001
All other elements of capital of a resident of a Contracting State shall be taxable only in that
State.
CHAPTER V. – METHODS FOR ELIMINATION OF DOUBLE TAXATION
Article 22
Elimination of double taxation
1.
In the case of Belgium:
a)
Where a resident of Belgium derives income, not being dividends, interest or royalties, or
owns elements of capital which are taxed in Uruguay in accordance with the provisions of
this Convention, Belgium shall exempt such income or such elements of capital from tax.
Notwithstanding the preceding provision, where an individual derives income, not being
dividends, interest or royalties, which are taxed in Uruguay in accordance with the
provisions of the Convention, Belgium shall only exempt such income from tax to the
extent that such income is effectively taxed in Uruguay.
b)
The exemption provided for in subparagraph a) shall also be granted with respect to
income regarded as dividends under Belgian law, which is derived by a resident of
Belgium from a participation in an entity that has its place of effective management in
Uruguay, and has not been taxed as such in Uruguay, provided that the resident of
Belgium has been taxed in Uruguay, proportionally to his participation in such entity, on
the income out of which the income regarded as dividends under Belgian law is paid. The
exempted income is the income received after deduction of the costs incurred in Belgium
or elsewhere in relation to the management of the participation in the entity.
c)
Notwithstanding the provisions of subparagraphs a) and b) and any other provision of the
Convention, Belgium shall, for the determination of the additional taxes established by
Belgian municipalities and conurbations, take into account the earned income (revenus
professionnels – beroepsinkomsten) that is exempted from tax in Belgium in accordance
with subparagraphs a) and b). These additional taxes shall be calculated on the tax which
would be payable in Belgium if the earned income in question had been derived from
Belgian sources.
Where in accordance with any provision of the Convention income derived or capital
owned by a resident of Belgium is exempted from tax in Belgium, Belgium may
nevertheless, in calculating the amount of tax on the remaining income or capital of such
resident, apply the rate of tax which would have been applicable if such income or
elements of capital had not been exempted.
KAMER
3e
d)
The provisions of subparagraphs a) and b) shall not apply to income derived or capital
owned by a resident of Belgium where Uruguay applies the provisions of the Convention
to exempt such income or capital from tax or applies the provisions of paragraph 2 of
Article 10 or paragraph 2 of Article 11 to limit the taxation of such income.
e)
Dividends derived by a company which is a resident of Belgium from a company which
is a resident of Uruguay shall be exempted from the corporate income tax in Belgium
under the conditions and within the limits provided for in Belgian law.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
111
2.
KAMER
3e
f)
Where a company which is a resident of Belgium derives from a company which is a
resident of Uruguay dividends which are not exempted in accordance with subparagraph
e), such dividends shall nevertheless be exempted from the corporate income tax in
Belgium if the company which is a resident of Uruguay is effectively engaged in the
active conduct of a business in Uruguay. In such case, such dividends are exempted under
the conditions and within the limits provided for in Belgian law except those related to
the fiscal regime applicable to the company which is a resident of Uruguay or to the
income out of which the dividends are paid. This provision shall only apply to dividends
paid out of income generated by the active conduct of a business.
g)
Where a company which is a resident of Belgium derives from a company which is a
resident of Uruguay dividends which are included in its aggregate income for Belgian tax
purposes and which are not exempted from the corporate income tax according to
subparagraphs e) or f), Belgium shall deduct from the Belgian tax relating to these
dividends, the Uruguayan tax levied on these dividends in accordance with Article 10 and
the Uruguayan tax levied on the profits out of which these dividends are paid. This
deduction shall not exceed that part of the Belgian tax which is proportionally relating to
these dividends.
h)
Subject to the provisions of Belgian law regarding the deduction from Belgian tax of
taxes paid abroad, where a resident of Belgium derives items of his aggregate income for
Belgian tax purposes which are interest or royalties, the Uruguayan tax levied on that
income shall be allowed as a credit against Belgian tax relating to such income.
i)
Where, in accordance with Belgian law, losses incurred by an enterprise carried on by a
resident of Belgium in a permanent establishment situated in Uruguay have been
effectively deducted from the profits of that enterprise for its taxation in Belgium, the
exemption provided for in sub-paragraph a) shall not apply in Belgium to the profits of
other taxable periods attributable to that establishment to the extent that those profits have
also been exempted from tax in Uruguay by reason of compensation for the said losses.
In Uruguay, double taxation shall be eliminated as follows:
a)
Residents of Uruguay, deriving income, not being dividends, which has, in accordance
with Belgian law and under the provisions of this Convention, been subject to taxation in
Belgium, may credit the tax so paid against any Uruguayan tax payable in respect of the
same income, subject to the applicable provisions of the law of Uruguay. The same shall
also apply in respect of capital which has, in accordance with Belgian law and under the
provisions of this Convention, been subject to taxation in Belgium; the capital tax so paid
may be credited against any Uruguayan tax payable in respect of the same capital, subject
to the applicable provisions of the law of Uruguay. Such deduction shall not, however,
exceed that part of the Uruguayan tax on income or capital, as computed before the
deduction is given, which is attributable, as the case may be, to the income or the capital
which may be taxed in Belgium.
b)
Where a company which is a resident of Uruguay derives from a company which is a
resident of Belgium dividends which are included in its taxable income for Uruguayan
tax purposes, Uruguay shall deduct from the Uruguayan tax relating to these dividends,
the Belgian tax levied on these dividends in accordance with Article 10 and the Belgian
tax levied on the profits out of which these dividends are paid. This deduction shall not
exceed that part of the Uruguayan tax which is proportionally relating to these dividends.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
112
DOC 54
c)
1691/001
Where, in accordance with any provision of the Convention, income derived or capital
owned by a resident of Uruguay is exempt from tax in Uruguay, Uruguay may
nevertheless, in calculating the amount of tax on the remaining income or capital of such
resident, take into account the exempted income or capital.
CHAPTER VI. – SPECIAL PROVISIONS
Article 23
Non-discrimination
KAMER
3e
1.
Nationals of a Contracting State shall not be subjected in the other Contracting State to any
taxation or any requirement connected therewith, which is other or more burdensome than the
taxation and connected requirements to which nationals of that other State in the same
circumstances, in particular with respect to residence, are or may be subjected. This provision
shall, notwithstanding the provisions of Article 1, also apply to persons who are not residents of
one or both of the Contracting States.
2.
Stateless persons who are residents of a Contracting State shall not be subjected in either
Contracting State to any taxation or any requirement connected therewith, which is other or
more burdensome than the taxation and connected requirements to which nationals of the State
concerned in the same circumstances, in particular with respect to residence, are or may be
subjected.
3.
The taxation on a permanent establishment which an enterprise of a Contracting State has in the
other Contracting State shall not be less favourably levied in that other State than the taxation
levied on enterprises of that other State carrying on the same activities. This provision shall not
be construed as obliging a Contracting State to grant to residents of the other Contracting State
any personal allowances, reliefs and reductions for taxation purposes on account of civil status
or family responsibilities which it grants to its own residents.
4.
Except where the provisions of paragraph 1 of Article 9, paragraph 7 of Article 11, or paragraph
7 of Article 12, apply, interest, royalties and other disbursements paid by an enterprise of a
Contracting State to a resident of the other Contracting State shall, for the purpose of
determining the taxable profits of such enterprise, be deductible under the same conditions as if
they had been paid to a resident of the first-mentioned State. Similarly, any debts of an
enterprise of a Contracting State to a resident of the other Contracting State shall, for the
purpose of determining the taxable capital of such enterprise, be deductible under the same
conditions as if they had been contracted to a resident of the first-mentioned State.
5.
Enterprises of a Contracting State, the capital of which is wholly or partly owned or controlled,
directly or indirectly, by one or more residents of the other Contracting State, shall not be
subjected in the first-mentioned State to any taxation or any requirement connected therewith
which is other or more burdensome than the taxation and connected requirements to which other
similar enterprises of the first-mentioned State are or may be subjected.
6.
The provisions of this Article shall, notwithstanding the provisions of Article 2, apply to taxes of
every kind and description.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
113
Article 24
Mutual agreement procedure
1.
Where a person considers that the actions of one or both of the Contracting States result or will
result for him in taxation not in accordance with the provisions of this Convention, he may,
irrespective of the remedies provided by the domestic law of those States, present his case to the
competent authority of the Contracting State of which he is a resident or, if his case comes
under paragraph 1 of Article 23, to that of the Contracting State of which he is a national. The
case must be presented within three years from the first notification of the action resulting in
taxation not in accordance with the provisions of the Convention.
2.
The competent authority shall endeavour, if the objection appears to it to be justified and if it is
not itself able to arrive at a satisfactory solution, to resolve the case by mutual agreement with
the competent authority of the other Contracting State, with a view to the avoidance of taxation
which is not in accordance with the Convention. Any agreement reached shall be implemented
notwithstanding any time limits in the domestic law of the Contracting States.
3.
The competent authorities of the Contracting States shall endeavour to resolve by mutual
agreement any difficulties or doubts arising as to the interpretation or application of the
Convention.
4.
The competent authorities of the Contracting States may communicate with each other directly,
including through a joint commission consisting of themselves or their representatives, for the
purpose of reaching an agreement in the sense of the preceding paragraphs or for the application
of this Convention.
5.
Where,
a)
under paragraph 1, a person has presented a case to the competent authority of a
Contracting State on the basis that the actions of one or both of the Contracting States
have resulted for that person in taxation not in accordance with the provisions of the
Convention, and
b)
the competent authorities are unable to reach an agreement to resolve that case pursuant
to paragraph 2 within two years from the presentation of the case to the competent
authority of the other Contracting State,
any unresolved issues arising from the case shall be submitted to arbitration if the person so
requests within two years from the first day from which arbitration may be requested. These
unresolved issues shall not, however, be submitted to arbitration if a decision on these issues has
already been rendered by a court or administrative tribunal of either Contracting State. Unless a
person directly affected by the case informs the competent authority of a Contracting State,
within three months from the communication of the mutual agreement that implements the
arbitration decision, that he does not accept the mutual agreement, the arbitration decision shall
be binding and shall be implemented notwithstanding any time limits in the domestic laws of
both Contracting States. The competent authorities of the Contracting States shall by mutual
agreement settle the mode of application of this paragraph.
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
114
DOC 54
1691/001
Article 25
Exchange of information
1.
The competent authorities of the Contracting States shall exchange such information as is
foreseeably relevant for carrying out the provisions of this Convention or to the administration
or enforcement of the domestic laws concerning taxes of every kind and description imposed on
behalf of the Contracting States, or of their political subdivisions or local authorities, insofar as
the taxation thereunder is not contrary to the Convention. The exchange of information is not
restricted by Articles 1 and 2.
2.
Any information received under paragraph 1 by a Contracting State shall be treated as secret in
the same manner as information obtained under the domestic laws of that State and shall be
disclosed only to persons or authorities (including courts and administrative bodies) concerned
with the assessment or collection of, the enforcement or prosecution in respect of, the
determination of appeals in relation to the taxes referred to in paragraph 1, or the oversight of
the above. Such persons or authorities shall use the information only for such purposes. They
may disclose the information in public court proceedings or in judicial decisions.
3.
In no case shall the provisions of paragraphs 1 and 2 be construed so as to impose on a
Contracting State the obligation:
a)
to carry out administrative measures at variance with the laws and administrative practice
of that or of the other Contracting State;
b)
to supply information which is not obtainable under the laws or in the normal course of
the administration of that or of the other Contracting State;
c)
to supply information which would disclose any trade, business, industrial, commercial or
professional secret or trade process, or information, the disclosure of which would be
contrary to public policy (ordre public).
4.
If information is requested by a Contracting State in accordance with this Article, the other
Contracting State shall use its information gathering measures to obtain the requested
information, even though that other State may not need such information for its own tax
purposes. The obligation contained in the preceding sentence is subject to the limitations of
paragraph 3 but in no case shall such limitations be construed to permit a Contracting State to
decline to supply information solely because it has no domestic interest in such information.
5.
In no case shall the provisions of paragraph 3 be construed to permit a Contracting State to
decline to supply information solely because the information is held by a bank, other financial
institution, trust, foundation, nominee or person acting in an agency or a fiduciary capacity or
because it relates to ownership interests in a person.
Article 26
Assistance in the collection of taxes
1.
KAMER
3e
The Contracting States shall lend assistance to each other in the collection of revenue claims.
This assistance is not restricted by Article 1. The competent authorities of the Contracting States
may by mutual agreement settle the mode of application of this Article.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
115
2.
The term “revenue claim” as used in this Article means any amount owed in respect of taxes
covered by the Convention, together with interest, administrative penalties and costs of
collection or conservancy related to such amount.
3.
When a revenue claim of a Contracting State is enforceable under the laws of that State and is
owed by a person who, at that time, cannot, under the laws of that State, prevent its collection,
that revenue claim shall, at the request of the competent authority of that State, be accepted for
purposes of collection by the competent authority of the other Contracting State. That revenue
claim shall be collected by that other State in accordance with the provisions of its laws
applicable to the enforcement and collection of its own taxes as if the revenue claim were a
revenue claim of that other State.
4.
When a revenue claim of a Contracting State is a claim in respect of which that State may, under
its law, take measures of conservancy with a view to ensure its collection, that revenue claim
shall, at the request of the competent authority of that State, be accepted for purposes of taking
measures of conservancy by the competent authority of the other Contracting State. That other
State shall take measures of conservancy in respect of that revenue claim in accordance with the
provisions of its laws as if the revenue claim were a revenue claim of that other State even if, at
the time when such measures are applied, the revenue claim is not enforceable in the firstmentioned State or is owed by a person who has a right to prevent its collection.
5.
Notwithstanding the provisions of paragraphs 3 and 4, a revenue claim accepted by a
Contracting State for purposes of paragraph 3 or 4 shall not, in that State, be subject to the time
limits or accorded any priority applicable to a revenue claim under the laws of that State by
reason of its nature as such. In addition, a revenue claim accepted by a Contracting State for the
purposes of paragraph 3 or 4 shall not, in that State, have any priority applicable to that revenue
claim under the laws of the other Contracting State.
6.
Proceedings with respect to the existence, validity or amount of a revenue claim of a
Contracting State shall not be brought before the courts or administrative bodies of the other
Contracting State.
7.
Where, at any time after a request has been made by a Contracting State under paragraph 3 or 4
and before the other Contracting State has collected and remitted the relevant revenue claim to
the first-mentioned State, the relevant revenue claim ceases to be
a)
in the case of a request under paragraph 3, a revenue claim of the first-mentioned State
that is enforceable under the laws of that State and is owed by a person who, at that time,
cannot, under the laws of that State, prevent its collection, or
b)
in the case of a request under paragraph 4, a revenue claim of the first-mentioned State in
respect of which that State may, under its laws, take measures of conservancy with a view
to ensure its collection,
the competent authority of the first-mentioned State shall promptly notify the competent
authority of the other State of that fact and, at the option of the other State, the first-mentioned
State shall either suspend or withdraw its request.
8.
In no case shall the provisions of this Article be construed so as to impose on a Contracting
State the obligation:
a)
KAMER
3e
to carry out administrative measures at variance with the laws and administrative practice
of that or of the other Contracting State;
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
116
DOC 54
1691/001
b)
to carry out measures which would be contrary to public policy (ordre public);
c)
to provide assistance if the other Contracting State has not pursued all reasonable
measures of collection or conservancy, as the case may be, available under its laws or
administrative practice;
d)
to provide assistance in those cases where the administrative burden for that State is
clearly disproportionate to the benefit to be derived by the other Contracting State.
Article 27
Members of diplomatic missions and consular posts
Nothing in this Convention shall affect the fiscal privileges of members of diplomatic missions or
consular posts under the general rules of international law or under the provisions of special
agreements.
CHAPTER VII. – FINAL PROVISIONS
Article 28
Entry into force
KAMER
3e
1.
The Governments of the Contracting States shall notify each other that the constitutional
requirements for the entry into force of this Convention have been complied with.
2.
The Convention shall enter into force on the fifteenth day after the date of the later of the
notifications referred to in paragraph 1 and its provisions shall have effect:
a)
in respect of taxes due at source, for amounts credited or payable on or after the first day
of January in the first calendar year following that in which this Convention enters into
force;
b)
in respect of other income taxes, for the taxable periods beginning on or after the first day
of January in the first calendar year following that in which this Convention enters into
force; and
c)
in respect of any other taxes, in respect of taxes due in respect of taxable events taking place
on or after the first day of January in the first calendar year following that in which this
Convention enters into force.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
117
Article 29
Termination
This Convention shall remain in force until terminated by a Contracting State. Either Contracting State
may terminate the Convention, through diplomatic channels, by giving to the other Contracting State,
written notice of termination not later than the 30th June of any calendar year from the fifth year
following that in which the Convention entered into force. In the event of termination before July 1 of
such year, the Convention shall cease to have effect:
a)
in respect of taxes due at source, for amounts credited or payable on or after the first day
of January in the first calendar year following that in which the notice is given;
b)
in respect of other income taxes, for the taxable periods beginning on or after the first day
of January in the first calendar year following that in which the notice is given; and
c)
with respect to any other taxes, in respect of taxes due in respect of taxable events taking
place on or after January 1 of the year next following the year in which the notice of
termination is given.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto by their respective
Governments, have signed this Convention.
DONE in duplicate at ……0RQWHYLGHR.. on the UG day of $XJXVW………………………..,
in French, Dutch, Spanish and English languages, all four texts being equally authentic. In case of
divergence between the texts, the English text shall prevail.
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
118
DOC 54
1691/001
PROTOCOL
At the moment of signing the Convention between the Kingdom of Belgium and the Oriental Republic
of Uruguay for the avoidance of double taxation with respect to taxes on income and on capital and for
the prevention of fiscal evasion, the undersigned have agreed upon the following provisions which
shall form an integral part of the Convention.
1.
Notwithstanding the provisions of any Article of the Convention, no reduction in or exemption
from tax provided for in the Convention shall be applied to income paid in connection with a
wholly artificial arrangement. An arrangement shall not be considered as wholly artificial where
evidence is produced that the arrangement reflects economic reality.
2.
Ad Article 4, paragraph 1:
It is understood that a person is “liable to tax” in a Contracting State where that person is
subjected to the tax laws in force in that Contracting State even if, according to those laws, all
or part of its income or capital is exempted from tax.
It is understood that the term “resident of a Contracting State” includes a pension fund
established in that State.
3.
Ad Articles 10, 11 and 12:
If after signing this Convention, one of the Contracting States signs with another State that is a
member of the European Union, a Convention that provides for lower rates of taxation or other
exemptions than those provided for in Articles 10, 11 or 12 of this Convention, the competent
authorities of the Contracting States shall on request consult with each other.
4.
Ad Article 13, paragraph 4:
The terms “merger” and “division” shall have the meaning that these terms have:
KAMER
3e
a)
in the case of Belgium, in Council Directive 90/434/EEC of 23 July 1990 on the common
system of taxation applicable to mergers, divisions, transfers of assets and exchanges of
shares concerning companies of different member States;
b)
in the case of Uruguay, in Law 16.060 of 4 September 1989.
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
DOC 54
1691/001
119
5.
Ad Articles 14 and 15:
It is understood that a compensation paid by reason of the termination of an employment, or of a
mandate in a company, may be taxed in the Contracting State in which the employment is
exercised, or of which the company is a resident, if and to the extent that the salaries or fees
derived during the calendar year preceding the termination of that employment or mandate in
respect of that employment or mandate may be taxed in that State according to the provisions of
Article 14 or Article 15, as the case may be.
6.
Ad Article 17, paragraph 2:
In the case of lump sum pension contracts the limitation of the tax to 10 per cent in a
Contracting State shall apply if the recipient is a resident of the other Contracting State and has
complied with the residence condition as a pensioner in such other Contracting State, for an
uninterrupted period of at least five years on the date of his claim. Having fulfilled the above
condition, the recipient may make the corresponding claim.
7.
Ad Article 20, paragraph 3 and Article 22, paragraph 1, a):
For the application of paragraph 3 of Article 20 and paragraph 1, a) of Article 22, an item of
income is effectively taxed in a Contracting State where such item of income is subjected to tax
in that Contracting State and does not benefit as such from an exemption from tax therein.
8.
Ad Article 22, paragraph 1, a), b) and f):
a)
For the application of paragraph 1, a) and b) of Article 22, an item of income is “taxed” in
Uruguay in particular where such item of income is subjected in Uruguay to one or more
of the following regimes (as these regimes may change from time to time without
modifying their substance):
(i)
(ii)
(iii)
(iv)
(v)
(vi)
Decree - Law 14.335 of 23 December 1974 - Tourism Promotion Law;
Law 15.921 of 17 December 1987 - Free Zones Law;
Law 15.939 of 28 December 1987 - Forestry Law;
Article 92 of Law 16.002 of 25 November 1988 - Citrus Plantation Benefits;
Law 16.906 of 7 January 1998 - Investments Promotion Law; and
Article 52 Title 4 Texto Ordenado 1996, Law 18.083 of 27 December 2006 Biotechnology and Software Benefits.
This provision shall apply to profits of companies only if such profits are derived from
the active conduct of a business in Uruguay.
b)
Paragraph 1, a) and f) of Article 22 shall apply to income or dividends paid out of profits
derived in Uruguay from financial, holding or services activities (including services
activities dealt with under a) (ii) above), where such income or profits are exempted from
tax in Uruguay, only if such income or profits do not include items that have been
deducted from income or profits that are taxable in Belgium.
After a period of ten years following the entry into force of this Convention, the competent
authorities shall evaluate this provision, and if necessary, the Contracting States shall enter into
negotiations to revise its scope.
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
120
DOC 54
1691/001
IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto by their respective
Governments, have signed this Protocol.
DONE in duplicate at Montevideo on the 23rd day of August 2013, in French, Dutch, Spanish and
English languages, all four texts being equally authentic. In case of divergence between the texts, the
English text shall prevail.
KAMER
3e
ZITTING VAN DE 54e ZITTINGSPERIODE
2015
2016
CHAMBRE
3e SESSION DE LA 54e LÉGISLATURE
Centrale drukkerij – Imprimerie centrale
Auteur
Документ
Catégorie
Без категории
Affichages
0
Taille du fichier
1 175 Кб
Étiquettes
1/--Pages
signaler